Ik heb de afgelopen paar dagen al niet zo bijzonder goed geslapen en toch braaf op tijd op gestaan, dus ik was vanavond bijzonder moe. Ik ging echter naar bed met allerlei nieuwe ideeën en terwijl ik in bed lag, begon ik die steeds verder uit te denken. In dat proces werd ik steeds enthousiaster en dus was de slaap steeds verder weg. Uiteindelijk had ik ook wel door dat dit geen zin had en ben toen maar even uit bed gegaan om die ideeën maar op papier te zetten. Na een paar minuten kwam ik er al achter dat de ideeën helemaal niet zo goed en revolutionair waren als ik daarvoor bedacht had.
Ik dook het bed weer in en hoopte nu de slaap toch wel snel te vatten. Ik voelde mijn spieren verslappen, mijn aandacht weg zakken en ik wachtte op het moment dat de slaap zich meester van mij zou maken. Steeds voelde ik mij alsof ik elk moment weg kon zijn. Het enige wat mij nog wakker hield waren mijn hersenen die elke ervaring in zich op probeerden te nemen. Het is niet elke dag dat je het moment voordat je in slaap valt zo bewust meemaakt.
Maar het duurde steeds langer en nog steeds was ik niet weg. Ik besloot maar wat dingen te proberen, volledig op te gaan in allerlei beelden, iets anders gaan liggen. Het hielp allemaal niet. Als laatste redmiddel besloot ik maar mezelf erbij neer te leggen. Als ik nou zou kunnen accepteren dat het niet ging lukken om vandaag te slapen, misschien dat ik dan alsnog geluk heb. Maar helaas, juist doordat ik te graag in slaap wil vallen, lukt het niet en ik kan mezelf in dit opzicht niet voor de gek houden. Daar ben ik blijkbaar te slim voor.
Ik duik er toch maar weer in. Ooit moet het toch lukken om in slaap te vallen. Een volle nacht zal het niet meer worden. Hopelijk slaap ik er morgen des te beter om.
maandag 22 februari 2010
woensdag 17 februari 2010
Meer ellende graag
Ooit had ik het idee dat als je ouder wordt, je steeds meer van de wereld zult begrijpen. Waar ik dat idee precies op baseerde, weet ik niet, ik denk dat ik een soort naïef geloof in een overzichtelijke wereld had. In ieder geval dacht ik toen ik van de middelbare school afkwam wel aardig te weten hoe de wereld ongeveer in elkaar zitten. Ik dacht dat ik wist wie ik zelf was, wat ik kon en wat ik niet kon. De jaren daarna leerde ik veel dingen doen, die ik niet in mezelf gezocht had. Mijn zelfbeeld veranderde totaal. Ook mijn blik op de wereld veranderde: wat ik eerst voor waar aan nam, bleek alleen onder bepaalde omstandigheden te werken en in andere omstandigheden totale onzin. De geordende wereld die ik kende, bleek eindeloos veel complexer te zijn en ik leerde wennen aan die complexiteit. De onoverzichtelijkheid maakte ik tot mijn bondgenoot. Ik speelde met het gebrek aan houvast en met de vluchtige betekenis van woorden.
Vaak genoeg lijken levensgeschiedenissen andersom te gaan. Mensen weten vaak als puber niet wat ze willen en wie ze eigenlijk zijn. Ze voelen zich verloren en onbegrepen. Daarna komen ze zichzelf een paar keer keihard tegen en leren ze zichzelf te begrijpen. Je moet door het stof gaan om te begrijpen wat je eigen grenzen zijn. Dat is niet fijn, maar het zet je onder druk om een keuze te maken. Daarna weet je waar je voor staat, wie je wilt zijn en ga je daar ook naar te leven. Dat geeft je een gevoel van richting en dat is wel weer handig in het leven.
Ik leg me echter niet snel neer bij een besef van bepaalde tekortkomingen van mezelf. Ik ontwikkel er meerder perspectieven op, bagatelliseer het of zie het als een overkombare tekortkoming. Linksom of rechts om vind ik wel een manier om in die staat van onzekerheid te blijven en de keuze over wie ik écht ten diepste wil zijn uit te stellen. Stiekem houd ik er wel van dat ik mezelf nog steeds niet heb vastgelegd. Dan kan ik dat ongemakkelijke gevoel van richtingloosheid er nog wel bij gebruiken. Ik ben daar inmiddels al wel een beetje aan gewend. Ik weet niet of ik daar wel afscheid van zou willen nemen.
Andere mensen maken de keuze wie ze willen zijn eerder. Op zijn nieuwste album zingt Eels 'I don't need any more misery to teach me what I should be.' Dat punt heb ik nog niet bereikt. Wat dat betreft, kan ik nog wel wat meer ellende gebruiken. Eigenlijk is mijn leven veel te simpel.
Vaak genoeg lijken levensgeschiedenissen andersom te gaan. Mensen weten vaak als puber niet wat ze willen en wie ze eigenlijk zijn. Ze voelen zich verloren en onbegrepen. Daarna komen ze zichzelf een paar keer keihard tegen en leren ze zichzelf te begrijpen. Je moet door het stof gaan om te begrijpen wat je eigen grenzen zijn. Dat is niet fijn, maar het zet je onder druk om een keuze te maken. Daarna weet je waar je voor staat, wie je wilt zijn en ga je daar ook naar te leven. Dat geeft je een gevoel van richting en dat is wel weer handig in het leven.
Ik leg me echter niet snel neer bij een besef van bepaalde tekortkomingen van mezelf. Ik ontwikkel er meerder perspectieven op, bagatelliseer het of zie het als een overkombare tekortkoming. Linksom of rechts om vind ik wel een manier om in die staat van onzekerheid te blijven en de keuze over wie ik écht ten diepste wil zijn uit te stellen. Stiekem houd ik er wel van dat ik mezelf nog steeds niet heb vastgelegd. Dan kan ik dat ongemakkelijke gevoel van richtingloosheid er nog wel bij gebruiken. Ik ben daar inmiddels al wel een beetje aan gewend. Ik weet niet of ik daar wel afscheid van zou willen nemen.
Andere mensen maken de keuze wie ze willen zijn eerder. Op zijn nieuwste album zingt Eels 'I don't need any more misery to teach me what I should be.' Dat punt heb ik nog niet bereikt. Wat dat betreft, kan ik nog wel wat meer ellende gebruiken. Eigenlijk is mijn leven veel te simpel.
woensdag 10 februari 2010
Borrelpraat
Ik was gisteren op een borrel van fiscaal rechtstudenten in Maastricht. Het was op zich reuzegezellig en ik ben ook tot vrij laat gebleven. Toch blijven die fiscalisten toch wel een ander volkje dan wat ik gewend ben. Eén kerel vertelde over iemand die zich gespecialiseerd had in pensioenen. "Dat heeft hij echt slim bekeken, want dat doen maar weinig mensen." Ik dacht altijd dat je gewoon werk deed wat je wel leuk vond. Je gaat toch niet specialiseren puur alleen uit arbeidsmarktperspectief (en dan zeker niet in zoiets saais als pensioenen). Ik doe dat in ieder geval niet, ik doe gewoon waar ik zin in heb (en daarbij geld verdienen is mooi meegenomen).
Sowieso vind ik de neiging op borrels maar over je studie te gaan praten niet echt bevorderlijk voor de gezelligheid. Andere onderwerpen dan maar. Ik schiet de standaardonderwerpen af (seks, drugs en rock 'n roll) en zoals gewoonlijk kiezen mijn gesprekspartners 'seks' uit als favoriete onderwerp. Dus we wisselen wat verhalen over en weer uit en de gezelligheid stijgt weer naar een acceptabel niveau. "Wat meisjes echt leuk vinden, is als je ze onverdeelde aandacht geeft." Nou, dat doe ik dus niet, niet zonder meer althans. Ik doe het alleen als ik iemand echt leuk vind en anders vind ik het toch een beetje onoprecht voelen. "Ja, dat is dus verkeerd." Ik weet het niet, hoor. Misschien krijg ik daar wel minder meisjes door, maar dat is verder ook wel goed. Ik ben best tevreden met mijn status als vrijgezel momenteel. Ik ga er vanuit dat ik nog wel weer een keer verliefd ga worden, maar als dat niet gebeurt vind ik het ook prima. Ik ben niet zo resultaatgericht in dat soort dingen.
Raar volkje, die fiscalisten. Of ben ik misschien zelf de afwijking? Is de rest van de wereld wel allemaal zo resultaat- en prestigegericht? Ik weet het niet, ik voel me in ieder geval niet echt als een buitenstaander, ook niet op mijn werk. Maar onze afdeling is dan ook gevuld met zonderlinge types met veel toewijding. En ik vind dat mooi. Mijn baas vind dat ook mooi. Hij schijnt echter wel laatst tegen een collega verzucht te hebben: "Eigenlijk is iedereen op onze afdeling wel op de een of de andere manier raar. Misschien is Leendert wel de enige die normaal is." De collega in kwestie vertelde mij laatst dit verhaal (wederom op een borrel) en voegde eraan toe: "Toen heb ik hem maar uit de droom geholpen en verteld dat jij ook niet normaal was."
Ik kon daar kostelijk om lachen. We zijn maar een stelletje vreemde kerels en dat is bedoeld als compliment. Anders zijn was nog nooit zo leuk. Ik had van de week voor het eerst een momentje dat ik het woord 'Cleo' dacht, terwijl ik eigenlijk 'PwC' bedoelde. Het geeft aan dat de gevoelswaarde van beide termen steeds meer naar elkaar toegroeit. Ik begin echt wel binding te krijgen en dan vooral met de mensen in mijn team. Het duurt bij mij altijd even, maar dan heb je ook wat.
Wat dan te doen aan mensen op borrels die op een heel andere (voornamelijk saaiere) manier in het leven staan? Ik viel gister op een gegeven moment terug in mijn aloude tactiek: volledige onzin uit gaan kramen en wel zien waar het schip strandt. Uiteraard ging het gesprek weer over mijn ietwat merkwaardige traject hoe ik in de fiscaliteit terecht ben gekomen, een verhaal wat ik inmiddels wel duizenden keren heb moeten vertellen. Op een gegeven moment vroeg zo'n kerel of het niet zwaar was om in 2 dagen zo'n hele studie te doen. "Nee," antwoordde ik, "laten we eerlijk zijn. Zo'n studie stelt toch helemaal niks voor." Ik denk dat ik een beetje op hun trots had getrapt, want ze wisten niet hoe snel ze het gesprek moesten beëindigen. Ach, ze overleven het wel.
Sowieso vind ik de neiging op borrels maar over je studie te gaan praten niet echt bevorderlijk voor de gezelligheid. Andere onderwerpen dan maar. Ik schiet de standaardonderwerpen af (seks, drugs en rock 'n roll) en zoals gewoonlijk kiezen mijn gesprekspartners 'seks' uit als favoriete onderwerp. Dus we wisselen wat verhalen over en weer uit en de gezelligheid stijgt weer naar een acceptabel niveau. "Wat meisjes echt leuk vinden, is als je ze onverdeelde aandacht geeft." Nou, dat doe ik dus niet, niet zonder meer althans. Ik doe het alleen als ik iemand echt leuk vind en anders vind ik het toch een beetje onoprecht voelen. "Ja, dat is dus verkeerd." Ik weet het niet, hoor. Misschien krijg ik daar wel minder meisjes door, maar dat is verder ook wel goed. Ik ben best tevreden met mijn status als vrijgezel momenteel. Ik ga er vanuit dat ik nog wel weer een keer verliefd ga worden, maar als dat niet gebeurt vind ik het ook prima. Ik ben niet zo resultaatgericht in dat soort dingen.
Raar volkje, die fiscalisten. Of ben ik misschien zelf de afwijking? Is de rest van de wereld wel allemaal zo resultaat- en prestigegericht? Ik weet het niet, ik voel me in ieder geval niet echt als een buitenstaander, ook niet op mijn werk. Maar onze afdeling is dan ook gevuld met zonderlinge types met veel toewijding. En ik vind dat mooi. Mijn baas vind dat ook mooi. Hij schijnt echter wel laatst tegen een collega verzucht te hebben: "Eigenlijk is iedereen op onze afdeling wel op de een of de andere manier raar. Misschien is Leendert wel de enige die normaal is." De collega in kwestie vertelde mij laatst dit verhaal (wederom op een borrel) en voegde eraan toe: "Toen heb ik hem maar uit de droom geholpen en verteld dat jij ook niet normaal was."
Ik kon daar kostelijk om lachen. We zijn maar een stelletje vreemde kerels en dat is bedoeld als compliment. Anders zijn was nog nooit zo leuk. Ik had van de week voor het eerst een momentje dat ik het woord 'Cleo' dacht, terwijl ik eigenlijk 'PwC' bedoelde. Het geeft aan dat de gevoelswaarde van beide termen steeds meer naar elkaar toegroeit. Ik begin echt wel binding te krijgen en dan vooral met de mensen in mijn team. Het duurt bij mij altijd even, maar dan heb je ook wat.
Wat dan te doen aan mensen op borrels die op een heel andere (voornamelijk saaiere) manier in het leven staan? Ik viel gister op een gegeven moment terug in mijn aloude tactiek: volledige onzin uit gaan kramen en wel zien waar het schip strandt. Uiteraard ging het gesprek weer over mijn ietwat merkwaardige traject hoe ik in de fiscaliteit terecht ben gekomen, een verhaal wat ik inmiddels wel duizenden keren heb moeten vertellen. Op een gegeven moment vroeg zo'n kerel of het niet zwaar was om in 2 dagen zo'n hele studie te doen. "Nee," antwoordde ik, "laten we eerlijk zijn. Zo'n studie stelt toch helemaal niks voor." Ik denk dat ik een beetje op hun trots had getrapt, want ze wisten niet hoe snel ze het gesprek moesten beëindigen. Ach, ze overleven het wel.
zaterdag 6 februari 2010
Muziek over de generaties
Ik had vandaag een gedachte. De meeste mensen die ik ken zijn opgevoed door ouders die jong waren in de jaren 60/70. Die ouders luisterden vaak naar muziek van die tijd en zijn daar naar blijven luisteren. Soms is dat omdat dat de enige platen waren die ze hadden, maar meestal blijven mensen wel naar dezelfde muziek luisteren. Veel van mijn vrienden zijn dus opgegroeid met jaren 60 en jaren 70 rockachtige muziek. De meesten luisteren daarom zelf ook nog wel eens naar dat soort muziek en vrijwel allemaal kunnen ze die muziek wel waarderen. Er is echter ook heel veel nieuwe muziek gekomen. Onze generatie luistert naar de muziek van nu. Jaren 60 en jaren 70 muziek is jeugdsentiment voor ons.
Op een soortgelijke manier zal de oude jazzachtige muziek van de jaren 30 en 40 voor hen jeugdsentiment zijn. Hun standaardmuziek van onze ouders is echter rock. Voor onze grootouders zal jazz de standaard zijn en klassieke muziek het jeugdsentiment. Zal het naar de toekomst toe ook zo gaan? Electro, hip-hop en indie pop is voor de jongeren in 2040 jeugdsentiment, terwijl rockmuziek stokoud wordt ervaren (jazz hoort in het museum en klassiek is vergeten).
Nu zijn er ook mensen die aan dit schema ontsnappen. Sommige mensen uit onze generatie hebben zich een beetje afgekeerd van de muziek van nu en luisteren naar rockmuziek uit dezelfde periode als hun ouders. Je zou denken dat ze daarmee een beetje op hun ouders lijken, maar niets is minder waar. Ze lijken een beetje op van die ouders die van jazzmuziek houden en aan wie de hele rock & rollrevolutie voorbij is gegaan.
Het is maar een gedachte.
Op een soortgelijke manier zal de oude jazzachtige muziek van de jaren 30 en 40 voor hen jeugdsentiment zijn. Hun standaardmuziek van onze ouders is echter rock. Voor onze grootouders zal jazz de standaard zijn en klassieke muziek het jeugdsentiment. Zal het naar de toekomst toe ook zo gaan? Electro, hip-hop en indie pop is voor de jongeren in 2040 jeugdsentiment, terwijl rockmuziek stokoud wordt ervaren (jazz hoort in het museum en klassiek is vergeten).
Nu zijn er ook mensen die aan dit schema ontsnappen. Sommige mensen uit onze generatie hebben zich een beetje afgekeerd van de muziek van nu en luisteren naar rockmuziek uit dezelfde periode als hun ouders. Je zou denken dat ze daarmee een beetje op hun ouders lijken, maar niets is minder waar. Ze lijken een beetje op van die ouders die van jazzmuziek houden en aan wie de hele rock & rollrevolutie voorbij is gegaan.
Het is maar een gedachte.
woensdag 3 februari 2010
Zeker over seks
Sinds kort hangen er op veel stations weer nieuwe billboards voor een nieuwe hulpsite over seks. Ten opzichte van de laatste hype is de slogan in ieder geval een hele vooruitgang. Die site heette namelijk 'Hoe het moet' en die maakte van seks dus echt een soort verplichting, die volgens nauwgezette regels moest worden uitgevoerd, want anders liep je kans op slechte seks. En slechte seks, zo was de boodschap, was het ergste wat je kan overkomen.
De nieuwste site heeft dus als slogan 'Zeker over seks' en dat klinkt in ieder geval al een stuk sympathieker. Seks wordt neergezet als een verschijnsel waar veel mensen zich onzeker over voelen. Ik denk dat dat terecht is. De nieuwe site (sense.info) wil die onzekerheden wegnemen door vooral heel veel informatie te verstrekken, over liefde en relaties, over het jongenslichaam, over het meisjeslichaam en over allerlei andere seksgerelateerde onderwerpen. De site gaat uit van de veronderstelling dat door objectieve kennis onzekerheden worden weggenomen en jongeren beter kunnen genieten van seks. Zulk genieten van seks wordt impliciet als doel van seks neergezet.
Nu kun je over sommige onderwerpen veel objectiever zijn dan anderen. Over anatomie zijn veel betrouwbaardere algemene uitspraken te doen dan over het innerlijke gevoelsleven wat met seks geassocieerd wordt. Zoals dat politiek correct hoort, worden alle belangrijke keuzes bij de bezoeker van de site zelf neergelegd. Seks wordt een kwestie van verantwoordelijkheid nemen, iets wat volledig bij het individu ligt.
In onze samenleving verwachten wij heel veel van onze burgers. Daarnaast hebben wij seks heel belangrijk gemaakt voor de individuele identiteit. Vooral jonge burgers weten vaak niet goed hoe ze om moeten gaan met die verantwoordelijkheid en kampen met een gebrek aan zelfvertrouwen, dat zich zeker ook manifesteert in een domein wat zo belangrijk als seksualiteit wordt gemaakt. Dit wordt versterkt door een gebrek aan ervaring. In zulke omstandigheden klampen zulke jongeren zich vaak vast aan collectieve beelden van seksualiteit. Er is een enorme hunkering naar objectieve kennis over seks, navolgbare regels die een recept zijn voor een succesvol seksleven. De scheiding tussen objectieve kennis en subjectieve levensstijl is niet altijd te trekken.
Maar toch. We zitten nu eenmaal in deze situatie en dat vind ik niet verkeerd. Het levert ook mooie dingen op: creatieve zelfbewuste en tolerante medemensen. In zulke omstandigheden hebben we het toch maar te doen met het onderscheid tussen objectieve en subjectieve wijsheden. Laten we het er dus zo goed en zo kwaad als het gaat maar mee om proberen te gaan. Dat betekent echter wel dat de callcentermedewerkers van sense,info nog flink zullen moeten schipperen. De bellers willen waarschijnlijk horen wat normaal is, terwijl er heel vaak helemaal geen 'normaal' is. En zo leren de jongeren leven met onbevredigende antwoorden en dat ze het zelf maar moeten uitvogelen. Seks is eigenlijk niet veel anders dan al het andere.
De nieuwste site heeft dus als slogan 'Zeker over seks' en dat klinkt in ieder geval al een stuk sympathieker. Seks wordt neergezet als een verschijnsel waar veel mensen zich onzeker over voelen. Ik denk dat dat terecht is. De nieuwe site (sense.info) wil die onzekerheden wegnemen door vooral heel veel informatie te verstrekken, over liefde en relaties, over het jongenslichaam, over het meisjeslichaam en over allerlei andere seksgerelateerde onderwerpen. De site gaat uit van de veronderstelling dat door objectieve kennis onzekerheden worden weggenomen en jongeren beter kunnen genieten van seks. Zulk genieten van seks wordt impliciet als doel van seks neergezet.
Nu kun je over sommige onderwerpen veel objectiever zijn dan anderen. Over anatomie zijn veel betrouwbaardere algemene uitspraken te doen dan over het innerlijke gevoelsleven wat met seks geassocieerd wordt. Zoals dat politiek correct hoort, worden alle belangrijke keuzes bij de bezoeker van de site zelf neergelegd. Seks wordt een kwestie van verantwoordelijkheid nemen, iets wat volledig bij het individu ligt.
In onze samenleving verwachten wij heel veel van onze burgers. Daarnaast hebben wij seks heel belangrijk gemaakt voor de individuele identiteit. Vooral jonge burgers weten vaak niet goed hoe ze om moeten gaan met die verantwoordelijkheid en kampen met een gebrek aan zelfvertrouwen, dat zich zeker ook manifesteert in een domein wat zo belangrijk als seksualiteit wordt gemaakt. Dit wordt versterkt door een gebrek aan ervaring. In zulke omstandigheden klampen zulke jongeren zich vaak vast aan collectieve beelden van seksualiteit. Er is een enorme hunkering naar objectieve kennis over seks, navolgbare regels die een recept zijn voor een succesvol seksleven. De scheiding tussen objectieve kennis en subjectieve levensstijl is niet altijd te trekken.
Maar toch. We zitten nu eenmaal in deze situatie en dat vind ik niet verkeerd. Het levert ook mooie dingen op: creatieve zelfbewuste en tolerante medemensen. In zulke omstandigheden hebben we het toch maar te doen met het onderscheid tussen objectieve en subjectieve wijsheden. Laten we het er dus zo goed en zo kwaad als het gaat maar mee om proberen te gaan. Dat betekent echter wel dat de callcentermedewerkers van sense,info nog flink zullen moeten schipperen. De bellers willen waarschijnlijk horen wat normaal is, terwijl er heel vaak helemaal geen 'normaal' is. En zo leren de jongeren leven met onbevredigende antwoorden en dat ze het zelf maar moeten uitvogelen. Seks is eigenlijk niet veel anders dan al het andere.
maandag 1 februari 2010
Cultureel contact in Avatar
Ik ben gister toch maar naar de bioscoop geweest om de nieuwste filmsensatie te bekijken. En om de waarheid te zeggen was ik niet zo onder de indruk. Ik kan natuurlijk heel erg gaan afgeven op het verhaal (wat aan een zijden draadje aan elkaar hangt), het feit dat zelfs onder de inboorlingen te pas en te onpas Engels gesproken wordt, de ontzettende zwart-wit scheiding in goed en kwaad, de voorspelbare 'love interest of over het feit dat ik als kijker me nauwelijks identificeerde met welke partij in het verhaal dan ook. Dat zou allemaal terechte kritiek zijn, maar daar ga ik het nu niet over hebben.
Laat ik het gaan hebben over het element wat ik nog wél interessant vond. Hoofdpersoon Jake Sully is een verbitterde harde ex-marinier die totaal onvoorbereid naar de planeet komt. Over de inboorlingen (Na'vi) en de planeet (Pandora) heeft hij geen mening. Hij heeft eigenlijk nergens een mening over. Hij is totaal onvoorbereid. Door omstandigheden komt hij in aanraking met de Na'vi en wordt hij steeds meer opgenomen in hun samenleving. Aan het begin voelt hij zich vooral vervreemd, maar langzaam en zeker gaat hij steeds verder op in de lokale belevingswereld. Hij raakt in een staat van verwondering over de wereld van de Na'vi. De Na'vi zijn weliswaar een primitief volk, maar ze staan wel veel dichter bij de natuur en leven in harmonie met alle dingen om hen heen.
Na verloop van tijd en vermoeidheid weet hij niet meer waar zijn loyaliteit ligt. In feite is hij net zo'n boomknuffelaar geworden als de wetenschappers waar hij in het begin van de film zo'n hekel aan heeft. Eigenlijk nog erger, omdat hij zijn twee werelden niet meer uit elkaar kan houden. Volledig in vervoering kiest hij vervolgens de kant van de Na'vi.
De Na'vi worden neergezet als een soort 'nobele wilden'. Primitief, ruw, maar wel dichterbij de natuur. In de ontknoping (waar een deus ex machina in zijn zuiverste vorm aan te pas komt) blijkt het gehele wereldbeeld van de Na'vi niet slechts religie, maar gewoon de waarheid. De strijd tussen goed en kwaad wordt zo een strijd tussen waarheid en leugens, een strijd waarin zelfs God niet neutraal blijft.
In mijn persoonlijke ervaringen van cultureel contact keren altijd twee zaken terug. Enerzijds is er inderdaad die staat van verwondering. Andere culturen laten andere manieren om tegen de wereld aan te kijken, andere gebruiken, die twijfel oproepen over je eigen wereldbeeld en je eigen gebruiken. Soms kun je de waarde van de andere cultuur inzien en daarvoor bewondering koesteren. Anderzijds is er de pure vervreemding. Doordat er dingen gebeuren die je niet kan plaatsen, voel je je ontheemd. Andere gebruiken kunnen hun inbedding diep in een samenleving hebben, een samenleving die ook altijd hard is en niet op jouw waarden is gebaseerd. Dat betekent dat die waarden met voeten worden getreden.
Beide elementen zijn steeds in een culturele ontmoeting aanwezig. Ik denk dat zelfs de meest snobbistische westerlingen een beetje verwondering ervaren en dat zelfs de meest cultureel correcte anthropologen die vervreemding ervaren (dat laatste blijkt ook uit hoe de grote helden van de culturele anthropologie in privé over de lokale bevolking dachten). In Avatar overheerst in het begin het tweede element, maar dat wordt vrij snel verdrongen door het eerste element. De vervreemding maakt plaats voor volledig begrip. Het verhaal wordt daarmee een soort negentiende eeuws romantisch verhaal over primitievelingen die niet ondanks, maar juist dankzij hun gebrek aan technologie eigenlijk veel beter af zijn. Beschaving en ontwikkeling is verkeerd, omdat je zo het contact met de natuur verliest.
Maar is dit werkelijk zo? Zijn wij echt zo slecht af? Of zou er ook in primitieve samenlevingen onderdrukking plaatsvinden? Doordat het verhaal op een andere planeet afspeelt, maakt filmmaker James Cameron zich immuun voor deze kritiek. De film moet dus gezien worden in het verlengde van de utopische traditie. Eeuwen geleden beschreven schrijvers ideale samenlevingen aan de andere kant van de wereld, juist omdat ze daarover vrijelijk konden fantaseren. Tegenwoordig fantaseren we over planeten ver weg.
Maar zelfs als utopie faalt Avatar. De samenleving waar het over gaat, komt niet veel verder dan een sjamaan en een clanleider. Andere vormen van sociale orde komen niet aan de orde. Ik had het verhaal mooier gevonden dat Jake vanuit zijn verbitterdheid zich afkeert van de Westerse samenleving en zich door zijn verwondering op sleeptouw laat nemen en de samenleving van de Na'vi, ook met zijn ogenschijnlijk negatieve kanten omarmt. Dat is een mooi verhaal, maar dat is niet wat er gebeurt. Jake kan aan het einde van de film nog steeds zeggen dat hij gehandeld heeft uit humaniteit, respect en allerlei andere westerse waarden. De utopie blijft steken op de essentie, 'in harmonie met de natuur' leven. Dat ideaal is door en door westers. Voor de primitieve volken bestaat dit ideaal niet, het ideaal stamt regelrecht uit een Westerse literaire traditie over primitieve samenlevingen. Na 3 uur film kwam ik dus tot de conclusie dat 'cultureel contact', het element dat mij eigenlijk het meest spannend aan de film leek, eigenlijk helemaal niet in Avatar voorkomt.
Laat ik het gaan hebben over het element wat ik nog wél interessant vond. Hoofdpersoon Jake Sully is een verbitterde harde ex-marinier die totaal onvoorbereid naar de planeet komt. Over de inboorlingen (Na'vi) en de planeet (Pandora) heeft hij geen mening. Hij heeft eigenlijk nergens een mening over. Hij is totaal onvoorbereid. Door omstandigheden komt hij in aanraking met de Na'vi en wordt hij steeds meer opgenomen in hun samenleving. Aan het begin voelt hij zich vooral vervreemd, maar langzaam en zeker gaat hij steeds verder op in de lokale belevingswereld. Hij raakt in een staat van verwondering over de wereld van de Na'vi. De Na'vi zijn weliswaar een primitief volk, maar ze staan wel veel dichter bij de natuur en leven in harmonie met alle dingen om hen heen.
Na verloop van tijd en vermoeidheid weet hij niet meer waar zijn loyaliteit ligt. In feite is hij net zo'n boomknuffelaar geworden als de wetenschappers waar hij in het begin van de film zo'n hekel aan heeft. Eigenlijk nog erger, omdat hij zijn twee werelden niet meer uit elkaar kan houden. Volledig in vervoering kiest hij vervolgens de kant van de Na'vi.
De Na'vi worden neergezet als een soort 'nobele wilden'. Primitief, ruw, maar wel dichterbij de natuur. In de ontknoping (waar een deus ex machina in zijn zuiverste vorm aan te pas komt) blijkt het gehele wereldbeeld van de Na'vi niet slechts religie, maar gewoon de waarheid. De strijd tussen goed en kwaad wordt zo een strijd tussen waarheid en leugens, een strijd waarin zelfs God niet neutraal blijft.
In mijn persoonlijke ervaringen van cultureel contact keren altijd twee zaken terug. Enerzijds is er inderdaad die staat van verwondering. Andere culturen laten andere manieren om tegen de wereld aan te kijken, andere gebruiken, die twijfel oproepen over je eigen wereldbeeld en je eigen gebruiken. Soms kun je de waarde van de andere cultuur inzien en daarvoor bewondering koesteren. Anderzijds is er de pure vervreemding. Doordat er dingen gebeuren die je niet kan plaatsen, voel je je ontheemd. Andere gebruiken kunnen hun inbedding diep in een samenleving hebben, een samenleving die ook altijd hard is en niet op jouw waarden is gebaseerd. Dat betekent dat die waarden met voeten worden getreden.
Beide elementen zijn steeds in een culturele ontmoeting aanwezig. Ik denk dat zelfs de meest snobbistische westerlingen een beetje verwondering ervaren en dat zelfs de meest cultureel correcte anthropologen die vervreemding ervaren (dat laatste blijkt ook uit hoe de grote helden van de culturele anthropologie in privé over de lokale bevolking dachten). In Avatar overheerst in het begin het tweede element, maar dat wordt vrij snel verdrongen door het eerste element. De vervreemding maakt plaats voor volledig begrip. Het verhaal wordt daarmee een soort negentiende eeuws romantisch verhaal over primitievelingen die niet ondanks, maar juist dankzij hun gebrek aan technologie eigenlijk veel beter af zijn. Beschaving en ontwikkeling is verkeerd, omdat je zo het contact met de natuur verliest.
Maar is dit werkelijk zo? Zijn wij echt zo slecht af? Of zou er ook in primitieve samenlevingen onderdrukking plaatsvinden? Doordat het verhaal op een andere planeet afspeelt, maakt filmmaker James Cameron zich immuun voor deze kritiek. De film moet dus gezien worden in het verlengde van de utopische traditie. Eeuwen geleden beschreven schrijvers ideale samenlevingen aan de andere kant van de wereld, juist omdat ze daarover vrijelijk konden fantaseren. Tegenwoordig fantaseren we over planeten ver weg.
Maar zelfs als utopie faalt Avatar. De samenleving waar het over gaat, komt niet veel verder dan een sjamaan en een clanleider. Andere vormen van sociale orde komen niet aan de orde. Ik had het verhaal mooier gevonden dat Jake vanuit zijn verbitterdheid zich afkeert van de Westerse samenleving en zich door zijn verwondering op sleeptouw laat nemen en de samenleving van de Na'vi, ook met zijn ogenschijnlijk negatieve kanten omarmt. Dat is een mooi verhaal, maar dat is niet wat er gebeurt. Jake kan aan het einde van de film nog steeds zeggen dat hij gehandeld heeft uit humaniteit, respect en allerlei andere westerse waarden. De utopie blijft steken op de essentie, 'in harmonie met de natuur' leven. Dat ideaal is door en door westers. Voor de primitieve volken bestaat dit ideaal niet, het ideaal stamt regelrecht uit een Westerse literaire traditie over primitieve samenlevingen. Na 3 uur film kwam ik dus tot de conclusie dat 'cultureel contact', het element dat mij eigenlijk het meest spannend aan de film leek, eigenlijk helemaal niet in Avatar voorkomt.
Abonneren op:
Posts (Atom)