maandag 22 november 2010

Pride and Prejudice in een studentenstad

Pride and Prejudice kan met recht gezien worden als het summum van Westerse literatuur. Het is een echte Bildungsroman, waarin de hoofdpersonen tot zelfinzicht komen en erachter komen wat echt belangrijk is in het leven.
Zoals met alles wat een standaardwerk is geworden, loopt de wereld over van bewerkingen. Zo zag ik een keer de film Bride and prejudice, een Bollywooddrama waarin de verhaallijn naar hedendaags India is verplaatst (en de verhaallijn nog behoorlijk trouw gevolgd wordt trouwens). Vorig jaar maakte het boek Pride and Prejudice and Zombies furore (helaas niet gelezen).
Zodoende had ik het met een goede vriend van mij erover of het ook mogelijk was Pride and Prejudice naar hedendaags Nederland te verplaatsen. En om het effect van de verplaatsing zo extreem mogelijk te maken, zou ik kiezen voor een ietwat onwaarschijnlijke setting voor een zo kuis verhaal. Ik zou willen kiezen voor een studentenstad, de hoofdpersonen allen wat corporale trekjes geven en iedereen plaatsen in een setting waar het alleen maar gaat over scoren, regelen en vrije seks. Na lang nadenken kwamen wij tot de conclusie dat een dergelijke verplaatsing onmogelijk zou zijn. Op geen enkele manier zou je kunnen rechtvaardigen dat de hoofdpersonen tijden lang om elkaar heen blijven dralen of dat er zo geschokt op grensoverschrijdend gedrag werd gereageerd. Deze conclusie was teleurstellend, maar niet elk idee is uitvoerbaar.
Ik heb het boek Pride and prejudice net voor de eerste keer gelezen en ik ben ertoe geneigd mijn conclusie te herzien. Het is namelijk wél mogelijk om Pride and prejudice in een hedonistische studentenwereld te plaatsen. De belangrijkste ingreep in het verhaal is een hele simpele. In plaats van een jaar vind de nieuwe versie van Pride and prejudice plaats in één lange uitgaansavond. Er gaat helaas veel van de kracht van het verhaal verloren, het wordt ietwat vulgair, maar volgens mij is het resultaat best grappig:

Goede vriendinnen Lizzy, Jane, Charlotte, Kitty, Mary, Benny en Marian gaan stappen in onze denkbeeldige studentenstad. Lydia, het wilde oncontroleerbare zestienjarig zusje van Jane is ook mee. Benny en Marian hebben iets met elkaar, maar de andere dames zijn allemaal vrijgezel en op zoek naar iemand om te scoren die avond. Marian probeert haar vriendinnen daarin maar al te erg aan te moedigen. Het uitgaanscentrum heeft vijf belangrijke kroegen: de Longbourn (een bruine kroeg), de London (een cocktailbar), de Bristol (een vulgaire danstent), de Kent (ook een bruine kroeg) en de Pemberley (een zeer chice, exclusieve club).
Het gezelschap begint in te drinken in de Longbourn. Ze komen snel in contact met een andere groep, bestaande uit Bingley, Darcy en Caroline, allen vrijgezel. Bingley en Jane lopen direct openlijk te flirten. Darcy maakt geen vrienden met zijn afstandelijke en soms ronduit beledigende gedrag, met name niet bij Lizzy. Lizzy raakt in gesprek met Wickham, die hem nare verhalen vertelt over hoe Darcy er ooit voor gezorgd heeft dat hij niet in een bepaald dispuut kwam, terwijl Darcy eerder nog had toegezegd hem daarbij te helpen. Lizzy begint Wickham interessant te vinden. Terwijl hij het niet wil laten merken, begint Darcy Lizzy (vanaf een afstandje) steeds interessanter te vinden.
Terwijl Bingley even naar de wc is, dringt Collin zich aan het gezelschap op. Hij is eerst geïnteresseerd in Jane, maar als hij merkt dat zij al voorzien is (Jane en Bingley beginnen openlijk te zoenen om van hem af te komen), gaat hij achter Lizzy aan. Marian probeert dit aan te moedigen en zegt dat Lizzy er vooral op moet ingaan. Lizzy wijst Collin echter af. Collin druipt af en begint zich in Charlotte te interesseren. Hij heeft hier meer succes en al spoedig gaan zij samen door naar de Kent, waar Katja, een vriendin van Collin ook is.
Darcy grijpt kort daarop in bij zijn vriend Bingley en het hele gezelschap gaat door naar de London. Na enige tijd besluit Jane met enige andere vriendinnen naar de Londen te gaan, maar ze kan het gezelschap daar niet vinden. Lizzy gelooft het verder wel en besluit na telefonisch overleg haar vriendin Charlotte in de Kent op te zoeken.
Spijtig genoeg is Darcy daar ook met een vriend. Katja vertelt erover dat Darcy bezet is met een vriendin van haar. Niet veel later houdt Darcy het niet meer en stapt hij op Lizzy af en vertelt haar dat hij haar 'vet lekker' vindt. Lizzy wordt kwaad, vindt dat disrespectvol, vertelt over de schandelijke verhalen die ze van Wickham heeft gehoord, over zijn ongepaste interventie tussen Jane en Bingley, het feit dat hij bezet zou zijn en zweert dat hij moet 'opzouten'. Darcy druipt af. Zijn vriend vertelt Lizzy echter dat Darcy al weken vrijgezel is (Katja refereerde naar een ex, die maar niet er overheen kan komen) en ook wat er echt gebeurt is met Wickham en het dispuut. Nog voordat hij de ontgroening had doorlopen, werd hij gevraagd voor een ander dispuut. Toen dat niets werd, wilde hij weer terug in het eerste dispuut. Darcy weigerde dat (terecht, zo lijkt mij). Daarnaast blijkt Wickham de toen zestienjarige zus van Darcy te hebben ontmaagd, zelfs bezwangerd en daarna geen interesse meer in haar getoond te hebben. De abortus mocht zij op eigen houtje regelen. Lizzy begint spijt te hebben van haar zware aantijgingen aan Darcy.
Nadat Charlotte en Collin samen naar huis zijn gegaan, gaat ze met haar vrienden naar de Pemberley. Ze spreekt daar wat andere mensen die ook Darcy blijken te kennen en vol positieve verhalen over hem zitten. Niet veel later sluiten Darcy, Caroline en Bingley zich bij de desbetreffende vrienden aan. Darcy is erg verbaasd haar daar aan te treffen. Darcy gedraagt zich voorzichtig, maar uiterst beleefd en aardig. Bingley vraagt geïnteresseerd waar Jane is.
Dan wordt Lizzy plotseling gebeld door een hysterische Jane met het nieuws dat Lydia kwijt is. Ze is als laatst gezien met Wickham in de Bristol. Iedereen is in rep en roer. Lizzy en Darcy gaan flink op zoek naar Lydia en Wickham en weten ze uiteindelijk in het toilet van de Londen te vinden. Ze komen net op tijd om de (overigens onveilige) seks te voorkomen. Darcy geeft Wickham een klap en Lydia wordt naar huis gestuurd.
Jane en Lizzy besluiten nog even een drankje te doen in de Longbourn om bij te komen. Bingley en Darcy gaan mee. Bingley en Jane groeien weer helemaal naar elkaar toe en lopen snel te vozen achterin. Als Darcy drank aan het halen is, komt een woedende Katja naar Lizzy toe, dat zij Darcy met rust moet laten. Lizzy snauwt dat Katja zich nergens mee moet bemoeien en dat Lizzy zelf wel uitmaak met wie zij neukt. Darcy vangt iets van dit gesprek op en dit doet hoop herleven. Nog steeds in het zichtveld van Katja, besluit hij een nieuwe toenadering naar Lizzy te zoeken en deze wordt wel beantwoord. In het zicht van Katja zoenen ze op de banken van de Longbourn. Jane gaat met Bingley mee naar huis en Lizzy met Darcy.

zaterdag 20 november 2010

Verkeerde beslissingen

Een paar weken geleden fietste ik op weg naar wat vrienden van mij. Ik ging door het winkelcentrum van Utrecht heen. Het was een uur of acht 's avonds en er was helemaal niemand. Toch kwam ik er een zwerver tegen die een straatkrant probeerde te verkopen. Ik fietste door en toen ik er net voorbij was realiseerde ik mij dat ik mij had voorgenomen om af en toe een straatkrant te kopen, als er een mooie gelegenheid voor was. Ik had te doen met de zwerver, omdat hij 's avonds laat nog straatkranten liep te verkopen en ook nog op een erg onhandige plek, omdat iedereen waarschijnlijk net als ik snel langs die plek zou fietsen. Ik had natuurlijk terug kunnen fietsen en alsnog er eentje kopen, maar het moment was verloren. Wat overbleef was dat ik me slecht over mezelf voelde, omdat ik niet scherpte had om op het juiste moment de juiste beslissing te nemen.
Deze week fietste ik weer naar dezelfde vrienden van mij. Het was weer een uurtje of acht 's avonds. Op precies dezelfde plek stond weer een zwerver (ik neem aan dezelfde). Ik handelde snel en stopte direct. Ik dacht: 'die fout gaat mij geen twee keer gebeuren.' Ik pak mijn portemonnee en kom erachter dat ik alleen maar 5 euro bij me heb. Dan geef ik die maar, zo beslis ik snel. De zwerver bedankt mij en ik neem de straatkrant aan. Ik fiets door en kom erachter dat het toch niet helemaal klopt. Mijn sympathie voor de zwerver begint weg te zakken. De eerste keer had ik nog medelijden met hem, omdat hij waarschijnlijk weinig verkocht door zijn onhandige plek. Maar hij leert blijkbaar niet van zijn fouten, want hij staat weer op dezelfde plek. In dat verband vind ik vijf euro wel heel gortig. Terwijl ik doorfiets, word ik dus weer overmand door spijt. Ik miste blijkbaar weer de scherpte om op het juiste moment precies de juiste beslissing te nemen.
Zo heb ik op hetzelfde onderwerp twee keer een beslissing genomen waar ik spijt over kreeg. Het zou natuurlijk makkelijker zijn om te handelen op basis van een algemene regel (zoals 'koop iedere keer een straatkrant, tenzij je het nummer van de maand al hebt'.) Maar ik handel liever uit een gevoel van wat past bij een bepaald moment, daar krijg je de mooiste verhalen voor. Achteraf kan ik dan ook niet echt spijt van mijn beslissingen hebben. Het waren wel verkeerde beslissingen, maar het waren prachtige verkeerde beslissingen, van het soort waar je nog iets van een verhaal over houdt. Zulke verkeerde beslissingen wil ik best vaker maken.

zaterdag 13 november 2010

Gelukkig zijn

De afgelopen werd ik overvallen door het gevoel dat mijn leven op een fundamentele wijze aan het veranderen was. Ik weet niet zo heel goed wat er veranderde, maar ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er iets belangrijks gebeurde. Ik had er geen controle over en dat was wel prima. Ik dacht er niet te veel over na en ik voelde mij gelukkig.
Misschien is dat wel typisch voor een toestand van geluk. Als je geen innerlijke strijd meer voelt, je zonder moeite meegaat in het leven dat je leidt en kunt genieten van de kleine dingen op je pad, voel je je gelukkig. In een boek wat ik net uitgelezen hebt, is één van de hoofdpersonen jarenlang getrouwd geweest met een vriendelijke man die ze eigenlijk niet kon uitstaan. En toch zegt ze uiteindelijk: 'Het is ongelofelijk hoe je voor zovelen jaren toch zo gelukkig kan zijn, temidden van zulk gekibbel, zulke verduivelde kleinigheden, zonder te weten of het liefde is of niet.' (Es increíble cómo se puede ser tan feliz durante tantos años, en medio de tantes peloteras, de tantas vainas, carajo, sin saber en realidad si eso es amor o no.)
Ik kan me dat heel goed voorstellen. Mijn meest gelukkige momenten zijn moment waarop ik vooral niet nadenk en mij gewoon overgeef aan de wereld. Sommige mensen kunnen dat hun hele leven doen en zijn hun hele leven gelukkig. Ik kan dat echter niet. Vroeg of laat ga ik toch weer nadenken en proberen een structuur in mijn leven te zien. Het is een ontzettend vervelende eigenschap, want ondanks dat je er misschien wat meer zelfinzicht door krijgt, gelukkiger word je er niet door.
In de loop van de vorige week kwam ik erachter dat ik gelukkig was en dat is meestal het begin van het einde. Ik word zelfgenoegzaam en stel mezelf - onbewust - onrealistische hoge verwachtingen. Omdat ik handel vanuit een gevoel van geluk, neem ik zonder meer aan dat alles wat ik meemaak net zo leuk zal zijn als mijn herinnering van andere recente gebeurtenissen. Dat kan niet lang goed gaan en inderdaad kreeg ik deze week te maken met een terugval.
Het is alsof alle mensen klimmen naar hoge pieken in het leven. Sommige mensen zijn terughoudend en kiezen er uit de angst om te vallen voor alleen daar te klimmen waar ze zeker weten waar het verantwoord is. Ik durf te klimmen naar plaatsen waar ik nog nooit geweest ben. En als dat dan gelukt is, klim ik door, net zo lang tot ik val. Want vallen doe je altijd: je komt altijd wel ergens waar een gebrek aan houvast is. En je enthousiasme van de recente ervaringen denk je dat het allemaal wel goed zal komen. Dus bereik ik hogere pieken, maar ook diepere dalen dan de mensen die alleen klimmen waar het verantwoord is. Vanuit dat perspectief kan ik mij ook daar wel weer gelukkig over voelen.

zondag 24 oktober 2010

Een moreel dilemma

Een collega van mij begint meerdere malen over één van zijn grote morele dilemma's. Wij vinden dat wanneer iemand sterft of vreselijk lijdt en je zonder uitzonderlijke inspanning bij machte bent om het te stoppen, je moreel verplicht bent dat te doen. Toch geven we weinig geld om armoede in de Derde Wereld te bestrijden. Je kunt het proberen af te schuiven op de inefficiëntie van goede doelen, maar dat is eigenlijk een flauwe reden. Los ervan dat ik denk dat de meeste goede doelen best efficiënt zijn, zou je in het meest extreme geval zelf naar een arm land kunnen gaan en je geld rechtstreeks geven. Je zou kunnen verdedigen dat het welvaartsverschil zo groot is, dat je misschien eigenlijk moreel verplicht bent om dat te doen.
Het is een bekend moreel probleem. Mijn collega vroeg mij als filosoof hierover om een oplossing. Het moest een oplossing zijn die ook uit te leggen is aan de andere kant van het verhaal: de persoon die niets heeft en in armoede lijdt. Ik geloof dat die oplossing er is en dat deze niet eruit bestaat dat je heel karig moet gaan leven en de rest van je geld overmaken naar Afrika. Ik heb die oplossing ook, maar die is zwaar ingewikkeld. Het is mij dan ook niet gelukt hem uit te leggen aan mijn collega. Misschien hing dat ook samen met het late tijdstip.
Maar in essentie komt die oplossing hier op neer: wij hebben morele gevoelens, het is goed dat wij deze gevoelens hebben, wij kunnen niet moreel handelen zonder het morele gevoel erbij. Als dat de situatie is, moet je je ook afvragen waar die morele gevoelens vandaan komen en hoe je dit morele gevoel kunt koesteren en ontwikkelen. Wanneer je probeert moreler te handelen dan je gevoelens, zet je die morele gevoelens onder druk, potentieel tot op het punt dat deze gevoelens het vermogen verliezen handelen te inspireren. En dat zou nog veel slechter zijn. Het mooie morele gevoel gaat dan verloren.
Je zou dus tegen de arme man die niets heeft kunnen zeggen: 'ik vind het erg rot dat je in armoede leeft en ik had het graag anders gezien. Ik ga je echter niet helpen, omdat ik het verder niet kan opbrengen'. Dat lijkt mij een geldig excuus. Maar het werkt alleen wanneer je ook echt je best gedaan hebt. Waarschijnlijk wilde die collega van mij dat niet horen, omdat het impliciet op neer kwam dat hij dus wel iets van geld moest overmaken.
Dostojewski heeft het treffend verwoord in De Gebroeders Karamazov. Monnik Alyosha komt op bezoek bij een dame van twijfelachtig allooi, waarvan de broer in de ban is. De vrouw ziet haar eigen toestand ook als verwerpelijk, maar zij kan niet anders. Ze vertelt het verhaal van een zondaar die na haar dood in een poel met allerlei andere zondaars vreselijk leed en boete deed voor haar daden. Zij wierp wanhopig haar armen omhoog en smeekte om hulp. Een engel kreeg medelijden en bood haar een ui aan. De zondaar greep deze vast en de engel probeerde haar met behulp van de ui uit de poel van verderf te trekken. De andere zondaars zagen wat er gebeurde en probeerden zich aan de vrouw vast te grijpen om zo ook gered te worden. De zondaar probeert de anderen van zich af te houden, maar het zijn er te veel. Dan breekt de stengel van de ui af en valt zij terug in de poel van verderf.
Alyosha en de vrouw die het verhaal vertelde, praten nog door over andere dingen, met name over de broer van Alyosha. Later, wanneer Alyosha weer vertrekt, wil de vrouw hem bedanken voor de interesse die hij in haar getoond heeft. Alyosha voelt zich wat ongemakkelijk en antwoordt: 'Ik heb alleen maar een ui gegeven.'

woensdag 13 oktober 2010

Divagedrag

Een goede vriendin van mij is het soort meisje dat alle mannen leuk vinden. Ze heeft iets liefs, iets ontwapenends, ze laat je altijd bijzonder voelen en verder alle typische eigenschappen waar mannen op vallen. Ze heeft daarom over mannelijke aandacht nooit te klagen.
Ze vertelde me laatst over haar meest recente amoreuze ontwikkelingen. Er zat een of andere kerel achter haar aan en zij was ook wel enigszins in hem geïnteresseerd. Op een avond had hij haar - heel lief - naar huis gebracht. Maar, zo hield zij vol, er was verder niets gebeurd.
"Heeft hij wel nog iets geprobeerd?" vroeg ik.
"Natuurlijk," antwoordde zij. "Het blijft toch een man."
Ik realiseerde me voor het eerst dat zij dat zo ervaart. Mannen proberen bij haar altijd wat, dus neemt ze aan dat mannen altijd wel wat zullen proberen. Ik besefte me dat wij mannen aan dat soort meisjes een zeer verkeerd beeld van onszelf geven. Wij geven het beeld dat wij poeslief zijn, maar dat zijn we natuurlijk helemaal niet.
Andersom is het een bekend verschijnsel dat het leven voor zulke meisjes veel te gemakkelijk wordt gemaakt. Zij komen met veel meer streken weg dan menig andere vrouw en daar went zij aan. Zij beginnen het normaal te vinden niet voor andere mensen klaar te staan, terwijl iedereen altijd maar voor hen klaar staat. Dit proces kan allemaal onbewust geschieden, omdat de meisjes in kwestie toch niet anders gewend zijn. In extreme varianten zijn het 'femmes fatales', die mannen met steeds wellustigere eisen tot waanzin en / of faillissement drijven. Maar ook in mildere varianten komen ze voor.
Over het algemeen kun je de meisjes die dit soort effect mannen hebben er redelijk uit pikken. Het is een bepaald soort uitstraling, eentje van levenslust en onbegrensde interesse, die mannen aantrekt. Er was een tijd dat ik vrouwen met een dergelijke uitstraling per definitie wantrouwde.
Zo was het eerste wat ik dacht toen ik een bepaald meisje tegenkwam "Jij bent heel leuk, wat doe je hier überhaupt?" Het tweede wat ik dacht was "Jij bent vast heel vervelend." In dit geval bleek ik het fout te hebben en het is uiteindelijk één van mijn beste vriendinnen geworden. Maar ik betwijfel of ik mij deze gedachtes nog zou herinneren, wanneer mijn intuïtie wel had geklopt.
Maar zelfs wanneer zulke meisjes toch een behoorlijk ontwikkeld gevoel van eigen verantwoordelijkheid krijgen, kan het mis gaan. Het probleem dat het leven ze te gemakkelijk wordt gemaakt, houdt namelijk niet op zodra ze een gebalanceerde persoonlijkheid zijn geworden. Ze worden nog steeds overstelpt met aandacht en mensen die dingen voor ze willen doen. Het is dan erg makkelijk om te vervallen in divagedrag en eerst voor een paar kleine dingetjes geen verantwoordelijkheid meer te nemen en wanneer dat werkt, voor steeds minder dingen. Hun probleem is dat het werkt. Die meisjes zijn namelijk zó leuk, dat de mannen al deze nare eigenschappen haar onmiddellijk vergeven. Ik moet bekennen dat ik me daar zelf ook schuldig aan maak. Als iemand mij echt bijzonder laat voelen wanneer ik bij haar ben, ben ik ook bereid op andere momenten meer van haar te pikken.
Maar er is ook een grens. Toen ik wegging uit Groningen, heb ik bedacht welke mensen ik écht belangrijk vond en met wie ik graag contact wilde blijven houden. Dat stemt nog steeds redelijk overeen met wie ik nu contact houd. Er is een enkele verrassing gekomen, bij een enkeling is het contact wat verwaterd, maar grosso modo zijn wie toen vrienden van mij waren nog steeds vrienden. Ik ben trots dat ik dat zo lang heb volgehouden. Maar ik denk dat het niet lang meer duurt, voordat ik bij een enkeling mentaal ga afhaken, omdat ik geen zin meer heb om zelf altijd degene te zijn die initiatief moet nemen. Soms komt dat door laksheid, soms komt dat door gebrek aan interesse, maar in een enkel geval komt dat toch zeker door divagedrag. En wanneer mensen stelselmatig niet reageren, ook niet wanneer je iets praktisch moet afspreken, dan raakt op een gegeven moment ook mijn geduld op.

woensdag 6 oktober 2010

Een puberale vorm van liefde

De zoektocht naar de ware liefde zou lijken op één of ander geflipt reality tv programma, wanneer je het van commentaar zou moeten voorzien. Een soort Wie is de mol? Ik zou me nu al verheugen op uitspraken als 'Ik dacht eerst die, maar nu denk ik meer die ander.' 'Toen dinges dat en dat deed, begon ik te denken dat hij het ook wel eens zou kunnen zijn.' 'Maar die ander kan het ook nog steeds zijn, hoor.'
Sommige mensen zitten jaren lang vast in dezelfde tunnel, voordat ze erachter komen dat ze fout zaten. Anderen blijven hun hele leven lang twijfelen tussen alles en iedereen. En zeker weten doe je het nooit helemaal.
Bij de meeste mensen duurt deze puberale manier van omgaan met liefde niet lang. Er zijn echter mensen die erin blijven hangen. Die mensen zitten hun hele leven in een spannend spel. Misschien zijn zij eigenlijk wel te benijden.

woensdag 29 september 2010

Yogales

Al enige tijd ga ik wekelijks naar yoga. Althans, ik zou wekelijks moeten gaan, maar door mijn drukke leven komt het er niet altijd van. Ik ben ermee begonnen, omdat ik altijd wat onrustig ben en ik denk dat het misschien wel goed voor mij zou zijn. Al van aanvang dacht ik er heel slecht in zou zijn, omdat het allemaal draait om ontspannen en ik dat niet zo goed kon.
Gelukkig viel dat wel mee. De meeste mensen zijn er volgens mij niet zo goed in, dus ik kan gewoon gezellig meedoen. En als ik zeg 'gezellig', dan bedoel ik in stilte, want yogalessen zijn niet gezellig. Tijdens de les is iedereen alleen maar zichzelf bezig (dat is het hele idee) en het is nou ook niet zo'n bezigheid waarbij je zegt 'laten we met zijn allen achteraf een biertje doen in de kroeg'.
Daarnaast ben ik er ook wel achter dat de hele ideologie eentje is die haaks staat op de manier waarop ik in het leven sta. Ik wil dingen beleven, vol overal vol gaan en nergens genoegen mee nemen. Yoga streeft naar het niets meer willen, dingen loslaten en tevreden zijn met wat je hebt. Dat botst soms, maar niet altijd. Soms heb ik het gevoel dat de levenslessen achter yoga me proberen te veranderen in iemand die ik helemaal niet wil zijn, maar heel vaak is dat niet. De ideologie is gewoon niet sterk genoeg om mij te overwinnen, hij is niet eens sterk genoeg om veel kwaads aan te richten. Het is dus wel prima zo.
Het is momenteel een best drukke tijd op mijn werk dus de yogales vanavond kwam eigenlijk wel goed getimed. Aan het begin kon ik nog niet goed tot rust komen, maar gelukkig waren de oefeningen vandaag best pittig zodat ik er eigenlijk helemaal in opging.
Alleen aan het einde ging het een beetje fout. Een yogales eindigt altijd met een grote 'eindontspanning' waar je op je rug ligt en helemaal gaat ontspannen. Dus ik lag daar en dacht stiekem toch weer aan allerlei dingen, maar minder dan normaal, dus wat dat betreft was de ontspanning prima aan het slagen. Plotseling begint de yogalerares iets te zingen. In mijn 10 tot 20 yogalessen heb ik dat nog nooit meegemaakt. Het rare was dat het eerste woord 'Una' was en ik even een split second dacht dat ze 'Una paloma blanca' ging zingen. Dat bleek niet zo te zijn. Het was ongetwijfeld één of ander Indisch liedje.
Daarna kreeg ik de instructie dat mijn lichaam 'als vanzelf' op de linkerzij moest rollen. Een lichaam rolt niet als vanzelf op de linkerzij. Ik zal toch echt zelf enkele lichaamsdelen actief in beweging moeten zetten. Uit zichzelf blijft het lichaam lekker liggen waar het ligt. En in dit geval zou dat niet onprettig zijn, want ik lag best lekker op de yogamat. Maar goed, ik voer de instructie toch maar uit (anders lijk ik ook zo opstandig - dus niet yogaproof). Daarna kreeg ik de instructie om 'als vanzelf' weer in kleermakerzit te komen. Wederom voer ik de instructie wat onbeholpen uit, want een lichaam gaat ook niet uit zichzelf naar kleermakerzit. Vervolgens hoor ik: 'probeer of je dezelfde rust hebt behouden van toen je nog op je rug lag'.
Ik dacht: 'Nou, dat is dan bij deze mislukt.'