Ik kreeg laatst een brief van mijn oude universiteit uit die prachtige stad in het noorden van het land. En nog afgezien van het rode logo op de voorkant, herkende ik ook het Rijksuniversiteit Groningengevoel aan het gebruikte lettertype. Toen ik de envelop openscheurde, zag ik dat de envelop een rode voering had met witte strepen er doorheen. Het was een prachtig stukje werk en ik voelde me gelijk weer trots om een beetje deel te zijn van deze universiteit.
Toch grappig dat ik mij na bijna twee jaar nog steeds verbonden voel met de universiteit. Dat zal misschien deels komen doordat ik nog vaak in Groningen ben en het een topstad vind, maar ook deels omdat ik de RuG gewoon altijd als een heel prettige universiteit heb ervaren.
De brief ging erover of ik mee wou doen aan één of andere onderwijsmonitor. Ik zou dan op internet een vragenlijst moeten invullen en het zou zo'n 10 minuten duren. Normaal gesproken zou ik zulke oproepen volledig negeren. Maar nu kon ik eigenlijk niet meer terug: ik heb het enquêtetje ingevuld, hoor. (Natuurlijk zegt zo'n enquête niks als alleen de tevreden mensen hem gaan invullen, maar misschien kunnen ze er nog wel iets relatiefs over zeggen (ten opzichte van andere jaren, andere universiteiten).)
maandag 14 december 2009
zaterdag 12 december 2009
We can build an island
Vannacht heb ik iets wonderbaarlijks gedroomd. Zoals vanouds ging het weer over van alles en nog wat. Het ging over het huis naast mijn appartement dat uit enkel een deur bestond, maar daarvan had ik wel de sleutel, wat ik mocht uitleggen aan de politie. Dat lukte vervolgens feilloos, want de politie was bijzonder goed van begrip. Vervolgens ben ik door naar appartement gegaan en kwam ik daar mijn hond (die ik blijkbaar had) tegen. Ik was al een paar dagen niet thuis geweest dus hij had al die dagen niet gegeten. Hij was wat vermagerd, maar zijn stemming leek nog opperbest. Voordat ik wegging heb ik was chocola en kruidnoten achtergelaten voor hem en hem geleerd dat te eten. Toen ik wegging, hoorde ik van mijn buren dat de hond haar wel gebeten had.
Zoals ik dus zei, mijn droom ging helemaal nergens over. Dat heb je soms met dromen. Maar de droom eindigde in ieder geval met een muzieknummer wat ik ter plaatse bij elkaar droomde. Ik speelde een gitaar en het begon als een blues. Tegen de tijd dat het bij de bridge kwam, ging het over in een stukje waar de enige muzikale begeleiding bestond uit het ritmisch slaan op de gitaarkast. De laatste zin van de bridge (We can build an island) herhaalde ik daarna veel terwijl ik met een crescendo aan elektrische gitaren rifjes aan het improviseren was.
Ongeveer op dit punt werd ik wakker met een fijn creatief gevoel. Ik zou het nummer graag willen opschrijven en willen spelen. Er is alleen één probleem: ik kan helemaal geen gitaar spelen. Ik kan eigenlijk geen enkel muziekinstrument spelen. Het is des te verwonderlijk dat ik dus wel bij elkaar kan dromen dat ik een liedje schrijf (en dan in mijn droom daadwerkelijk een nieuw liedje te schrijven). In sommige levensgeschiedenissen zou ik nu naar de winkel rennen om een gitaar te kopen en een paar boekjes die mij moeten leren hoe ik die gitaar moet spelen. Later, als ik zou doorgebroken zijn, zou ik dan in magazines kunnen vertellen over hoe ik mijn eerste nummer gedroomd heb en dat mij geïnspireerd heeft om muziek te schrijven.
Ik denk dat ik het toch maar niet doe. Mijn rush van enthousiasme is onvoldoende om zo'n wild project volledig te voltooien. Ik droom enkel even fijn weg, terwijl in mijn hoofd de magische zin blijft herhalen 'We can build an island'. Ik kan hem hardop niet op dezelfde manier herhalen. Ik koester dus mijn herinnering als iets van echt volledig van mij is en ik nooit aan de rest van de wereld zou kunnen uitleggen.
Zoals ik dus zei, mijn droom ging helemaal nergens over. Dat heb je soms met dromen. Maar de droom eindigde in ieder geval met een muzieknummer wat ik ter plaatse bij elkaar droomde. Ik speelde een gitaar en het begon als een blues. Tegen de tijd dat het bij de bridge kwam, ging het over in een stukje waar de enige muzikale begeleiding bestond uit het ritmisch slaan op de gitaarkast. De laatste zin van de bridge (We can build an island) herhaalde ik daarna veel terwijl ik met een crescendo aan elektrische gitaren rifjes aan het improviseren was.
Ongeveer op dit punt werd ik wakker met een fijn creatief gevoel. Ik zou het nummer graag willen opschrijven en willen spelen. Er is alleen één probleem: ik kan helemaal geen gitaar spelen. Ik kan eigenlijk geen enkel muziekinstrument spelen. Het is des te verwonderlijk dat ik dus wel bij elkaar kan dromen dat ik een liedje schrijf (en dan in mijn droom daadwerkelijk een nieuw liedje te schrijven). In sommige levensgeschiedenissen zou ik nu naar de winkel rennen om een gitaar te kopen en een paar boekjes die mij moeten leren hoe ik die gitaar moet spelen. Later, als ik zou doorgebroken zijn, zou ik dan in magazines kunnen vertellen over hoe ik mijn eerste nummer gedroomd heb en dat mij geïnspireerd heeft om muziek te schrijven.
Ik denk dat ik het toch maar niet doe. Mijn rush van enthousiasme is onvoldoende om zo'n wild project volledig te voltooien. Ik droom enkel even fijn weg, terwijl in mijn hoofd de magische zin blijft herhalen 'We can build an island'. Ik kan hem hardop niet op dezelfde manier herhalen. Ik koester dus mijn herinnering als iets van echt volledig van mij is en ik nooit aan de rest van de wereld zou kunnen uitleggen.
donderdag 10 december 2009
Vakkenvuller
Gisteren sprak ik een meisje met wel een aardig schattig en romantisch verhaal. De jongen in kwestie was de vakkenvuller op de supermarkt waar zij vaak naar toe ging. De enige reden dat ze er ook vaak naar toe ging, was omdat hij er werkte. Het was ook nog zo'n Spar Express supermarkt, dus het was ook nog eens bijzonder duur om daar als standaard supermarkt heen te gaan. Maar goed, dat hinderde haar blijkbaar allemaal niet, want toch ging ze. Drie keer per dag. Elke dag? Nee, soms ging ze niet. Ze wist namelijk al vrij snel wanneer hij werkte en ging precies op die dagen naar de supermarkt.
Deze situatie ging lang door. Steeds bleef het bij glimlachen en flirterig praten. Na ongeveer een jaar kwam hij met de trieste mededeling dat hij ergens anders ging werken, een degelijke baan nemen. En zelfs op dit ultieme ogenblik vroeg hij haar niet mee uit. Het meisje was geschokt en besloot in haar woede het er verder bij te laten. Ze dacht 'stik er dan maar in'.
Maar toen die woede een paar dagen later éénmaal gekalmeerd was, besloot ze toch actie te ondernemen. Ze ging informatie over hem navragen en heeft hem weten op te sporen.
Je zou verwachten dat het verhaal nu tot zijn bittere conclusie zou komen. En geloof mij, ik zou niets lievers willen dan op dit moment een harde ontknoping in te voegen, waarin wederzijds onbegrip tot pijnlijke situaties leidt. Een beetje cynisme is mij niet vreemd. Maar ik wil de werkelijkheid ook niet te veel geweld aandoen. Het feit is namelijk dat ze hem heeft weten te vinden en dat ze nu al enige tijd een gelukkige relatie met hem heeft. Het blijkt dus dat soms jongens echt gewoon verlegen zijn. De jongen durfde het niet aan de eerste stap te zetten, hij kon het gewoon niet. Zelfs na een jaar met ontzettend veel mogelijkheden heeft hij nagelaten het meisje mee uit te vragen en was hij zelfs tot op het laatste moment ertoe bereid de consequenties daarvan te dragen. Het kwam allemaal niet uit onwil, maar uit onvermogen.
Deze situatie ging lang door. Steeds bleef het bij glimlachen en flirterig praten. Na ongeveer een jaar kwam hij met de trieste mededeling dat hij ergens anders ging werken, een degelijke baan nemen. En zelfs op dit ultieme ogenblik vroeg hij haar niet mee uit. Het meisje was geschokt en besloot in haar woede het er verder bij te laten. Ze dacht 'stik er dan maar in'.
Maar toen die woede een paar dagen later éénmaal gekalmeerd was, besloot ze toch actie te ondernemen. Ze ging informatie over hem navragen en heeft hem weten op te sporen.
Je zou verwachten dat het verhaal nu tot zijn bittere conclusie zou komen. En geloof mij, ik zou niets lievers willen dan op dit moment een harde ontknoping in te voegen, waarin wederzijds onbegrip tot pijnlijke situaties leidt. Een beetje cynisme is mij niet vreemd. Maar ik wil de werkelijkheid ook niet te veel geweld aandoen. Het feit is namelijk dat ze hem heeft weten te vinden en dat ze nu al enige tijd een gelukkige relatie met hem heeft. Het blijkt dus dat soms jongens echt gewoon verlegen zijn. De jongen durfde het niet aan de eerste stap te zetten, hij kon het gewoon niet. Zelfs na een jaar met ontzettend veel mogelijkheden heeft hij nagelaten het meisje mee uit te vragen en was hij zelfs tot op het laatste moment ertoe bereid de consequenties daarvan te dragen. Het kwam allemaal niet uit onwil, maar uit onvermogen.
dinsdag 8 december 2009
Duizend ervaringen
In het boek dat ik nu lees, merkt de hoofdpersoon op 'van de duizend dingen die we meemaken, brengen we er hooguit één ter sprake'. Terwijl ik dit typ, luister ik naar snoeioude jazz en hoor ik duizend tonen tegelijkertijd en ik kan ze geen van alle ter sprake brengen. Ik kan een aantal woorden proberen om de totale ervaring te duiden. En zelfs daar zou ik enorme moeite voor moeten doen.
Dat ligt niet specifiek aan de jazz, dat heb ik bij alle muziek. Ik heb ook duizend kleine ervaringen. Ergens in mijn hersenen moet er een selectie gemaakt worden. En van die vele ervaringen zijn er slechts een handvol die ik bewust onderga. Het overgrote deel van die observaties, daar zwijg ik over, niet omdat het mijn persoonlijke geheim is, maar omdat ik inschat dat ik interessantere dingen te vertellen heb. (Of dat echt zo is, is natuurlijk maar de vraag.)
Iedereen kent wel mensen die ontzettend veel mee lijken te maken. Altijd hebben ze wel één of ander verhaal. Vroeger voelde ik mij wel eens de saaie kerel die niet zo'n sprankelend leven had als dat soort mensen. Maar de laatste tijd komt het steeds vaker voor dat ik degene ben die iedere keer wel weer duizend dingen heeft meegemaakt die het vertellen waard zijn.
Toen gisteren na een lang weekend op het werk kwam, kon ik vertellen over een feestje waar ik geweest ben, een sinterklaasavond die ik heb meegemaakt en een verzameling vrienden die ik heb opgezocht. Ik heb het gevoel dat ik veel heb meegemaakt, wel meer dan duizend. Maar ben ik daarin echt zo anders? Is mijn leven echt zoveel interessanter dan het leven van de zwijgende toehoorders? In principe moeten zij ook net zoveel ervaringen hebben gehad, maar zij vinden het blijkbaar niet interessant genoeg om met de wereld te delen. En dat vind ik eigenlijk een beetje jammer.
Ik heb een vriendin die iedere keer als ik haar zie weer in een paar belachelijke situaties terecht is gekomen. Iedere keer vertelt ze het met het grootste gemak, alsof het niets bijzonders is. En voor haar is het ook niets bijzonders. Misschien is het slechts door de manier waarop zij haar ervaringen vertelt, dat ik ieder keer denk dat haar weer iets belachelijks en uitzonderlijks is overkomen. Als meer mensen dat nou zouden kunnen, zou ik het in ieder geval een betere wereld vinden.
Dat ligt niet specifiek aan de jazz, dat heb ik bij alle muziek. Ik heb ook duizend kleine ervaringen. Ergens in mijn hersenen moet er een selectie gemaakt worden. En van die vele ervaringen zijn er slechts een handvol die ik bewust onderga. Het overgrote deel van die observaties, daar zwijg ik over, niet omdat het mijn persoonlijke geheim is, maar omdat ik inschat dat ik interessantere dingen te vertellen heb. (Of dat echt zo is, is natuurlijk maar de vraag.)
Iedereen kent wel mensen die ontzettend veel mee lijken te maken. Altijd hebben ze wel één of ander verhaal. Vroeger voelde ik mij wel eens de saaie kerel die niet zo'n sprankelend leven had als dat soort mensen. Maar de laatste tijd komt het steeds vaker voor dat ik degene ben die iedere keer wel weer duizend dingen heeft meegemaakt die het vertellen waard zijn.
Toen gisteren na een lang weekend op het werk kwam, kon ik vertellen over een feestje waar ik geweest ben, een sinterklaasavond die ik heb meegemaakt en een verzameling vrienden die ik heb opgezocht. Ik heb het gevoel dat ik veel heb meegemaakt, wel meer dan duizend. Maar ben ik daarin echt zo anders? Is mijn leven echt zoveel interessanter dan het leven van de zwijgende toehoorders? In principe moeten zij ook net zoveel ervaringen hebben gehad, maar zij vinden het blijkbaar niet interessant genoeg om met de wereld te delen. En dat vind ik eigenlijk een beetje jammer.
Ik heb een vriendin die iedere keer als ik haar zie weer in een paar belachelijke situaties terecht is gekomen. Iedere keer vertelt ze het met het grootste gemak, alsof het niets bijzonders is. En voor haar is het ook niets bijzonders. Misschien is het slechts door de manier waarop zij haar ervaringen vertelt, dat ik ieder keer denk dat haar weer iets belachelijks en uitzonderlijks is overkomen. Als meer mensen dat nou zouden kunnen, zou ik het in ieder geval een betere wereld vinden.
maandag 30 november 2009
Zoeken
Niet lang geleden zijn we op werk verhuisd naar een andere verdieping. Een groot deel van de net iets minder belangrijke dossiers staat nog in verhuisdozen boven op de kast. En als je dan zo'n dossier nodig hebt, moet je al die dozen doorzoeken en dan zul je altijd zien dat het dossier pas in de allerlaatste doos zit.
'Nogal wiedes dat hij in de laatste doos zit,' zegt een collega van me. 'Zodra je hem gevonden hebt, houd je toch op met zoeken.'
'Nogal wiedes dat hij in de laatste doos zit,' zegt een collega van me. 'Zodra je hem gevonden hebt, houd je toch op met zoeken.'
donderdag 26 november 2009
Ik houd van vrouwen
Ik houd van vrouwen, misschien nog wel meer dan van mannen. Sommige van mijn beste vrienden zijn vrouwen en als ik mijn vriendenkring iets ruimer opvat dan slechts mijn allerbeste vrienden, is het redelijk 50/50 verdeeld tussen mannen en vrouwen. Sommige mensen geloven dat seksuele spanning vriendschappen tussen mannen en vrouwen onmogelijk maakt en misschien hebben ze wel een punt. De meisjes waar ik iets mee heb gehad, zijn maar zelden goede vrienden van mij geworden. Misschien is dat deels mijn eigen schuld en misschien ook wel een beetje hun schuld. De precieze redenen kunnen me ook weer niet zo veel schelen. Het is gewoon een ietwat jammere constatering.
Dus als ik nu een leuke jongedame tegenkom, ben ik gewoon puur uit tactische overwegingen niet gelijk meer romantisch geïnteresseerd in haar. In mijn beperkte ervaringen zijn relaties kort en geven ze lang niet zo veel bevrediging als een goede langlopende vriendschap. Het is dus veel verstandiger om in te zetten op een vriendschappelijke band, daar heb je een stuk langer en een stuk meer plezier aan.
Zo'n vriendschap ontstaat echter niet vanzelf. Er is eerst enige toenadering voor nodig. Zulke toenadering is altijd lastig, omdat je het risico loopt om keihard op je bek te gaan. Bij vrouwen is daar nog een extra complicerende factor: het gevaar verkeerd begrepen te worden. Want ook al ben ik niet gelijk romantisch geïnteresseerd, toch kan een voorstel om iets af te spreken, een schouderklopje of een vrolijke sms gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Wellicht kan ik duidelijk en openhartiger zijn, maar soms is het juist weer de openhartigheid die verkeerd gelezen wordt. Maar als ik mensen tof vind, dan vind ik ze ook echt heel tof, ook al betekent dat niet automatisch dat ik er gelijk mee naar bed wil, trouwen, kinderen krijgen of meer van dat alles.
Als ik heel eerlijk ben, zit ik voorlopig helemaal niet zo te wachten op een relatie. Natuurlijk verlang ik wel (binnen normale proporties) naar een steun en toeverlaat, maar ik vind eigenlijk het wel prima hoe ik nu leef. Morgen kan ik me natuurlijk volkomen anders voelen, maar dat is nou juist het heerlijke van deze manier van leven: de vrijheid. En er zijn weinig dingen fijner dan die vrijheid te kunnen delen met gelijkgestemden, maar dan moeten ze je eerst wel goed kunnen begrijpen. Ik zal ze het in geen geval al te gemakkelijk maken.
Dus als ik nu een leuke jongedame tegenkom, ben ik gewoon puur uit tactische overwegingen niet gelijk meer romantisch geïnteresseerd in haar. In mijn beperkte ervaringen zijn relaties kort en geven ze lang niet zo veel bevrediging als een goede langlopende vriendschap. Het is dus veel verstandiger om in te zetten op een vriendschappelijke band, daar heb je een stuk langer en een stuk meer plezier aan.
Zo'n vriendschap ontstaat echter niet vanzelf. Er is eerst enige toenadering voor nodig. Zulke toenadering is altijd lastig, omdat je het risico loopt om keihard op je bek te gaan. Bij vrouwen is daar nog een extra complicerende factor: het gevaar verkeerd begrepen te worden. Want ook al ben ik niet gelijk romantisch geïnteresseerd, toch kan een voorstel om iets af te spreken, een schouderklopje of een vrolijke sms gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Wellicht kan ik duidelijk en openhartiger zijn, maar soms is het juist weer de openhartigheid die verkeerd gelezen wordt. Maar als ik mensen tof vind, dan vind ik ze ook echt heel tof, ook al betekent dat niet automatisch dat ik er gelijk mee naar bed wil, trouwen, kinderen krijgen of meer van dat alles.
Als ik heel eerlijk ben, zit ik voorlopig helemaal niet zo te wachten op een relatie. Natuurlijk verlang ik wel (binnen normale proporties) naar een steun en toeverlaat, maar ik vind eigenlijk het wel prima hoe ik nu leef. Morgen kan ik me natuurlijk volkomen anders voelen, maar dat is nou juist het heerlijke van deze manier van leven: de vrijheid. En er zijn weinig dingen fijner dan die vrijheid te kunnen delen met gelijkgestemden, maar dan moeten ze je eerst wel goed kunnen begrijpen. Ik zal ze het in geen geval al te gemakkelijk maken.
dinsdag 17 november 2009
Er niet voor gemaakt
Laatst sprak ik met een vriend van mij over alles en nog wat wat wij de laatste tijd (en iets langer geleden) hebben meegemaakt. Het was bijzonder gezellig en soms ook wel diepgravend. Ik hoorde ook over een vriendinnetje van hem wat niets is geworden.
'Ja' zei hij, 'daardoor ben ik wel tot het besef gekomen dat ik niet echt gemaakt ben voor scharrels.'
'Ik ook niet,' antwoordde ik direct. Toen dacht ik een seconde na en zei ik: 'Ik ben eigenlijk ook niet gemaakt voor relaties. Zo is nou eenmaal hoe het gaat. Mensen zijn nergens voor gemaakt en toch moeten we het er maar mee doen.'
Hij knikte instemmend. Ergens is zoiets ook wel weer mooi.
'Ja' zei hij, 'daardoor ben ik wel tot het besef gekomen dat ik niet echt gemaakt ben voor scharrels.'
'Ik ook niet,' antwoordde ik direct. Toen dacht ik een seconde na en zei ik: 'Ik ben eigenlijk ook niet gemaakt voor relaties. Zo is nou eenmaal hoe het gaat. Mensen zijn nergens voor gemaakt en toch moeten we het er maar mee doen.'
Hij knikte instemmend. Ergens is zoiets ook wel weer mooi.
Abonneren op:
Posts (Atom)