zaterdag 17 april 2010

Speech ter ere van het huwelijk van mijn zus

Gisteren was het huwelijk van mijn zus. Ik kon mezelf natuurlijk weer niet bedwingen en heb een speech gegeven. Zie hier een benadering van wat ik eigenlijk gezegd heb. Opmerking vooraf: eigenlijk was de aansluitende speech van mijn vader nog beter, maar ik betwijfel of die het internet zal halen.
"Hartelijk dank voor het woord. En hartelijk dank aan Anne Marieke en Anatolie voor het vertrouwen dat zij in mij gevestigd hebben, doordat zij mij als ceremoniemeester hebben gevraagd. En dat terwijl ik in mijn leven nog nooit op een huwelijk geweest was. Dus dat wordt nog spannend.
Ik heb nu de nobele taak om een aantal woorden over het bruidspaar te zeggen. En dan begin ik natuurlijk bij de persoon die ik al het langste ken en dat is Anne Marieke, mijn zus. Als ik terugdenk aan mijn vroege jeugd, dan overheerst bij mij maar één beeld: dat van de vele ruzies die ik met mijn beide broers heb uitgevochten. Gelukkig was Anne Marieke doorgaans verstandig genoeg om daar buiten te blijven.
In die tijd was Anne Marieke voor mij het toonbeeld van verstandigheid en vlijtigheid. En dat is misschien wel de automatische rol die een oudere zus inneemt. Ik heb inmiddels ook een heel ander beeld van haar en ik denk ook dat het een completer beeld is. Dat is het beeld van de twijfelaar, van de persoon die altijd 2 kanten van een zaak ziet en haar ogen niet wil sluiten of een eenzijdige blik wil krijgen. Zij heeft een moreel verantwoordelijkheidsgevoel dat er toe leidt dat zij niets aan andere mensen tegen hun wil wil opleggen. En in de beste jaren 90 traditie heeft zij een afkeer van wreedheid en gemeenheid.
Zoals zo velen van onze generatie verlangde ze op een gegeven moment naar steun en liefde. En die heeft ze gevonden in Anatolie, vanaf vandaag haar man. Ook al had ik hem al eerder ontmoet, kwam Anatolie pas echt in beeld in een tijd dat het iets minder met Anne Marieke ging, namelijk toen zij een erge ziekte kreeg. Dat was een moeilijke tijd, maar Anatolie was er toen voor haar. Hij is daarmee een man van plichtsbesef. Hij gaf steun en aandacht waar dat nodig was. En daarmee heeft hij het niet alleen voor Anne Marieke zelf, maar ook voor mijzelf, mijn ouders en heel veel andere mensen deze narigheid toch iets makkelijker te verteren gemaakt.
Sindsdien heb ik Anatolie ook op een andere manier leren kennen. Hij is erg besluitvaardig. Hij heeft geen moeite om in complexe kwesties een positie in te nemen. En toch is hij ook niet te beroerd om in te binden, als zijn zienswijze verkeerd blijkt te zijn en is er ruimte voor een compromis.
Dit zijn slechts enkele korte schetsen, die totaal geen recht aan hen doen. Maar ik denk dat het wel aangeeft waarom ze zo goed bij elkaar passen. Ik denk daarom dat ik niet alleen sta in dat ik niet alleen wens en hoop, maar ook echt geloof dat zij samen gelukkig gaan worden. Anne Marieke en Anatolie, heel veel geluk samen."

maandag 12 april 2010

Sadisme, Perversiteiten, Sodom, Gomorra, 120 dagen lang

Ik ben ervan overtuigd dat een mens bijna alles kan geloven. Dus toen ik een paar maanden geleden begon aan '120 dagen Sodom' van markies de Sade, nam ik mij stellig voor om het met een openheid van geest te benaderen. '120 dagen Sodom' is niet het eerste de beste boek. Het staat bekend als het meest walgelijke boek wat ooit geschreven is. De grootste perversiteiten en misdaden komen erin voor. Dat alles wordt koeltjes beschreven zonder enig moreel oordeel, nee, eerder met een lichte bewondering voor al deze misdaden. De helden van het verhaal voelen alleen maar opwinding over de morele verwerpelijkheid van hun daden.
Ik nam met het lezen van dit boek bewust een risico. Ik liet een verschrikkelijk gedachtegoed mijn geest binnen en besloot het vrij van morele oordelen proberen te begrijpen. Daarmee accepteerde ik de kans dat het boek ook mij zou veranderen. Ik zou markies de Sade ook in staat stellen mij moreel zou perverteren.
Al vrij snel nadat ik het boek gekocht had, speelden zulke gedachtes door mijn hoofd. Een vriend van mij vond het wat overdreven. Volgens hem zou het helemaal niet mogelijk zijn om door zo'n boekje je morele gedachtes te laten veranderen. Zo oud als ik was, zouden die toch allang gevormd zijn.
Inmiddels heb ik het boek uitgelezen. Het zou heel goed het meest walgelijke boek wat ooit geschreven is, kunnen zijn. Ik ben in staat geweest om het van voor tot achter te lezen zonder mij echt moreel verontwaardigd te voelen. Maar heeft het boek mij nou veranderd? Is het markies de Sade gelukt mij te perverteren? Ik vrees eigenlijk van niet. En dat ligt niet zo zeer aan dat ik volledig vastgeroest ben in mijn oude moraal. Als dat het geval zou zijn, zou ik me toch wel wat afkeer gevoeld moeten hebben.
Neem nu de volgende (zeldzame) passage die tussen de gruweldaden door een korte filosofische bespiegeling laat zien. Het onderwerp is een man die ter dood veroordeelde vrouwen in ruil voor bepaalde (niet echt frisse) diensten belooft vrij te laten. Hij breekt echter steevast zijn belofte, zodat de vrouwen alsnog sterven. De man in kwestie ontleent uit deze misdaden grootse lust. Curval, één van de hoofdpersonen van het verhaal, heeft grote bewondering voor deze man.
'That's a man I admire immensely. He has the perfect philosophy with regard to pleasure-taking; for why should any man, already restricted in all amusements, in all his faculties, further narrow the scope of his experiences due to prejudice? To categorize murder as a crime, for example, is to deny oneself a thousand different ecstaties, a thousand ways of killing, each more rewarding than the next; what nonsense. What the Devil difference can it make to Nature, who each year slaughters millions through disease and famine, if one man removes another five, ten, twenty souls from the planet? Conquerors, tyrants, kings - do they inhibit their achievements by adhering to such an absurd law? On the contrary, the desire to kill is without doubt the strongest imperative which Nature imprints upon our brains from birth, and relates directly to our very survival. But patience; I shall surely find a more opportune moment to expound these ideas; suffice to say that this is an area I have studied intensely, and I hope to convince you, as I am convinced, that all the impulses we follow in serving our true natures are neither good nor evil, neither right nor wrong, but merely the actions and reactions of forces set randomly adrift in this universe, that occasionally crash and collide.'
Dit lijkt misschien satirisch bedoeld, maar volgens mij meent markies de Sade dit bloedserieus. En ik kan me iets bij zijn bedoeling voorstellen. Maar volgen kan ik hem niet. Na het lezen van het boek kon ik alleen maar denken: ja, je kunt op die manier in het leven staan. Maar dan moet je het wel willen. Mij spreekt het totaal niet aan. Misschien ben ik daar toch te bekrompen voor. Maar misschien is bekrompenheid helemaal niet zo'n heel slechte eigenschap.

zondag 4 april 2010

Leeftijd en levenservaring

Soms praten mensen in termen van levenservaring. Ik sprak zo laatst iemand die dat deed. Zij kende bijvoorbeeld iemand van een jaar of 16, die ondanks zijn geringe leeftijd toch heel wijs en volwassen was, meer nog dan ikzelf.
Los van het feit dat ik het tamelijk ongepast vindt om mij op die manier met iemand te vergelijken, als je mij nog maar net kent, lijkt me een dergelijke claim bijzonder moeilijk te verdedigen. Ik ken de persoon in kwestie niet en het kan best zijn dat hij aardig wat heeft meegemaakt en behoorlijk volwassen in het leven staat voor zijn leeftijd. Ik heb zelf vaak genoeg mensen tegen gekomen die een stuk jonger dan ik waren, waarvan ik dacht: 'Wow, je hebt het eigenlijk best goed uitgevogeld voor je leeftijd. Zo ver was ik nog niet toen ik zo oud als jou was.'
Ik ben eigenlijk nog nooit iemand tegengekomen, die een stuk jonger dan ik was en waarvan ik dacht dat ik daar veel van kon leren over hoe in het leven te staan. Zulke mensen kom ik gewoon zelden tegen en nog nooit was zo iemand jonger dan ik. Dat kan aan mijn eigen arrogantie liggen. Of aan mijn onkunde om dit soort eigenschappen in andere mensen te herkennen. Maar ik denk dat er iets anders speelt.
Ik ben de beroerdste niet en probeer me iemand voor te stellen die op zijn zestiende al wijzer is dan ikzelf. Waar zou hij die kennis opgedaan moeten hebben. Hij kan dat niet allemaal uit eigen ervaring putten, dus hij zou zich dan op basis van verhalen van anderen, mogelijk zelfs boeken, in combinatie met zijn inlevingsvermogen een beeld van de situaties van anderen moeten vormen. Op basis daarvan zou hij een beeld kunnen hebben gekregen over hoe de wereld in elkaar zat.
Heel verwonderlijk is dat niet. Toen ik een jaar of 16 was, dacht ik ook te weten hoe de wereld ongeveer in elkaar zat. Later bleek dat ik eigenlijk bijzonder weinig wist. Het bleek ook dat de dingen die ik dacht te weten vaak niet waar waren. Ik heb die wijsheid niet opgedaan doordat ik elders een tegenstrijdige visie las. Ik heb aan de lijve moeten ondervinden dat mijn wereldvisie tekort schoot en uit bittere noodzaak heb ik hem moeten bijstellen. Die morele stress, dat gebrek aan houvast, is niet op basis van geleerde wijsheden te simuleren. Tot op zekere hoogte kunnen verhalen van derden (zoals vrienden) hetzelfde bereiken, maar dan alleen als je oprechte betrokkenheid bij die persoon voelt en niet wanneer je het als een curiositeit beschouwt.
Ik heb het gevoel dat ik zeker iets geleerd heb over de afgelopen jaren. Wat dat precies is, is niet in een paar woorden te vatten, maar het valt zeker niet onder 'levenservaring'. De term 'levenservaring' suggereert dat er sprake is van een natuurlijke ontwikkeling die voor iedereen hetzelfde is. Alsof je de hoeveelheid levenservaring zou kunnen meten en iedereen op een universele schaal zou kunnen zetten. Het is eigenlijk een best vieze term. Voor mij geef je gevoelsmatig met het gebruik van het woord al aan dat je die 'levenservaring' dus niet bezit.

zondag 28 maart 2010

Het gebruik van pijnlijke stiltes

Laatst was ik weer voor mijn studie in Maastricht. Tegen het einde van de avond liep ik richting het hotel, dat voor mij geregeld was. Plotseling kreeg ik via sms door dat mijn kamergenoot nog in de stad aan het borrelen met een paar mensen was. Hij nodigde mij ook uit. Ik was er eigenlijk niet zo voor in de stemming, maar ik liet mijn spullen achter en begaf me naar de borrellocatie.
Ik trof daar drie collega's aan die in hetzelfde traject als ik zitten (waaronder een ex van mij), een andere Maastrichtse student en willekeurige kerel die ze op de straat hadden ontmoet. Die laatste kerel miste een tand, droeg gangsterkleding en probeerde de hele tijd de bink uit te hangen. Hij claimde Columbiaans te zijn, maar hij sprak geen Spaans. Eigenlijk was hij gewoon bloedirritant. Normaal zou ik zo iemand nog wel even kunnen uitstaan, maar ik was al in een niet al te beste stemming.
De rest van het gezelschap was hem inmiddels ook alweer een tijdje zat. Ik had absoluut geen zin om hem te rehabiliteren. Ik besloot daarom op elke vraag die hij stelde een antwoord te geven waar hij niks mee kon. Zo zei hij bijvoorbeeld: 'Volgens is hij wel een mooie baas. Ben jij een mooie baas?' Ik wachtte even en antwoordde toen op de meest emotieloze manier waarop ik kon 'nee...'
Al spoedig waren er genoeg ongemakkelijke stiltes, maar de kerel bleef de hint maar niet snappen en nieuwe pogingen wagen. Op een gegeven moment vroeg hij: 'Ben je misschien homo?' Na een kort moment van nadenken was het enige mogelijke juiste antwoord: 'Ja...' en vervolgens zo'n 10 seconden later 'heb je daar een probleem mee?'
Het hielp allemaal niet. De kerel bleef erin volharden ons lastig te vallen. De rest van het gezelschap ging hem toen maar expliciet vragen of hij niet weg wilde gaan, omdat het wel weer mooi was geweest. Uiteindelijk moest dat verzoek nog door het barpersoneel herhaald worden, voordat hij echt vertrok. Hij liep naar buiten en ging op hetzelfde bankje zitten waar mijn gespreksgenoten hem hadden aangetroffen.
Eindelijk rust. De eerste die wat zei was mijn ex-vriendin. Oprecht geïnteresseerd en met een lichte slag van emotie in haar stem vroeg ze: 'Je bent toch niet echt homo?'

zondag 14 maart 2010

Een sociale paria

Laatst ging ik bij een collega van me langs. Zijn vriendin was er ook en er zouden ook allemaal vriendinnen van haar komen. De tv ging aan en we keken achtereenvolgens RTL Boulevard en X Factor. Bij RTL Boulevard viel ik keihard door de mand, doordat ik maar bijzonder weinig bekende Nederlanders kende. Bij het ene na na het andere item moest ik bekennen dat ik geen idee had wie de persoon in kwestie was of de naam misschien wel vagelijk gehoord had, maar geen idee hoe zo iemand er eigenlijk uit zag (Trijntje Oosterhuis). De Nederlandse showbizzwereld boeit me eigenlijk helemaal niets en daarom weet ik er ook niets van af.
Nee, dan X Factor. Ik had al in geen jaren een Idols-achtige talentenjacht op tv gezien. Ik wist dat ze nog steeds bestonden, maar het interesseert mij eigenlijk niet. Ik vind het leuk om ernaar te kijken als cultureel verschijnsel van de jaren 00 of in de hoop dat één van de sterretjes die daar gemaakt wordt op termijn uitgroeit tot daadwerkelijk een goede artiest. Dat is goed mogelijk, maar op het moment dat ze de talentenjacht gewonnen hebben, zijn ze in ieder geval nog steeds niet interessant genoeg om naar te luisteren. Ik probeerde maar heel hard op te gaan in de sfeer en heb me zo alsnog aardig vermaakt.
Daarna moest er een film op, 'The Hangover'. De film schijnt hilarisch te zijn. Al na een paar minuten kwamen de andere kijkers niet meer bij van het lachen. En ik maar denken 'ik vind het eigenlijk helemaal niet zo grappig'. Ik stoorde me ook bijzonder aan het verhaal. Want ondanks dat het verhaal gaat over een uit de hand gelopen vrijgezellenfeest in Las Vegas, hoef je er geen moment over te twijfelen dat alles goed zal komen. Ze komen er zelfs beter uit dan ze begonnen waren. Een authentieke Hollywood-feel good movie dus.
Maar goed, ik besloot wederom proberen op te gaan in de groep en kon uiteindelijk de film wel een beetje waarderen. Terwijl ik naar huis ging, dacht ik: 'hoe kan dat toch? Ik heb nauwelijks binding met vrijwel alles wat men interessant schijnt te vinden. Het lukt me niet om een brug te slaan naar hun belevingswereld. Ik ben eigenlijk een soort sociale paria. De samenleving voelt niet alsof ik er onderdeel van ben.'
Het zijn kwesties waar ik nog steeds niet uit ben. Maar ik denk dat het een verkeerde voorstelling van zaken is. Diep van binnen heb ik nog steeds het naïeve geloof dat ik iedereen zou moeten kunnen begrijpen en dat wat ik belangrijk vind ook door iedereen te begrijpen zou moeten zijn. Ik weet niet of dat een misvatting is, maar het is in ieder geval geen goede leidraad van het handelen. Soms moet je gewoon afstand kunnen nemen en concluderen dat niet alle onderdelen van de mainstreamcultuur voor jou weggelegd zijn. Dat geeft niet, ik bouw om mij heen wel mijn eigen netwerk van mensen met soortgelijke interesses en levensvisies. Ik wil een eigen subcultuur, heerlijk lijkt mij dat. Dan ben ik maar niet mainstream.

woensdag 10 maart 2010

Als ik je niet weer zie

Een kleine twee jaar geleden bracht Neil Diamond het prachtige album Home Before Dark uit. De producer van het album is Rick Rubin, onder andere bekend van de American Recordings platen van Johnny Cash.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik de rest van het werk van Neil Diamond niet zo goed ken, maar Home Before Dark is een topplaat, zowel muzikaal als tekstueel. Het begint al direct bij de eerste noten van If I Don't See You Again, een prachtig nummer over een liefde die nooit wat wordt, maar waarbij ze uit de vermoeidheid van het zoeken naar een relatie toch geneigd zijn elkaar weer op te zoeken. Bijna iedere keer dat ik het hoor, raak daavan oprecht ontroerd.
Neem nou de volgende tekst:
It's time for saying goodbye
'Cause if I stay for too long
You'd get to know me too well
And find that something is wrong

Ik vind dat prachtig. Eigenlijk zou ik willen dat ik dat moment zelf nog eens meemaken en dat ik dat tegen een meisje zou kunnen zeggen en dat het als zodanig overkomt.
Ik had het hierover met een vriend van mij. Hij dacht even na en antwoordde toen: 'Ik betwijfel eigenlijk of die tekst bedoeld is als versiertruc.'

zaterdag 6 maart 2010

Oude vrienden, nieuwe vrienden

Gisteren was ik jarig. Voor de gelegenheid gaf ik een feestje, iets kleiner dan normaal, omdat ik door de winter niet meer mensen naar het balkon verbannen. Het viel iets kleiner uit dan normaal. Zoals dat zo vaak gaat, krijg je op de dag van het feestje zelf vooral afmeldingen te verwerken. Veelal hadden ze goede redenen om niet te komen, zoals deadlines, Tankerweekend, oververmoeidheid of anderszins drukte. Ik heb begrip voor elk individueel geval dat ze niet gekomen zijn. Maar van de 10 mensen die ik uit Groningen had uitgenodigd, is er welgeteld één verschenen. Dat doet vermoeden dat er meer aan de hand is dan een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Blijkbaar zit er toch waarheid in het spreekwoord, uit het oog, uit het hart.
Aan de andere kant kan ik me er niet heel slecht onder voelen. Het feestje was desondanks geweldig leuk, met ook veel vrienden uit Utrecht. Aan de cocktails zijn we eigenlijk niet meer toegekomen en mede als gevolg daarvan ben ik vandaag best fris. Ik ga zo nog een paar dingen in de stad doen en dan vanavond alweer naar een nieuw feestje, waar ik gisteravond voor ben uitgenodigd. Het leven bruist weer een beetje.