donderdag 30 december 2010

Terugblik op 2010

Tijdens mijn studententijd (en nog even daarna) zat er een vreemd soort regelmatigheid in mijn leven. In oneven jaren kabbelde het leven voort en in even jaren gebeurde er echt iets bijzonders, iets met lange termijn impact. Dat konden nieuwe rollen in de studentenwereld zijn, nieuwe inzichten over wat ik wilde met mijn studie of romantische verwikkelingen. Meestal was het alledrie.
De laatste jaren is die regelmaat een beetje verdwenen. Als ik terugkijk op 2010 heb ik niet zoveel bijzonders te melden. Het is wel zo ongeveer gelopen als ik gedacht had. Ik ben er niet ontevreden over, behalve dat het aantal echt uitzonderlijke dingen wat tegenvalt.
Maar toch heb ik het gevoel dat er het afgelopen jaar iets veranderd is, iets belangrijks, maar iets wat ik niet gemakkelijk onder woorden kan brengen. Het bestaat er niet in dat ik nu geaard ben in Utrecht, fulltime ben gaan werken en dat ik mijn vriendenkring gevarieerder dan ooit is geworden. Het heeft er echter wel mee te maken.
Vroeger had ik altijd het gevoel dat ik iets bijzonders had bij te dragen aan de wereld. Dat ik een boodschap had die voor iedereen van belang was. Dat gevoel ben ik al enige tijd kwijt, maar ik heb nog veel van de rusteloosheid in mij. Dat is een enorme drijfveer en daardoor krijg ik soms ook grote dingen tot stand. Maar deze rusteloosheid heeft ook negatieve kanten, namelijk dat je soms miserabel voelt, omdat niet aan de grootse verwachtingen kan worden voldaan. En deze kanten ben ik steeds meer verloren. Dat is een proces van meerdere jaren geweest, maar ik heb het gevoel dat ik hierin toch echt grote slagen heb gemaakt afgelopen jaar.
Zo heb ik dit jaar 'Wie is de mol' weer georganiseerd. Maar op een andere manier dan in 2009. Ik was veel rustiger, ontspannener en ik kon er veel beter mee leven dat niet elk moment even geweldig kon zijn. Dat heeft er mee te maken dat ik een deel van mijn pretenties verloren heb (maar de bijbehorende geestdrift nog niet helemaal, hoor).
Ik heb dit jaar ook veel oude vrienden niet zo vaak kunnen zien als ik graag zou willen. Met sommigen is de vriendschap zelfs behoorlijk verwaterd. In 2009 zou ik dat verschrikkelijk hebben gevonden en had verwoede pogingen ondernomen om dit nieuw leven in te blazen. Nu laat ik het wat meer gebeuren en vertrouw erop dat het wel goed komt. Als ik onderweg een paar vrienden kwijtraak, dan is dat maar zo.
Waar dit door komt, is moeilijk te zeggen. Ik heb nieuwe vrienden gemaakt en heb me beseft dat ook mijn normen van wat een goed leven is niet zo maar voor iedereen opgaan. Er zijn heel veel andere manieren om te leven, andere dingen om te waarderen, die niet minder waard zijn dan mijn dingen. Sommige mensen houden van auto's, grote huizen en voetbal. Andere mensen houden van dingen bouwen, zeilen en computers. Het zijn niet mijn dingen, maar het hoeft er niet voor in de weg te staan dat ik deze mensen zelf en ook hun hobby's waardeer.
Daarnaast ben tot het besef dat je je leven zo ongeveer op elke manier kunt inrichten die je maar wilt. Er zit een soort innerlijke vrijheid aan vast. En van die vrijheid maak ik nog even vrolijk gebruik. Ik ben benieuwd naar volgend jaar.

dinsdag 28 december 2010

Schizofrenie

Over het algemeen doet de medische sector bijzonder goed werk. Toch is het niet slecht om af en toe stil te staan bij de gevolgen van medische diagnostiek. Zeker in de meer psychische ziektes krijgen mensen een stempel mee. Een externe partij vertelt er wat er met hen aan de hand is, geeft een wezenlijke betekenis aan iemands identiteit en de persoon in kwestie heeft weinig middelen om zich hier tegen te verzetten.
Dit is geen nieuw verschijnsel, maar ik was toch enigszins verbaasd om de volgende scene aan te treffen uit een boek van meer dan 30 jaar geleden. Het boek is van Doris Lessing en het heet The Four Gated City. Ik heb hem ietwat bewerkt om hem ook los leesbaar te maken. Waarschuwing vooraf: het is een best lang stukje.
De context is als volgt: de hoofdpersoon, Martha Hesse (nou ook niet direct de emotioneel meest stabiele persoon), komt bij dr. Lamb om te regelen dat Linda de kliniek mag verlaten. Linda is (voor de zoveelste keer) opgenomen in een kliniek naar aanleiding van een zelfmoordpoging. Op een gegeven moment raken ze op een zijpaadje.
"Ik wil iets te weten te komen. Ik wil weten ... u zegt dat Linda schizofreen is."
"Ja." Hij glimlachte. "En u niet, mevrouw Hesse."
"Weet u wat schizofrenie precies is?"
"Nee, er zijn verschillende theorieën, maar we behandelen het tegenwoordig veel beter dan vroeger."
"Stel dat ik langskwam en u vertelde dat ik stemmen hoorde. Zou ik dan schizofreen zijn?"
"Dat hangt er vanaf. Wat voor soort stemmen?"
"Een beelden, recht voor mijn ogen?"
"Heel veel mensen zien beelden recht voor hun ogen, meestal vlak voor ze gaan slapen of als ze net wakker worden."
"Dat is normaal en niet schizofreen?"
"Ja."
"Stel dat ik ..." begon ze en veranderde het toen. "Nee, ik zeg het u. Ik heb een beeld gezien dat Linda haar polsen doorsneed, een paar dagen voordat ze het deed."
Hij bleef waar hij was, bewoog zich niet. Maar de spieren in zijn gezicht trokken zich net iets meer samen. Ze wist dat het tijdsverspilling was, omdat wat ze zou zeggen, zou nu gemeten worden met alleen een diagnostische blik.
"Heeft u ooit gehoord van een deja vu?"
"Ja, en ik heb het opgezocht."
"Linda heeft eerder zelfmoordpogingen gedaan," zei hij. "Wist u dat?"
"Ja. Ze heeft toch eerder een overdosis pillen geslikt?"
"Ja, ze is een suïcidaal type."
"Zag ik iets wat ik voorbestemd was om te zien?"
"Ja, u heeft het zich ingebeeld."
"Dr. Lamb, wat is inbeelding?"
Hij aarzelde nu en gaf haar toen een charmant glimlachje, bijna plagend. "Mevrouw Hesse, u bent niet ziek. Ik kan het u verzekeren."
"Oh, u denkt dat ik overstuur ben, omdat Linda weer in de kliniek is beland."
"Weet u zeker dat het niet zo is?"
"Nou ja... nee, ik wil doorgaan. Als hier iemand zou zitten en tegen u zou zeggen 'ik hoor stemmen' - nee, niet glimlachen - wat zou dan hetgeen zijn waardoor u zou zeggen 'schizofreen' en niet slechts 'daar hebben we allemaal wel eens last van'."
"Ik zou ze dan vragen 'denkt u dat u het zich heeft ingebeeld?' en dan zal een schizofreen antwoorden 'nee, ik hoor stemmen, echte stemmen. Stemmen zoals die van u en mij.'" Hij benadrukte dit en zocht oogcontact, half onderzoekend, half om de woorden te laten overkomen.
"Een ingebeelde stem is dan fantasie - iemand loopt te dagdromen - is dat inbeelding?"
"Ja."
"Maar een echte stem, dat is serieus?"
"Een typisch antwoord zou zijn 'iedereen heeft het de hele tijd over mij, iedereen maakt mij belachelijk, ze willen me vermoorden."
Ze voelde de neiging opkomen om te antwoorden 'misschien willen ze dat ook wel'. Ze onderdrukte die en vroeg: "En wat gebeurt er dan."
"Wij behandelen ze."
"En dan gaan de stemmen en beelden weg?"
"Dat is de bedoeling, ja."
"Meneer Lamb, als iemand stemmen hoort en beelden ziet, dan moeten ze zich wel abnormaal voelen - anders. Mensen houden er niet van om anders te zijn. Denkt u niet ..."
"Het gebeurt zo'n twee drie keer per week. Sterker nog, de man die hier voor u was. Ik zeg dit: 'Ik weet dat u stemmen hoort. U hoeft me daar niet van te overtuigen. Maar ik ben een dokter en heel veel mensen zitten hier en zeggen dat ze stemmen horen. U heeft het fout. Die stemmen zijn er niet. Maar wij kunnen uw ziekte behandelen.' Ik verzeker u, mevrouw Hesse, ik probeer niet, geen van mijn collega's wil ze abnormaal laten voelen of het erger maken."
"U zegt: 'Ik weet dat u stemmen hoort, maar u heeft het fout'."
"Ja, want ze hebben het fout."
"Maar het echte criterium, de echte test is of de persoon zegt dat hij echte stemmen hoort. Als hij 'ja' zegt, dat hij het zich niet inbeeldt en je kunt hem niet overtuigen dat hij het fout heeft, dan is dat het. Dan is hij in de war?"
"Ja, dat is het zo ongeveer."
"Dus als iemand volhardt en besluit door te gaan, dan is het waarschijnlijk dat hij als 'schizofreen' wordt gediagnosticeerd en als zodanig wordt behandelt. Terwijl als hij zegt ..."
"Mevrouw Hesse, u bent niet ziek. Ik kan het u verzekeren."
"Ja, dokter Lamb, maar stel dat ik had volgehouden dat ik Linda's zelfmoord precies zo had gezien zoals die heeft plaatsgevonden en dat ik dat vol bleef houden. Dan had u gezegd 'nee, u heeft het zich ingebeeld'. Ergens in de loop van het gesprek was ik kwaad geworden en zou ik beginnen te schreeuwen, ik was daarmee doorgegaan en had u uitgescholden. Hoe had me dan genoemd?"
"Maar u schreeuwt helemaal niet." zei hij. "U bent volkomen redelijk."
Hij was aan het wachten, altijd klaar om aardig te zijn, om gerust te stellen en, mocht het nodig zijn, pillen voor te schrijven.
Ze zei: "Dank u. Over Linda. Ik denk dat u er wel vanuit kunt gaan dat ze de pillen die u voorschrijft zal proberen niet te nemen."
"Dat is aan haar, natuurlijk. Maar als ik u was, zou ik haar overtuigen ze wel te nemen."
"Wilt u instructies geven dat ze mag vertrekken."
"Mevrouw Hesse, alles wat ze hoeft te doen is de dokter te vertellen dat ze weg wil."
"Oh. Nou, dank u. Stuurt u mij maar de rekening voor uw tijd. Ik kwam uit mijn eigen nieuwsgierigheid."

donderdag 23 december 2010

Je kunt beter kippen houden

Mijn ouders hadden vroeger kippen in de tuin, een stuk of vier. Mijn broertje had er een hok voor getimmerd. De eieren waren een bijkomend voordeel, het ging meer om de gezelligheid.
De vier kippen waren dag en nacht bij elkaar. Het was dan ook niet lang voordat er een sociale hiërarchie ontstond. Er waren twee stoere kippen, een iets minder stoere en eentje, Witje, was duidelijk het buitenbeentje. De andere kippen lieten geen gelegenheid onbenut om die ene kip het leven zuur te maken. Ze gebruikten zelfs hun snavel om Witje fysiek pijn te doen. Je zou hopen dat de net iets minder stoere Witje af en toe te hulp kwam, maar dat was niet zo. De net iets minder stoere wilde eigenlijk het liefste bij de stoere kippen horen. Witje was en bleef het absolute buitenbeentje. Zij werd een schuchtere, voorzichtige kip, die maar besloot de confrontatie zoveel mogelijk uit de weg te gaan.
Mijn moeder zag dit gebeuren en vond dit heel erg. Zij is altijd erg begaan met het lot van anderen en kan niet goed tegen onrecht. Ze leeft vooral mee met de buitenbeentjes, die door het sociale systeem worden uitgesloten. En dit vertaalde zich zelfs in een kippenren. Het liefst had ze een manier gevonden om Witje er bovenop te helpen. Maar ja, mensen zou je nog iets kunnen vertellen, wat ga je in godesnaam bij kippen doen?
Er was geen uitweg en aan menselijke sympathie had Witje niet veel, als ze het al door had.
Op een avond werd het kippenhok aangevallen door een wilde vos. Drie van de vier kippen werden doodgebeten. Alleen Witje overleefde. Er werd wel gespeculeerd dat juist door haar bangigheid Witje was weten te ontkomen.
Het was een tragische gebeurtenis. Een paar dagen liep Witje alleen door de kippenren, nog angstiger dan normaal. Toen de rotzooi eenmaal was opgeruimd, kwam de vraag op: hoe nu verder?
Ze besloten 2 nieuwe kippen te nemen. En zo werd de kippenren opnieuw bevolkt door een kippengezelschap. De twee nieuwe kippen waren jong en wisten niet wat ze overkwam. Witje was de wijze kip die haar weg door de kippenren wist. Witje leefde helemaal op en ze bewoog zich voort met een aura van zelfvertrouwen.

donderdag 16 december 2010

Onduidelijk flirten

Ik heb niet het gevoel dat ik bijzonder goed ben in de bedoelingen van mensen lezen. Soms ben ik scherp, zoals toen mijn zus mij nadrukkelijk vroeg om een keer te komen eten. Mijn zus zou in een paar maanden trouwen en ik had wel door dat ze iets in haar schild voerde. Uiteindelijk bleek ze mij als ceremoniemeester te willen vragen.
Maar toen ik een paar maanden geleden werd uitgenodigd (met de rest van de familie) om langs te komen, had ik het weer niet door. Ze bleek uiteindelijk zwanger te zijn. De vriendin van mijn broertje was wel achterdochtig geworden en had wel door dat er iets speelde. Ik was volledig naïef. Misschien kwam het ook doordat ze me via msn van het voornemen iedereen bij elkaar te krijgen had geïnformeerd. Erg casual.
Maar gelukkig ben ik niet de enige idioot die hier rondloopt. Vaak genoeg merk ik dat het verrassend makkelijk is om mensen om de tuin te leiden. Het veld waarin dit het meest lijkt voor te komen, is de romantiek. Ik ben vaak genoeg in gesprekken geweest, waarin ik openlijk liep te flirten, terwijl afgezien van de vrouw in kwestie niemand het door leek te hebben. Ik dacht vaak genoeg 'dit ga ik later terugkrijgen' of zelfs - als de situatie heel ongepast is - 'hier ga ik gezeik mee krijgen'. Maar niets van dat alles. Deels zal dat er mee te maken hebben dat het nooit helemaal duidelijk is en dat mensen zich beschaamd voelen om je er dan achteraf mee te confronteren. Maar deels omdat mensen het oprecht niet door hebben. Want als je het door hebt, zou je mij niet ondertussen gaan proberen te koppelen aan nog weer andere mensen.
Het mooie van zulke situaties is dat je zelf ook nooit zo goed door hebt wat je aan het doen bent. Je klooit maar wat aan en je weet wel dat je je op glad ijs aan het begeven bent. Ik vind die spanning geweldig leuk. Maar verder ben ik eigenlijk best een keurige jongeman en pak ik zelden door. Misschien is het wel minder leuk als je echt succes hebt. Dan verdwijnt gelijk een groot stuk van de spanning.
Zulke onduidelijkheden zijn gelijk de charme van het flirten. Ze voeden spanning. Die spanning heeft een prijs, je kunt je moeilijk oriënteren en je weet bijzonder slecht waar je staat. Een bron van frustratie!
Een tijdje geleden kwam ik in een bijzonder onwaarschijnlijke maar prachtige uitgangssituatie waarin dit probleem niet meer bestond. Ik had met iemand afgesproken en wist niet zeker of het een date was of niet (uiteindelijk is het niets geworden trouwens). Een paar dagen ervoor sprak ik een vriendin van haar. Die had al gehoord van het feit dat ik met haar vriendin ging afspreken. Ze zei erbij dat haar vriendin nou niet zo goed wist of het nou een date was of niet.
Ik moest lachen en zei dat ik het ook niet wist. En het was wel best zo. Ik achtte de kans goed aanwezig dat deze informatie teruggespeeld zou worden. En dus had ik via via met de andere partij afgesproken dat we niet zeker wisten of het een date was of niet. Het spanningsvlak bleef bestaan, maar toch wist je vooraf precies waar je aan toe was.

zondag 5 december 2010

Geheimen

Een jaar geleden deed ik mee met de Sinterklaasavond van mijn debatclubje in Utrecht. Iedereen moest cadeautjes inleggen en via een groot en ondoorzichtelijk spel kwamen deze cadeautjes uiteindelijk bij iemand terecht. Ik had uiteraard een paar belachelijke cadeaus uitgezocht, zoals muntjes voor het lokale poppodium van Dordrecht, een doos met daarin een joint en stoepkrijt. De joint was erg populair (iedereen wil graag radicaal overkomen, zelfs als ze zelden joints roken). De muntjes voor het poppodium bracht alleen verwarring.
Na afloop wilden veel mensen weten wie verantwoordelijk was voor de wat opmerkelijkere cadeaus. Veel dingen werden snel achterhaald, maar ik besloot mijn betrokkenheid bij de cadeaus te ontkennen. Dat ging behoorlijk gemakkelijk. Ik werd door niemand verdacht en toen ze er na een tijdje nog niet achter waren wie het gegeven had, hebben ze het maar laten zitten. Zo bleef er nog een zweem van mysterie omheen hangen.
Ik hoopte dat er ooit een gepast moment zou komen om het aan de wereld bekend te maken. Dat moment kwam er natuurlijk niet. Ik heb het daarom afgelopen week maar verteld aan iemand van het debatclubje. De reactie was wat lafjes. Achteraf beschouwd had ik het beter geheim kunnen houden, toen was het nog spannend en exclusief. Nu is er weer een stukje van de wereld openbaar gemaakt.
Als ik terugkijk naar de afgelopen jaren, merk ik dat ik geen geheimen meer over houd. Ook al vertel ik niet zo maar alles wat ik weet, toch denk ik dat ik alles van enig belang over mezelf wel aan iemand heb verteld. Ik heb daardoor andere mensen in staat gesteld mij beter te begrijpen, maar ik heb het gevoel dat ik ook iets verloren heb. Als er geen dingen meer zijn die echt niemand mag weten, is er ook minder echt helemaal van mijzelf en mijzelf alleen. Een persoonlijke zone van informatie die nooit naar de buitenwereld gaat, bestaat niet meer. Ik ben niet alleen meer van mijzelf en dat is jammer.
Maar ook hierbij is er een keerzijde. Als je over belangrijke persoonlijke ervaringen (anders dan sinterklaascadeaus) moet zwijgen, levert dit een enorme druk voor jou persoonlijk op. Je voelt er onzeker door en kunt niemand als klankbord daarvoor gebruiken. Dat gevoel van ontheemding is helemaal niet fijn en dat is vooral de reden dat ik over zulke ervaringen nooit helemaal zwijg. Door mijn ervaringen te delen geef je aan de ene kant een deel van mijn individualiteit op, maar aan de andere kant zorgt het ervoor dat je jezelf als persoon meer erkend voelt, omdat aan de onzekerheid een einde komt.
Geheimen hebben iets moois. Geheimen moet je dus koesteren, maar echt koesteren kan ik ze niet meer. Ik wil ze delen met andere mensen, omdat ik gevoel heb dat ik mezelf daardoor ook beter begrijp. Daarmee verlies ik de innerlijke spanning die erbij hoort.
Maar misschien is het allemaal niet zo dramatisch. Geheimen zijn misschien geen absolute grootheid, maar een relatieve. Er zijn nog steeds ervaringen die ik niet met iedereen zal bespreken, bijvoorbeeld omdat ze beschamend zijn, ze te veel weggeven van mijn intenties of omdat het geheimen van vrienden van mij betreffen. Een deel van de spanning blijft zo bestaan en nog steeds kan ik blijven meedoen aan het sociale steekspel wat ervoor zorgt welk gedeelte van de waarheid iedereen te horen krijgt. En dat is toch een prachtig vooruitzicht.

maandag 22 november 2010

Pride and Prejudice in een studentenstad

Pride and Prejudice kan met recht gezien worden als het summum van Westerse literatuur. Het is een echte Bildungsroman, waarin de hoofdpersonen tot zelfinzicht komen en erachter komen wat echt belangrijk is in het leven.
Zoals met alles wat een standaardwerk is geworden, loopt de wereld over van bewerkingen. Zo zag ik een keer de film Bride and prejudice, een Bollywooddrama waarin de verhaallijn naar hedendaags India is verplaatst (en de verhaallijn nog behoorlijk trouw gevolgd wordt trouwens). Vorig jaar maakte het boek Pride and Prejudice and Zombies furore (helaas niet gelezen).
Zodoende had ik het met een goede vriend van mij erover of het ook mogelijk was Pride and Prejudice naar hedendaags Nederland te verplaatsen. En om het effect van de verplaatsing zo extreem mogelijk te maken, zou ik kiezen voor een ietwat onwaarschijnlijke setting voor een zo kuis verhaal. Ik zou willen kiezen voor een studentenstad, de hoofdpersonen allen wat corporale trekjes geven en iedereen plaatsen in een setting waar het alleen maar gaat over scoren, regelen en vrije seks. Na lang nadenken kwamen wij tot de conclusie dat een dergelijke verplaatsing onmogelijk zou zijn. Op geen enkele manier zou je kunnen rechtvaardigen dat de hoofdpersonen tijden lang om elkaar heen blijven dralen of dat er zo geschokt op grensoverschrijdend gedrag werd gereageerd. Deze conclusie was teleurstellend, maar niet elk idee is uitvoerbaar.
Ik heb het boek Pride and prejudice net voor de eerste keer gelezen en ik ben ertoe geneigd mijn conclusie te herzien. Het is namelijk wél mogelijk om Pride and prejudice in een hedonistische studentenwereld te plaatsen. De belangrijkste ingreep in het verhaal is een hele simpele. In plaats van een jaar vind de nieuwe versie van Pride and prejudice plaats in één lange uitgaansavond. Er gaat helaas veel van de kracht van het verhaal verloren, het wordt ietwat vulgair, maar volgens mij is het resultaat best grappig:

Goede vriendinnen Lizzy, Jane, Charlotte, Kitty, Mary, Benny en Marian gaan stappen in onze denkbeeldige studentenstad. Lydia, het wilde oncontroleerbare zestienjarig zusje van Jane is ook mee. Benny en Marian hebben iets met elkaar, maar de andere dames zijn allemaal vrijgezel en op zoek naar iemand om te scoren die avond. Marian probeert haar vriendinnen daarin maar al te erg aan te moedigen. Het uitgaanscentrum heeft vijf belangrijke kroegen: de Longbourn (een bruine kroeg), de London (een cocktailbar), de Bristol (een vulgaire danstent), de Kent (ook een bruine kroeg) en de Pemberley (een zeer chice, exclusieve club).
Het gezelschap begint in te drinken in de Longbourn. Ze komen snel in contact met een andere groep, bestaande uit Bingley, Darcy en Caroline, allen vrijgezel. Bingley en Jane lopen direct openlijk te flirten. Darcy maakt geen vrienden met zijn afstandelijke en soms ronduit beledigende gedrag, met name niet bij Lizzy. Lizzy raakt in gesprek met Wickham, die hem nare verhalen vertelt over hoe Darcy er ooit voor gezorgd heeft dat hij niet in een bepaald dispuut kwam, terwijl Darcy eerder nog had toegezegd hem daarbij te helpen. Lizzy begint Wickham interessant te vinden. Terwijl hij het niet wil laten merken, begint Darcy Lizzy (vanaf een afstandje) steeds interessanter te vinden.
Terwijl Bingley even naar de wc is, dringt Collin zich aan het gezelschap op. Hij is eerst geïnteresseerd in Jane, maar als hij merkt dat zij al voorzien is (Jane en Bingley beginnen openlijk te zoenen om van hem af te komen), gaat hij achter Lizzy aan. Marian probeert dit aan te moedigen en zegt dat Lizzy er vooral op moet ingaan. Lizzy wijst Collin echter af. Collin druipt af en begint zich in Charlotte te interesseren. Hij heeft hier meer succes en al spoedig gaan zij samen door naar de Kent, waar Katja, een vriendin van Collin ook is.
Darcy grijpt kort daarop in bij zijn vriend Bingley en het hele gezelschap gaat door naar de London. Na enige tijd besluit Jane met enige andere vriendinnen naar de Londen te gaan, maar ze kan het gezelschap daar niet vinden. Lizzy gelooft het verder wel en besluit na telefonisch overleg haar vriendin Charlotte in de Kent op te zoeken.
Spijtig genoeg is Darcy daar ook met een vriend. Katja vertelt erover dat Darcy bezet is met een vriendin van haar. Niet veel later houdt Darcy het niet meer en stapt hij op Lizzy af en vertelt haar dat hij haar 'vet lekker' vindt. Lizzy wordt kwaad, vindt dat disrespectvol, vertelt over de schandelijke verhalen die ze van Wickham heeft gehoord, over zijn ongepaste interventie tussen Jane en Bingley, het feit dat hij bezet zou zijn en zweert dat hij moet 'opzouten'. Darcy druipt af. Zijn vriend vertelt Lizzy echter dat Darcy al weken vrijgezel is (Katja refereerde naar een ex, die maar niet er overheen kan komen) en ook wat er echt gebeurt is met Wickham en het dispuut. Nog voordat hij de ontgroening had doorlopen, werd hij gevraagd voor een ander dispuut. Toen dat niets werd, wilde hij weer terug in het eerste dispuut. Darcy weigerde dat (terecht, zo lijkt mij). Daarnaast blijkt Wickham de toen zestienjarige zus van Darcy te hebben ontmaagd, zelfs bezwangerd en daarna geen interesse meer in haar getoond te hebben. De abortus mocht zij op eigen houtje regelen. Lizzy begint spijt te hebben van haar zware aantijgingen aan Darcy.
Nadat Charlotte en Collin samen naar huis zijn gegaan, gaat ze met haar vrienden naar de Pemberley. Ze spreekt daar wat andere mensen die ook Darcy blijken te kennen en vol positieve verhalen over hem zitten. Niet veel later sluiten Darcy, Caroline en Bingley zich bij de desbetreffende vrienden aan. Darcy is erg verbaasd haar daar aan te treffen. Darcy gedraagt zich voorzichtig, maar uiterst beleefd en aardig. Bingley vraagt geïnteresseerd waar Jane is.
Dan wordt Lizzy plotseling gebeld door een hysterische Jane met het nieuws dat Lydia kwijt is. Ze is als laatst gezien met Wickham in de Bristol. Iedereen is in rep en roer. Lizzy en Darcy gaan flink op zoek naar Lydia en Wickham en weten ze uiteindelijk in het toilet van de Londen te vinden. Ze komen net op tijd om de (overigens onveilige) seks te voorkomen. Darcy geeft Wickham een klap en Lydia wordt naar huis gestuurd.
Jane en Lizzy besluiten nog even een drankje te doen in de Longbourn om bij te komen. Bingley en Darcy gaan mee. Bingley en Jane groeien weer helemaal naar elkaar toe en lopen snel te vozen achterin. Als Darcy drank aan het halen is, komt een woedende Katja naar Lizzy toe, dat zij Darcy met rust moet laten. Lizzy snauwt dat Katja zich nergens mee moet bemoeien en dat Lizzy zelf wel uitmaak met wie zij neukt. Darcy vangt iets van dit gesprek op en dit doet hoop herleven. Nog steeds in het zichtveld van Katja, besluit hij een nieuwe toenadering naar Lizzy te zoeken en deze wordt wel beantwoord. In het zicht van Katja zoenen ze op de banken van de Longbourn. Jane gaat met Bingley mee naar huis en Lizzy met Darcy.

zaterdag 20 november 2010

Verkeerde beslissingen

Een paar weken geleden fietste ik op weg naar wat vrienden van mij. Ik ging door het winkelcentrum van Utrecht heen. Het was een uur of acht 's avonds en er was helemaal niemand. Toch kwam ik er een zwerver tegen die een straatkrant probeerde te verkopen. Ik fietste door en toen ik er net voorbij was realiseerde ik mij dat ik mij had voorgenomen om af en toe een straatkrant te kopen, als er een mooie gelegenheid voor was. Ik had te doen met de zwerver, omdat hij 's avonds laat nog straatkranten liep te verkopen en ook nog op een erg onhandige plek, omdat iedereen waarschijnlijk net als ik snel langs die plek zou fietsen. Ik had natuurlijk terug kunnen fietsen en alsnog er eentje kopen, maar het moment was verloren. Wat overbleef was dat ik me slecht over mezelf voelde, omdat ik niet scherpte had om op het juiste moment de juiste beslissing te nemen.
Deze week fietste ik weer naar dezelfde vrienden van mij. Het was weer een uurtje of acht 's avonds. Op precies dezelfde plek stond weer een zwerver (ik neem aan dezelfde). Ik handelde snel en stopte direct. Ik dacht: 'die fout gaat mij geen twee keer gebeuren.' Ik pak mijn portemonnee en kom erachter dat ik alleen maar 5 euro bij me heb. Dan geef ik die maar, zo beslis ik snel. De zwerver bedankt mij en ik neem de straatkrant aan. Ik fiets door en kom erachter dat het toch niet helemaal klopt. Mijn sympathie voor de zwerver begint weg te zakken. De eerste keer had ik nog medelijden met hem, omdat hij waarschijnlijk weinig verkocht door zijn onhandige plek. Maar hij leert blijkbaar niet van zijn fouten, want hij staat weer op dezelfde plek. In dat verband vind ik vijf euro wel heel gortig. Terwijl ik doorfiets, word ik dus weer overmand door spijt. Ik miste blijkbaar weer de scherpte om op het juiste moment precies de juiste beslissing te nemen.
Zo heb ik op hetzelfde onderwerp twee keer een beslissing genomen waar ik spijt over kreeg. Het zou natuurlijk makkelijker zijn om te handelen op basis van een algemene regel (zoals 'koop iedere keer een straatkrant, tenzij je het nummer van de maand al hebt'.) Maar ik handel liever uit een gevoel van wat past bij een bepaald moment, daar krijg je de mooiste verhalen voor. Achteraf kan ik dan ook niet echt spijt van mijn beslissingen hebben. Het waren wel verkeerde beslissingen, maar het waren prachtige verkeerde beslissingen, van het soort waar je nog iets van een verhaal over houdt. Zulke verkeerde beslissingen wil ik best vaker maken.

zaterdag 13 november 2010

Gelukkig zijn

De afgelopen werd ik overvallen door het gevoel dat mijn leven op een fundamentele wijze aan het veranderen was. Ik weet niet zo heel goed wat er veranderde, maar ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er iets belangrijks gebeurde. Ik had er geen controle over en dat was wel prima. Ik dacht er niet te veel over na en ik voelde mij gelukkig.
Misschien is dat wel typisch voor een toestand van geluk. Als je geen innerlijke strijd meer voelt, je zonder moeite meegaat in het leven dat je leidt en kunt genieten van de kleine dingen op je pad, voel je je gelukkig. In een boek wat ik net uitgelezen hebt, is één van de hoofdpersonen jarenlang getrouwd geweest met een vriendelijke man die ze eigenlijk niet kon uitstaan. En toch zegt ze uiteindelijk: 'Het is ongelofelijk hoe je voor zovelen jaren toch zo gelukkig kan zijn, temidden van zulk gekibbel, zulke verduivelde kleinigheden, zonder te weten of het liefde is of niet.' (Es increíble cómo se puede ser tan feliz durante tantos años, en medio de tantes peloteras, de tantas vainas, carajo, sin saber en realidad si eso es amor o no.)
Ik kan me dat heel goed voorstellen. Mijn meest gelukkige momenten zijn moment waarop ik vooral niet nadenk en mij gewoon overgeef aan de wereld. Sommige mensen kunnen dat hun hele leven doen en zijn hun hele leven gelukkig. Ik kan dat echter niet. Vroeg of laat ga ik toch weer nadenken en proberen een structuur in mijn leven te zien. Het is een ontzettend vervelende eigenschap, want ondanks dat je er misschien wat meer zelfinzicht door krijgt, gelukkiger word je er niet door.
In de loop van de vorige week kwam ik erachter dat ik gelukkig was en dat is meestal het begin van het einde. Ik word zelfgenoegzaam en stel mezelf - onbewust - onrealistische hoge verwachtingen. Omdat ik handel vanuit een gevoel van geluk, neem ik zonder meer aan dat alles wat ik meemaak net zo leuk zal zijn als mijn herinnering van andere recente gebeurtenissen. Dat kan niet lang goed gaan en inderdaad kreeg ik deze week te maken met een terugval.
Het is alsof alle mensen klimmen naar hoge pieken in het leven. Sommige mensen zijn terughoudend en kiezen er uit de angst om te vallen voor alleen daar te klimmen waar ze zeker weten waar het verantwoord is. Ik durf te klimmen naar plaatsen waar ik nog nooit geweest ben. En als dat dan gelukt is, klim ik door, net zo lang tot ik val. Want vallen doe je altijd: je komt altijd wel ergens waar een gebrek aan houvast is. En je enthousiasme van de recente ervaringen denk je dat het allemaal wel goed zal komen. Dus bereik ik hogere pieken, maar ook diepere dalen dan de mensen die alleen klimmen waar het verantwoord is. Vanuit dat perspectief kan ik mij ook daar wel weer gelukkig over voelen.

zondag 24 oktober 2010

Een moreel dilemma

Een collega van mij begint meerdere malen over één van zijn grote morele dilemma's. Wij vinden dat wanneer iemand sterft of vreselijk lijdt en je zonder uitzonderlijke inspanning bij machte bent om het te stoppen, je moreel verplicht bent dat te doen. Toch geven we weinig geld om armoede in de Derde Wereld te bestrijden. Je kunt het proberen af te schuiven op de inefficiëntie van goede doelen, maar dat is eigenlijk een flauwe reden. Los ervan dat ik denk dat de meeste goede doelen best efficiënt zijn, zou je in het meest extreme geval zelf naar een arm land kunnen gaan en je geld rechtstreeks geven. Je zou kunnen verdedigen dat het welvaartsverschil zo groot is, dat je misschien eigenlijk moreel verplicht bent om dat te doen.
Het is een bekend moreel probleem. Mijn collega vroeg mij als filosoof hierover om een oplossing. Het moest een oplossing zijn die ook uit te leggen is aan de andere kant van het verhaal: de persoon die niets heeft en in armoede lijdt. Ik geloof dat die oplossing er is en dat deze niet eruit bestaat dat je heel karig moet gaan leven en de rest van je geld overmaken naar Afrika. Ik heb die oplossing ook, maar die is zwaar ingewikkeld. Het is mij dan ook niet gelukt hem uit te leggen aan mijn collega. Misschien hing dat ook samen met het late tijdstip.
Maar in essentie komt die oplossing hier op neer: wij hebben morele gevoelens, het is goed dat wij deze gevoelens hebben, wij kunnen niet moreel handelen zonder het morele gevoel erbij. Als dat de situatie is, moet je je ook afvragen waar die morele gevoelens vandaan komen en hoe je dit morele gevoel kunt koesteren en ontwikkelen. Wanneer je probeert moreler te handelen dan je gevoelens, zet je die morele gevoelens onder druk, potentieel tot op het punt dat deze gevoelens het vermogen verliezen handelen te inspireren. En dat zou nog veel slechter zijn. Het mooie morele gevoel gaat dan verloren.
Je zou dus tegen de arme man die niets heeft kunnen zeggen: 'ik vind het erg rot dat je in armoede leeft en ik had het graag anders gezien. Ik ga je echter niet helpen, omdat ik het verder niet kan opbrengen'. Dat lijkt mij een geldig excuus. Maar het werkt alleen wanneer je ook echt je best gedaan hebt. Waarschijnlijk wilde die collega van mij dat niet horen, omdat het impliciet op neer kwam dat hij dus wel iets van geld moest overmaken.
Dostojewski heeft het treffend verwoord in De Gebroeders Karamazov. Monnik Alyosha komt op bezoek bij een dame van twijfelachtig allooi, waarvan de broer in de ban is. De vrouw ziet haar eigen toestand ook als verwerpelijk, maar zij kan niet anders. Ze vertelt het verhaal van een zondaar die na haar dood in een poel met allerlei andere zondaars vreselijk leed en boete deed voor haar daden. Zij wierp wanhopig haar armen omhoog en smeekte om hulp. Een engel kreeg medelijden en bood haar een ui aan. De zondaar greep deze vast en de engel probeerde haar met behulp van de ui uit de poel van verderf te trekken. De andere zondaars zagen wat er gebeurde en probeerden zich aan de vrouw vast te grijpen om zo ook gered te worden. De zondaar probeert de anderen van zich af te houden, maar het zijn er te veel. Dan breekt de stengel van de ui af en valt zij terug in de poel van verderf.
Alyosha en de vrouw die het verhaal vertelde, praten nog door over andere dingen, met name over de broer van Alyosha. Later, wanneer Alyosha weer vertrekt, wil de vrouw hem bedanken voor de interesse die hij in haar getoond heeft. Alyosha voelt zich wat ongemakkelijk en antwoordt: 'Ik heb alleen maar een ui gegeven.'

woensdag 13 oktober 2010

Divagedrag

Een goede vriendin van mij is het soort meisje dat alle mannen leuk vinden. Ze heeft iets liefs, iets ontwapenends, ze laat je altijd bijzonder voelen en verder alle typische eigenschappen waar mannen op vallen. Ze heeft daarom over mannelijke aandacht nooit te klagen.
Ze vertelde me laatst over haar meest recente amoreuze ontwikkelingen. Er zat een of andere kerel achter haar aan en zij was ook wel enigszins in hem geïnteresseerd. Op een avond had hij haar - heel lief - naar huis gebracht. Maar, zo hield zij vol, er was verder niets gebeurd.
"Heeft hij wel nog iets geprobeerd?" vroeg ik.
"Natuurlijk," antwoordde zij. "Het blijft toch een man."
Ik realiseerde me voor het eerst dat zij dat zo ervaart. Mannen proberen bij haar altijd wat, dus neemt ze aan dat mannen altijd wel wat zullen proberen. Ik besefte me dat wij mannen aan dat soort meisjes een zeer verkeerd beeld van onszelf geven. Wij geven het beeld dat wij poeslief zijn, maar dat zijn we natuurlijk helemaal niet.
Andersom is het een bekend verschijnsel dat het leven voor zulke meisjes veel te gemakkelijk wordt gemaakt. Zij komen met veel meer streken weg dan menig andere vrouw en daar went zij aan. Zij beginnen het normaal te vinden niet voor andere mensen klaar te staan, terwijl iedereen altijd maar voor hen klaar staat. Dit proces kan allemaal onbewust geschieden, omdat de meisjes in kwestie toch niet anders gewend zijn. In extreme varianten zijn het 'femmes fatales', die mannen met steeds wellustigere eisen tot waanzin en / of faillissement drijven. Maar ook in mildere varianten komen ze voor.
Over het algemeen kun je de meisjes die dit soort effect mannen hebben er redelijk uit pikken. Het is een bepaald soort uitstraling, eentje van levenslust en onbegrensde interesse, die mannen aantrekt. Er was een tijd dat ik vrouwen met een dergelijke uitstraling per definitie wantrouwde.
Zo was het eerste wat ik dacht toen ik een bepaald meisje tegenkwam "Jij bent heel leuk, wat doe je hier überhaupt?" Het tweede wat ik dacht was "Jij bent vast heel vervelend." In dit geval bleek ik het fout te hebben en het is uiteindelijk één van mijn beste vriendinnen geworden. Maar ik betwijfel of ik mij deze gedachtes nog zou herinneren, wanneer mijn intuïtie wel had geklopt.
Maar zelfs wanneer zulke meisjes toch een behoorlijk ontwikkeld gevoel van eigen verantwoordelijkheid krijgen, kan het mis gaan. Het probleem dat het leven ze te gemakkelijk wordt gemaakt, houdt namelijk niet op zodra ze een gebalanceerde persoonlijkheid zijn geworden. Ze worden nog steeds overstelpt met aandacht en mensen die dingen voor ze willen doen. Het is dan erg makkelijk om te vervallen in divagedrag en eerst voor een paar kleine dingetjes geen verantwoordelijkheid meer te nemen en wanneer dat werkt, voor steeds minder dingen. Hun probleem is dat het werkt. Die meisjes zijn namelijk zó leuk, dat de mannen al deze nare eigenschappen haar onmiddellijk vergeven. Ik moet bekennen dat ik me daar zelf ook schuldig aan maak. Als iemand mij echt bijzonder laat voelen wanneer ik bij haar ben, ben ik ook bereid op andere momenten meer van haar te pikken.
Maar er is ook een grens. Toen ik wegging uit Groningen, heb ik bedacht welke mensen ik écht belangrijk vond en met wie ik graag contact wilde blijven houden. Dat stemt nog steeds redelijk overeen met wie ik nu contact houd. Er is een enkele verrassing gekomen, bij een enkeling is het contact wat verwaterd, maar grosso modo zijn wie toen vrienden van mij waren nog steeds vrienden. Ik ben trots dat ik dat zo lang heb volgehouden. Maar ik denk dat het niet lang meer duurt, voordat ik bij een enkeling mentaal ga afhaken, omdat ik geen zin meer heb om zelf altijd degene te zijn die initiatief moet nemen. Soms komt dat door laksheid, soms komt dat door gebrek aan interesse, maar in een enkel geval komt dat toch zeker door divagedrag. En wanneer mensen stelselmatig niet reageren, ook niet wanneer je iets praktisch moet afspreken, dan raakt op een gegeven moment ook mijn geduld op.

woensdag 6 oktober 2010

Een puberale vorm van liefde

De zoektocht naar de ware liefde zou lijken op één of ander geflipt reality tv programma, wanneer je het van commentaar zou moeten voorzien. Een soort Wie is de mol? Ik zou me nu al verheugen op uitspraken als 'Ik dacht eerst die, maar nu denk ik meer die ander.' 'Toen dinges dat en dat deed, begon ik te denken dat hij het ook wel eens zou kunnen zijn.' 'Maar die ander kan het ook nog steeds zijn, hoor.'
Sommige mensen zitten jaren lang vast in dezelfde tunnel, voordat ze erachter komen dat ze fout zaten. Anderen blijven hun hele leven lang twijfelen tussen alles en iedereen. En zeker weten doe je het nooit helemaal.
Bij de meeste mensen duurt deze puberale manier van omgaan met liefde niet lang. Er zijn echter mensen die erin blijven hangen. Die mensen zitten hun hele leven in een spannend spel. Misschien zijn zij eigenlijk wel te benijden.

woensdag 29 september 2010

Yogales

Al enige tijd ga ik wekelijks naar yoga. Althans, ik zou wekelijks moeten gaan, maar door mijn drukke leven komt het er niet altijd van. Ik ben ermee begonnen, omdat ik altijd wat onrustig ben en ik denk dat het misschien wel goed voor mij zou zijn. Al van aanvang dacht ik er heel slecht in zou zijn, omdat het allemaal draait om ontspannen en ik dat niet zo goed kon.
Gelukkig viel dat wel mee. De meeste mensen zijn er volgens mij niet zo goed in, dus ik kan gewoon gezellig meedoen. En als ik zeg 'gezellig', dan bedoel ik in stilte, want yogalessen zijn niet gezellig. Tijdens de les is iedereen alleen maar zichzelf bezig (dat is het hele idee) en het is nou ook niet zo'n bezigheid waarbij je zegt 'laten we met zijn allen achteraf een biertje doen in de kroeg'.
Daarnaast ben ik er ook wel achter dat de hele ideologie eentje is die haaks staat op de manier waarop ik in het leven sta. Ik wil dingen beleven, vol overal vol gaan en nergens genoegen mee nemen. Yoga streeft naar het niets meer willen, dingen loslaten en tevreden zijn met wat je hebt. Dat botst soms, maar niet altijd. Soms heb ik het gevoel dat de levenslessen achter yoga me proberen te veranderen in iemand die ik helemaal niet wil zijn, maar heel vaak is dat niet. De ideologie is gewoon niet sterk genoeg om mij te overwinnen, hij is niet eens sterk genoeg om veel kwaads aan te richten. Het is dus wel prima zo.
Het is momenteel een best drukke tijd op mijn werk dus de yogales vanavond kwam eigenlijk wel goed getimed. Aan het begin kon ik nog niet goed tot rust komen, maar gelukkig waren de oefeningen vandaag best pittig zodat ik er eigenlijk helemaal in opging.
Alleen aan het einde ging het een beetje fout. Een yogales eindigt altijd met een grote 'eindontspanning' waar je op je rug ligt en helemaal gaat ontspannen. Dus ik lag daar en dacht stiekem toch weer aan allerlei dingen, maar minder dan normaal, dus wat dat betreft was de ontspanning prima aan het slagen. Plotseling begint de yogalerares iets te zingen. In mijn 10 tot 20 yogalessen heb ik dat nog nooit meegemaakt. Het rare was dat het eerste woord 'Una' was en ik even een split second dacht dat ze 'Una paloma blanca' ging zingen. Dat bleek niet zo te zijn. Het was ongetwijfeld één of ander Indisch liedje.
Daarna kreeg ik de instructie dat mijn lichaam 'als vanzelf' op de linkerzij moest rollen. Een lichaam rolt niet als vanzelf op de linkerzij. Ik zal toch echt zelf enkele lichaamsdelen actief in beweging moeten zetten. Uit zichzelf blijft het lichaam lekker liggen waar het ligt. En in dit geval zou dat niet onprettig zijn, want ik lag best lekker op de yogamat. Maar goed, ik voer de instructie toch maar uit (anders lijk ik ook zo opstandig - dus niet yogaproof). Daarna kreeg ik de instructie om 'als vanzelf' weer in kleermakerzit te komen. Wederom voer ik de instructie wat onbeholpen uit, want een lichaam gaat ook niet uit zichzelf naar kleermakerzit. Vervolgens hoor ik: 'probeer of je dezelfde rust hebt behouden van toen je nog op je rug lag'.
Ik dacht: 'Nou, dat is dan bij deze mislukt.'

maandag 27 september 2010

Groningen

Ik werk in Rotterdam, mijn familie woont in Noord-Holland Noord, ik studeerde tot voor kort in Maastricht, de meeste vrienden van mij wonen in Groningen en ik woon zelf in Utrecht. Daarnaast ben ik vaak op pad naar andere plaatsen om daar mensen op te zoeken. Ik ben dus eigenlijk een soort zwerfkei. Ik bind me niet snel aan plaatsen, maar als dat eenmaal gebeurd is, dan ik blijf ik ze trouw.
Toen ik net in Groningen kwam wonen, was ik ook niet bijzonder fan ervan. Maar ik had alles achter me gelaten en was vastberaden iets van mijn nieuwe bestaan te maken. Ik heb mijn tegenslagen gekend, maar na 5 en een half jaar voelde het als thuis. En dat is het nog steeds. Utrecht is langzaam op me aan het groeien, maar aan Groningen kan het nog niet tippen. Ik ga soms tijden niet naar Groningen, maar soms kan de gedachte dat ik er binnenkort weer heen ga voldoende zijn om mij door zware momenten heen te slepen.
Toch, als zo'n moment dan dichterbij komt, denk ik vaak: 'Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Groningen is een afgesloten tijd, ik moet doorgaan.' Ik denk vaak: 'Ik moet er niet te vaak heengaan, het moet wel bijzonder blijven.' Ik weet ook wel dat ook in Groningen de dagelijkse sleur kan heersen en dat ik die momenten misschien uit mijn herinnering verdrongen heb, omdat alleen de mooie momenten bijblijven. Als het moment om weer naar Groningen dichtbij komt, krijg ik koudwatervrees en heb ik altijd een moment van twijfel. Ik denk dan: 'Misschien is dit nog niet het juiste moment om terug te gaan. Misschien kan ik nog beter wachten.' Naar mate er minder aanleiding is, zijn zulke gevoelens ook sterker. Het brengt me soms op het punt dat ik denk dat ik beter helemaal niet kan gaan. Er komen andere gelegenheden en in de tussentijd is er nog zoveel moois te ontdekken. Afwezigheid kan het verlangen sterker doen laten groeien. Het is soms niet erg om jezelf dingen te ontzeggen.
Dus wat te doen? Gaan voor de gemakkelijke bevrediging en daarmee de kracht van het verlangen ook te laten afvlakken? Of jezelf dingen ontzeggen om het allemaal nog net wat meer betekenis te geven? In een wereld waarin alle verlangens al veel te gemakkelijk te bevredigen zijn, is het tweede misschien helemaal niet zo'n gekke optie.

zaterdag 18 september 2010

Goedemorgen

Als ik 's ochtends vanaf het metrostation naar mijn werk loop, kom ik langs de broodjeszaak Bram Ladage. Gisterochtend had ik niet bijzonder ruim ontbeten en ik had nog wel honger, dus ik besloot maar even een croissantje te kopen om die onderweg op te eten. Dus ik ga in de rij staan, zet muziek uit en tel alvast 1 euro 15 van mijn kleingeld af.
De laatste klant voor mij is geholpen en de verkoopster zegt met een oerrotterdams accent: 'Goedemorgen!'
'Een croissantje, graag', zeg ik.
'Goedenmorgen!' zegt de verkoopster nog een keer.
Ik ben verward. Misschien heeft ze me niet goed verstaan. Ik zeg dus nogmaals: 'Ik wou graag een croissantje.'
'Ja, maar we hebben alleen goedemorgen.'
Ik sta perplex. Wat is dit nou weer? Ik ben een betalende klant en afgezien van het feit dat ik nog geen goedemorgen heb gezegd, ben ik erg beleefd geweest. Ik ben ook niet altijd zo scherp in de ochtend. Het rechtvaardigt zeker niet zo'n verwijtende toon naar mij. En daarnaast: waarom zou ik verplicht worden om goedemorgen te zeggen tegen zo'n viswijf? Ik moet al zoveel. In de ochtend staat het groeten van winkelpersoneel bijzonder laag op mijn prioriteitenlijstje.
Ik overweeg om mijn geld weer in te pakken en te zeggen: 'Nou, van mij hoeft het dan niet meer.' De verkoopster pakt ondertussen de croissant en mijn geld en voor ik het weet heb ik toch afgerekend. Ik baal ervan en neem mij voor dat de volgende keer dat dit gebeurt ik wel gewoon het kopen van het broodje annuleer. En dan realiseer ik mij dat er waarschijnlijk nooit een volgende keer gaat komen. Je kunt namelijk alleen bits terug reageren als je snel en scherp bent. De kans op wraak is nu verkeken.
Het enige wat ik nog zou kunnen doen is daarom maar overal slechte reclame over de Bram Ladage verspreiden, maar de individuele verkoper zal daar niets van merken. Ze kan nog steeds andere klanten verwijtend aanspreken op hun falen om goedemorgen te zeggen en ze kan zelfs nog geloven dat ze daarmee goed doet, dat ze de zaak een persoonlijke touch geeft. Nou, een persoonlijke touch is het zeker, maar deze touch had beter achterwege gelaten kunnen worden.

vrijdag 10 september 2010

Suikerfeest

Ik stond net bij het stoplicht. Er stond een man naast me in een zwart gewaad. Hij was zwart en had een klein baardje. Hetgeen me het meest opviel aan hem was dat hij slippers droeg. Ik vroeg me af of dat niet erg koud was op een herfstachtige dag. Misschien is dat een oude gewoonte van hem, wat een vreemde eigenschap, betrap ik mezelf op de gedachte.
De auto's rijden weg en ik steek over, omdat er in de verste verte toch geen nieuwe auto's aankomen. De man blijft keurig wachten. Ik kijk een paar seconden later om. Het licht is inmiddels groen geworden en de man steekt over. Hij houdt zich keurig aan de regels, het lijkt alsof hij de autoriteit van de regels niet wil ondermijnen. Ik doe dat wel. Ik volg regels niet (niet lopen als het rood is) als de reden waarom de regel er is (ander verkeer is aan de beurt) op een bepaald niet van toepassing is (er is geen ander verkeer). Ik vind mijzelf bekwaam genoeg om zelf te bepalen wanneer zulke regels wel en niet van toepassing zijn. Maar als ik deze beslissingen op een verkeerde manier zou nemen, is er ook geen autoriteit om mij ter orde te roepen.
De moslim bij het stoplicht doet het op een andere manier. Hij accepteert de regels als beperkingen die nou eenmaal een gegeven zijn, zo stel ik mij zo voor. Misschien vindt hij ons wel doorgeslagen individualisten met geen greintje besef van verantwoordelijkheid. Helemaal ongelijk zou ik hem niet kunnen geven. Maar ik weet kortweg niet wat hij denkt. Want ondanks alle goede bedoelingen ken ik maar een paar allochtonen persoonlijk en die zijn allen hoogopgeleid en redelijk welgesteld. Ik weet niet wat de rest van de allochtonen bezig houdt en wat ze denken. Maar mochten ze negatieve beelden hebben over de Nederlandse samenleving en cultuur, dan zou ik dat niet vreemd vinden. Wij hebben ze daar ook wel reden toe gegeven.

zondag 5 september 2010

Natuurjongen

Er was eens een jongen, een heel vreemde betoverde jongen. Ze zeggen dat hij erg ver rondzwierf, heel erg ver over land en zee. Een tikkeltje verlegen met een treurige blik, maar erg wijs was hij.

En toen op een dag, een magische dag, kruisten onze wegen. En ook al hadden we het over vele dingen, idioten en helden, zei hij dit tegen mij: 'Het belangrijkste dat je ooit zult leren is simpelweg van iemand houden en teruggeliefd worden.'

dinsdag 31 augustus 2010

Het menselijk lichaam

Ik weet bijzonder weinig van het menselijk lichaam. Ik weet nauwelijks het onderscheid tussen een nier, een milt en een lever. In mijn ogen zijn ze er alle drie om je lichaam van onwelwillende stofjes te ontdoen. Het onderscheid heb ik nooit begrepen.
In mijn gebrekkige kennis van het menselijk lichaam heb ik wel een wantrouwen tegen zinloze medicijnen opgebouwd. Waar anderen bij het minste geringste asperine, slaapmiddelen of primatour nemen, laat ik die dingen staan, omdat ik vind dat mijn lichaam er maar tegen moet kunnen. Daarnaast ben ik bang dat er een zekere gewenning optreedt: zodra je die dingen gaat gebruiken heb je steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken. Waar ik wel op vertrouw, is mijn eigen discipline en mijn geloof in het aanpassingsvermogen van mijn lichaam.
De laatste tijd ben ik hierop toch een beetje teruggekomen. Zo vloog ik van het weekend naar Lyon. Het was een helse vlucht met veel turbulentie. Ik kreeg heel veel last van reisziekte, want daar ben ik nou eenmaal gevoelig voor. Maar omdat ik niet zo geloof in 'daar ben ik nou eenmaal gevoelig voor', heb ik nooit maatregelen genomen. Mijn lichaam heeft er maar aan te wennen. Tot heel bevredigende resultaten leidde dat niet. Uiteindelijk heb ik gebruik moeten maken van die papieren zakjes die ze je in het vliegtuig geven.
Ik begon na te denken en herinnerde me een me het verhaal van een of andere Portugese koning die erg enthousiast was over scheepvaart. Hij heeft meerdere pogingen ondernomen om zelf op zeereis te gaan, maar iedere keer werd hij verschrikkelijk zeeziek. Als second best ging hij daarom maar zeereizen van anderen financieren.
Blijkbaar kon zijn lichaam echt niet aan de zee wennen. Alhoewel, een vriend van mij vertelde mij dat in van die historische romans mensen die voor het eerst op zeereis gaan, de eerste anderhalve week alleen maar zeeziek zijn. Daarna zijn ze gewend en hebben ze nergens last van. Die Portugese koning had gewoon moeten doorbijten.
Voor de rest van ons geldt dat er wel een prijs is. Je lichaam went wel, maar het duurt even. De vraag is of je die moeite ervoor over hebt. Zo bezien hoeft er niets mis te zijn met hulpmiddelen gebruiken.

zaterdag 14 augustus 2010

De tirannie van het leuk

Wanneer je terugkomt van vakantie, naar een concert bent geweest of wat dan ook hebt ondernomen, willen mensen altijd weten of het ook leuk was. Dan komt meestal een vraag als 'heb je een leuke vakantie gehad?' Over deze vraag denk ik tijdens de vakantie eigenlijk nooit na. Je wordt bezig gehouden door de dagelijkse beslommeringen en probeert daar zo veel mogelijk plezier uit te halen. Maar of de vakantie, het concert of wat dan ook als geheel als een leuke ervaring valt te beschrijven, met die vraag houd ik me pas bezig als ik de vraag gesteld krijg.
Het is vaak ook geen gemakkelijke vraag. Een ervaring bestaat vaak uit veel plezierige elementen, maar ook uit 'ietwat frustrerende maar toch leerzame' momenten, 'saaie maar rustgevende' momenten en 'stressvolle maar spannende' momenten. Door de vraag wordt je gedwongen de hele ervaring op een bipolaire schaal te zetten van leuk/niet-leuk. En vrijwel nooit doet dat er volledig recht aan.
Het is heel attent om aan iemand te vragen of hij het leuk gehad heeft. Ik moet daarom bekennen dat ik de vraag (bij gebrek aan een goed alternatief) ook vaak genoeg stel. Daarnaast geeft de vraag je gelegenheid om iets te vertellen over wat je hebt meegemaakt. In zo'n geval zou een betere vraag zijn geweest 'vertel er eens iets over'. Soms zitten de vraagstellers niet te wachten op een lang verhaal en in zulke gevallen geef ik vaak maar het beleefde antwoord terug dat het heel leuk was. De discussie is daarmee klaar en we kunnen door naar de orde van de dag.
Voor de persoon zelf heeft de vraag of het ook leuk was niet zo heel veel praktisch nut, behalve dat leuke dingen over het algemeen voor herhaling vatbaar zijn en je van niet-leuke dingen moet wegblijven. Een alternatief zou dan kunnen zijn 'zou je het vaker willen doen?'. Heel vaak zijn mijn ervaringen op het moment dat ze net zijn geweest nog niet zo goed geduid, dus zou ik als antwoord moeten geven: 'dat weet ik nog niet, hoor.'
Dat is een heel normaal antwoord. Op de vraag of het ook leuk was kun je dat echter niet zo maar antwoorden. Hoe kan het nou dat je niet weet of je iets leuk vond? Mensen gaan ervan uit dat je de meetlat van leuk/niet-leuk altijd bij je hebt om elk individuele (of samengestelde) ervaring langs te leggen, zodat je een makkelijk en overzichtelijk antwoord kunt geven en de wereld kunt indelen in twee groepen: leuke en niet-leuke dingen.
Ik ben niet sterker dan het systeem en doe dus maar mee. Ik deel de wereld in dezelfde twee groepen. Maar ergens diep van binnen heb ik vaak het gevoel dat het toch niet helemaal juist is. Ik ervaar dingen niet simpelweg als leuk of niet-leuk, maar heb daar een hele waaier aan emoties bij. En het voelt te simpel om die allemaal te reduceren tot één arbitraire maatstaf.

zondag 1 augustus 2010

Nieuwe huisgenoten

Vorige weekend kreeg ik van twee van mijn huisgenoten het trieste bericht dat ze gingen samenwonen. Voor hen natuurlijk hartstikke leuk, maar voor ons achterblijvers betekende het dat wij vervangers moesten vinden en we alleen maar konden hopen dat de sfeer zou terugkeren. Mijn woninggenot was sowieso al ietwat onder druk gezet, doordat de huisbaas over elk wissewasje gaat zeuren (zoals dat ik de opslagruimte als opslagruimte gebruik, dat ik gasten soms laat blijven slapen en dat de stofzuiger in de gang staat).
Maar gelukkig konden we afgelopen donderdag al vervangers uitzoeken. Er zat een industrieel ontwerper uit Portugal tussen, die stage liep in Waddinxveen, kunstzinnig aangelegd was en veel van muziek hield. Ik kon het echt direct goed met hem vinden en dat is best zeldzaam. Nadat ik in het overleg na afloop nog even voor hem heb moeten strijden, werd hij uitgekozen als één van de twee uitverkorenen.
Toen kwam vrijdag het échte probleem. Hoe gaan we het onze huisbaas vertellen. Ik besloot in eerste instantie maar er wat omheen te draaien en eerst zijn naam te gebruiken (André) en vertellen wat hij in het dagelijks leven deed. Daar werd de huisbaas al wat sceptisch door, omdat hij opving dat de kerel waarschijnlijk maar tijdelijk zou blijven. Toen ik erbij vertelde dat de kerel geen Nederlands kon (ik moest het wel vertellen, hij zou er vanzelf achterkomen), was hij definitief tegen. Hij vertelde dat hij eigenlijk geen jongens meer wilde, omdat hij daar over het algemeen meer problemen mee had. Hij zou hem geen contract laten tekenen, we moesten maar iemand anders zoeken en als dat niet lukte, dan zou hij zelf wel iemand in ons huis plaatsen.
Ik denk niet dat dat de echte reden was. Mijn huisbaas is bovenal ontzettend gemakzuchtig. Buitenlanders heeft hij geen ervaring mee, dat vindt hij maar moeilijk. En dus wil hij het niet. Het is pure discriminatie, maar wat kunnen wij er aan doen? De enige reden dat wij überhaupt onze eigen huisgenoten mogen uitzoeken, is dat het hem werk bespaart. Als er een kamer vrijkomt, kan hij in principe zelf bepalen wat ermee gebeurt.
Wij hebben dus moeten ingeven en een andere huisgenote aangedragen. Het verhaal met de huisbaas is echter nog niet voorbij. Hij zal wel weer over andere dingen gaan zeuren. Ik zou de strijd aan kunnen gaan, maar het stomme is dat je er zo weinig bij te winnen hebt. Tot een openlijke strijd zal ik het dus niet laten komen, maar de onderhuidse strijd woedt voort. Ik blijf de opslagruimte als opslagruimte gebruiken, mensen mogen nog steeds blijven slapen en de stofzuiger, tsja, die kan op zich wel op een net wat andere plaats staan. Dan heeft die kerel ook het gevoel dat hij iets bereikt heeft.

zondag 25 juli 2010

Weekendwerk

Ik werk nu al bijna twee jaar in de fusie- en overnamepraktijk en deze week was het voor het eerst zo ver dat er een druk project tussenkwam dat ervoor zorgde dat ik mijn weekendplannen moest annuleren. Ik was eigenlijk van plan geweest dit weekend naar Lyon te gaan om een goede vriend van mij op te zoeken.
Een deel van wat ik leuk vind aan mijn werk is dat het hectisch, spannend en veranderlijk is. Ik weet al veel langer dat hier ook bij hoort dat je een enkele keer in onverwacht in weekend zult moeten werken. Ik heb me daar op ingesteld en ik heb het geaccepteerd. Het valt me eerlijk gezegd nog mee dat dit de eerste keer is. Daarnaast zijn de drukste projecten vaak ook de leukste projecten. Dus echt klagen mag ik niet.
Toch lijken mensen mij heel zielig te vinden dat ik in het weekend door moet werken. Zij lijken niet te begrijpen dat werk ook best leuk kan zijn. Werk wordt geassocieerd met ellende en verplichtingen waar niets leuks tegenover staat. Dat onbegrip vertaalt zich bijvoorbeeld in de volgende vorm van gesprekken:
'Wegens projectdrukte heb ik mijn vlucht naar Lyon moeten annuleren.'
'Dat is balen.'
'Ach, gelukkig is het wel een heel leuk en uitdagend project.'
'Toch jammer, weekend zou alleen voor leuke dingen moeten zijn.'

maandag 19 juli 2010

Een foto van onvoorwaardelijke liefde

Ik ben nu bijna een week geleden teruggekeerd uit Thailand. De eerste dagen dat je terugkomt, heb je logischerwijs nog geen afspraken gepland. Je doet wat kleine dingen, het duurt een paar dagen voordat je je agenda weer gevuld hebt met wat afspraken. Door de vakantie had ik al mijn vrienden sowieso al een paar weken niet gezien en die eerste paar dagen terug, dan voel ik me - ja, dat mogen jullie best weten - dan voel ik me eenzaam.
Ik loop wat door huis en onwillekeurig komt mijn blik op een foto aan de muur van enige tijd geleden. Het is een foto van mij en een goede vriendin van mij. Ik heb de foto altijd al gemogen. Ik sta er samen met haar op en zij lijkt in een toestand van ongematigd enthousiasme. Het is alsof er een soort onvoorwaardelijke vriendschappelijke liefde vanuit haar glinstert. Ik heb meestal helemaal niet zo'n goed beeld van mezelf en als ik naar die foto kijk, vraag ik me onwillekeurig af waar ik dat aan verdiend heb. Blijkbaar heb ik toch iets goed gedaan, dat zo iemand (want het is niet de eerste de beste) onvoorwaardelijk van mij lijkt te kunnen houden.
Als ik daaraan terugdenk, dan mis ik haar. Ik denk dat ik ook onvoorwaardelijk van haar houd. Maar ik zou dat soort dingen waarschijnlijk niet zo snel tegen haar durven zeggen, omdat het het platonische karakter van onze relatie zou beïnvloeden. Want ondanks dat alles zal onze relatie altijd platonisch blijven. Als vrienden lijk je alleen onvoorwaardelijk van elkaar te kunnen houden, wanneer de mogelijkheid ooit een relatie met elkaar te krijgen niet meespeelt. Misschien is dat waarom er zo weinig vriendschappen zijn tussen hetero mannen en hetero vrouwen. Want het risico van een amoreuze gedachtes of het idee dat de ander amoreuze gedachtes heeft, ligt hier voortdurend op de loer. Waarom mij dat bespaard is gebleven is mij een groot raadsel. Het feit blijft dat ik veel vrouwelijke vrienden heb.
Zij is niet de enige van wie ik houd. Ik mis haar, maar niet alleen haar, maar ook een paar andere goede vrienden. De eerste week terug is wat dat betreft een moeilijk punt. Gelukkig heb ik genoeg mooie afspraken om naar uit te kijken.

vrijdag 9 juli 2010

In een Thaise bar

Ik ging laatst uit in Bangkok. Thailand heeft natuurlijk een naam van sekstoerisme en promiscue gedrag en ook de bar waar wij waren was gevuld met veel westerlingen (voornamelijk jonge mannen) en veel Thaise jonge meisjes. Ik zou niet durven beweren dat het prostituees waren, maar het was wel duidelijk dat ze probeerden een westerse man aan de haak te slaan. Ik hoefde niet zo nodig aan de haak geslagen te worden, dus dat gaf mij de vrijheid om gewoon leuk uit te gaan en te dansen en geen bijzondere aandacht aan de vrouwen te besteden.
Toch gebaarde ik op een gegeven moment naar een van hen dat ze mee moest dansen. Ze danste dus mee en we hadden ook een kort gesprek over hoe ik heette en waar ik vandaan kwam. Kort daarop kwam een wat dikke vriendin van haar na haar toe en zei iets in het Thais tegen haar. Ze moest er erg om lachen, wisselden wat woorden en de vriendin ging weer weg.
Ik besloot de situatie net wat ongemakkelijk te maken. 'What did you friend say?' vroeg ik.
Ze wilde duidelijk geen antwoord geven en zocht naar een uitweg. 'She asked me, what your name was.'
Dat leek me bijzonder onwaarschijnlijk en ik probeerde het nog even erger te maken. 'You don't have to lie to me. You can be completely honest with me.'
Ik weet ook wel dat liegen in een boeddhistisch land een van de grootste zondes is. Maar omdat ik haar enkel impliciet beschuldigde, was ze niet in staat om te reageren. Ze wist zich geen houding te geven en er volgde een pijnlijke stilte. Na even zei ze: 'Let's go dance with my friends.'
We voegen ons bij de vrienden en beginnen weer te dansen. De dikke vriendin spreekt me aan en vraagt: 'Hello, what is your name?'

donderdag 24 juni 2010

Weer vrijgezel

Wanneer je net aan een relatie begint, is het nog pril en onzeker. In dat stadium wil ik altijd niet dat andere mensen zich er te veel tegenaan bemoeien of constant gaan vragen wat de voortgang is. Ik houd het dus eerst angstvallig geheim. Langzaam maar zeker ontgroei je die fase en vertel ik steeds meer mensen eerlijk wat er aan de hand is.
Onlangs was ik dat punt gepasseerd. Ik had net besloten dat ik het niet echt geheim meer hoefde te houden, voor wie dan ook. En net toen zo'n beetje iedereen afwist van mijn vriendin, maakte ze het uit. Alsof door een vloek de relatie verbreekt zodra je er andere mensen over vertelt.
Zo moeilijk het is om te vertellen dat het aan is, zo gemakkelijk is het om te vertellen dat het uit is. Eén centraal bericht doet wonderen. Slecht nieuws reist nu eenmaal sneller dan goed nieuws. Goed nieuws is als een broos plantje dat mensen nog niet te veel aan de wereld durven bloot te stellen. Slecht nieuws is een kwaad dat al geschied is.
Als het kwaad dan al geschied is, is dit ook een moment van reflectie. Waar ben ik nou eigenlijk helemaal mee bezig? Had ik mij anders moeten gedragen? Heb ik er wel genoeg aandacht aan besteed?
Zulke vragen schieten door mijn hoofd. Maar één vraag komt eigenlijk nooit meer terug: de vraag of het ooit nog wel goed zal komen. Ik heb vertrouwen in de toekomst en maak me daar nooit meer druk over. De reden voor dat zelfvertrouwen ligt twee jaar geleden.
Twee jaar geleden was ik in Rome. Ik ontmoette daar een 35-jarige Nederlander. Hij was succesvol in zijn werk, had steeds weer relaties opgebouwd, die allemaal steeds weer instortten. Omdat hij geen huis of kinderen had, kon hij het zich veroorloven zijn goedbetaalde baan op te zeggen en er een half jaartje tussenuit te gaan. Daarna zou hij wel weer terugkeren en zien wat hij ging doen (waarschijnlijk hetzelfde werk - al dan niet bij de concurrent). Wij hadden het over van alles en nog wat en op een gegeven moment kwam het ter sprake dat ik het wel jammer vond dat het me nooit gelukt was een echt succesvolle relatie te beginnen. Hij dacht even na en zei toen: 'Ik weet het ook allemaal niet, maar wat is er erg aan dat het steeds mislukt? Begrijp me niet verkeerd, ik probeer er ook iedere keer iets van te maken voor de lange termijn. Maar soms heb ik het gevoel dat ik dat ook doe, omdat dat verwacht wordt. Wat is er eigenlijk mis met een aaneenschakeling van pogingen? Word je daar echt minder gelukkig van?'
Ik weet niet wat beter is. Maar sindsdien vind ik het naïef om aan te nemen dat een langdurige relatie wel beter zou zijn geweest.

zondag 20 juni 2010

Ben ik nu een beetje raar?

Een vriend van mij vertelde mij eens dat één van zijn slechtste eigenschappen in relaties zijn voortdurende onzekerheid is. Wanneer hij zijn geliefde 's ochtends ziet, wil hij de bevestiging dat hij nog steeds leuk gevonden wordt. Zelfs al gaan ze uit elkaar en zien ze elkaar de rest van de dag niet meer, dan wil hij 's avonds weer dezelfde bevestiging, bijvoorbeeld door middel van een sms.
Hij gaf onmiddellijk toe dat een dergelijke eigenschap eigenlijk vaker bij vrouwen voorkomt. Meestal zijn vrouwen degenen die in heterorelaties zich erover opwinden dat ze niet vaak genoeg verteld wordt dat ze nog leuk zijn. Mannen kunnen daar meestal langzaam zonder, al hebben ook zij af en toe bevestiging nodig.
Ik vond het gedrag van mijn vriend dus een curiositeit, een ietwat extreme vorm van onzekerheid in de liefde. Maar groot was dan ook mijn verbazing toen een goede vriendin van mij erkende dat ze exact hetzelfde had. Erger nog, ook haar vriendje had dezelfde eigenschap. Als slechts één kennis van mij deze eigenschap had, kon ik het nog afdoen als uitzonderlijk en een beetje raar. Maar als iedereen zo in elkaar zit, misschien ben ik dan zelf wel degene die een beetje raar is.
Wat het nog erger maakt, is dat dit allemaal gaat om goede vrienden van mij, ik zou zelfs durven zeggen mijn beste vrienden. Je zou toch verwachten dat je toch een beetje soortgelijke mensen om jezelf heen verzamelt. Blijkbaar is vooral in de groep van mensen die ik tof vind, het goede gewoonte om je partner voortdurend op de hoogte te stellen van het feit dat je hem/haar nog steeds leuk vindt.
Dat zou voor mij een groot probleem betekenen. Ik ben namelijk helemaal niet attent. Het is een eigenschap waar ik me heel erg van bewust ben en die ik graag anders zou zien, maar het is nou eenmaal zo. Ik kan proberen - zo goed en zo kwaad als het gaat - mij toch attent te gedragen en dat wil ik ook wel proberen. Maar dagelijks of zelfs meerdere keren op een dag via het mobiele netwerk aan mijn partner te laten weten dat ik haar nog steeds geweldig vind, dat gaat mij te ver. Zoveel attentie kan ik echt niet opbrengen.
Ben ik dan verdoemd? Gelukkig niet. Na lang nadenken herinnerde ik me een relatie in het verleden waarbij ik ook probeerde doelbewust wat attenter te zijn. Maar wanneer ik af en toe liet doorschemeren in mijn berichten dat ik haar nog steeds leuk vond of dat ik haar miste, verslechterde het contact juist. Het bleek dat zij dat juist beangstigend vond, omdat het leek alsof ik soortgelijke berichten van haar verwachtte. In deze veelzijdige wereld zal er dus ook wel genoeg markt zijn voor mijn soort mensen.

zaterdag 5 juni 2010

Verkiezingen

Na maandenlange voorbereiding zijn komende woensdag dan eindelijk de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Vanuit de individualistische samenleving waarin wij leven zijn verkiezingen eigenlijk maar een raar verschijnsel. De kans dat jouw stem een verschil maakt in de zetelverdeling is buitengewoon klein. Ik kan me niet herinneren dat nationale verkiezingen ooit met één stem verschil beslist werden. Daarnaast kost het wel enige moeite om te gaan stemmen. Dat is niet veel moeite, maar toch: gelet op de ongelofelijk weinige nut dat er tegenover staat, is - rationeel beschouwd - niet stemmen het beste. Dan bespaar je jezelf gelijk de moeite van het erover nadenken.
Toch denken de meeste mensen niet op deze manier. Er gebeurt namelijk ook nog iets anders met stemmen. Doordat je wordt aangesproken te stemmen, word je gedwongen om na te denken over de toekomst van het land. Dat is goed voor je algemene ontwikkeling. Daarnaast voel je je erdoor verbonden met de toekomst van het land. Dat is weer goed voor de sociale cohesie.
Dit proces werkt het beste wanneer mensen eerlijk vertellen wat ze gaan stemmen. Dan krijg je een publiek debat, waarin mensen bijdragen aan elkaars denkproces. Laat ik daarom ook maar eerlijk mijn overwegingen opschrijven wat ik van plan ben te gaan stemmen. Voor wie het namelijk nog niet wist: ik behoor tot de tweede groep mensen, de mensen die wél gaan stemmen.
Als ik de kleine onzinnige partijen even negeer (met inspirerende namen als LEF, Eén, Mens en Spirit, Trots op Nederland, Partij voor de Dieren (ik houd niet eens van dieren, is er geen partij tegen de dieren?)) blijven er nog redelijk wat partijen over. SGP en ChristenUnie vallen voor mij af, omdat ik het op al hun speerpunten met hen oneens ben (abortus, homohuwelijk, weigerambtenaren, aanrechtsubsidie, onderwijsvrijheid) en dat is geen goede basis voor een vertrouwensband. PVV reduceert alle problemen tot de islam, ook als die er niets mee te maken hebben (zoals bijv. het begrotingstekort, wereldeconomie). Zelfs al zou het zo zijn dat de islam onwenselijk oprukt (wat ik betwijfel), dan is dat niet het enige probleem in Nederland en met een beetje botte maatregelen los je het zeker niet op. Daarnaast is Wilders een beetje losgeslagen idioot, die Nederland onveilig maakt (want polariseert alleen maar, biedt mensen geen waardige uitweg), internationale conventies wil schenden (hier komt hij voor uit) en de Nederlandse economie schade aandoet (door imagoschade en niet ingrijpen op probleemdossiers). De SP wil nog steeds niets veranderen aan ons sociale stelsel, terwijl ook wij te kampen krijgen met de eisen van een wereldeconomie. Mensen worden ouder, dat los je niet op door ze maar langer te betalen. De economie wil flexibele mensen, die krijg je niet met ons complexe ontslagrecht (zeker voor ambtenaren). Nederland regeren moet niet gaan over het behalen van een zo goed mogelijke koopkracht op korte termijn, maar een werkbaar systeem op lange termijn.
Dan blijven nog over als opties: CDA, PvdA, VVD, Groenlinks, D66.
Het CDA heeft zich in een lastige positie gemanouevreerd. Zij maken een ouderwets onhoudbaar economisch systeem (de hypotheekrenteaftrek) tot breekpunt, zij sluiten zo ongeveer de PvdA uit en elke week komt Balkenende met een nieuw wanhoopsoffensief. Ik heb het CDA nooit al te veel gevonden, maar nu zijn ze ook hun main selling point: hun stabiliteit. Normaal gesproken kon je CDA stemmen, omdat je wist dat de formatie iets makkelijker zou worden. Nu is het CDA zelf één van belangrijkste complicerende factoren geworden. Het wordt dus geen CDA.
De PvdA begon acht jaar geleden onder Wouter Bos aan de moeilijke opgave de partij te hervormen. Het PvdA moest geen regentenpartij meer worden. Acht jaar later kunnen we vaststellen dat hij gefaald heeft. Job Cohen is een capabele sympathieke en bevlogen man en zou waarschijnlijk een prima premier zijn. Hij heeft alleen geen pretentie meer iets te doen aan de aard van de PvdA. Die rest van de PvdA krijg je met Job Cohen kado. Dat zijn de regenten, die overal willen ingrijpen, blind naar de partijtop luisteren en bang zijn mensen voor het hoofd te stoten. Dat is niet de gehele PvdA, misschien niet eens de meerderheid, maar de PvdA slaagt er niet in deze aard te verliezen. Van mij mag Job Cohen heel ver komen, maar dat mag hij alleen doen. Ik ga hem niet helpen.
Mark Rutte doet het goed in de peilingen. Hij is gegroeid in zijn rol van een onzeker jongetje naar een eloquente verdediger van de Nederlandse schatkist. Ik twijfel niet aan zijn gedrevenheid en ik denk dat hij een prima hervormer kan zijn. Hij zegt ervoor te zullen waken dat het armste gedeelte van de samenleving niet te veel in de verdrukking zal komen. Hij zegt niet iedereen te willen reduceren tot hun economische waarde. Toch denk ik dat zodra de VVD aan de macht is, het bloed zal kruipen waar het niet kan gaan. De begrotings- en inkomenspolitiek zal hard zijn. Het uiteindelijke doel van deze harde en ingrijpende bezuigingen is tweeledig: belastingverlaging en het instandhouden van de hypotheekrenteaftrek. Rutte wil hervormen, maar een zo grote kostenpost en fiscaal totaal onbegrijpelijke maatregel in stand houden. Daarnaast wil hij soms de verkeerde kant op hervormen, zoals de marktwerking in de zorg (wat niet met elkaar kan concurreren, moet toch met elkaar concurreren op basis van arbitraire criteria). Voeg daar aan toe dat hij maar wat bereid lijkt om met de PVV te gaan samenwerken en hij valt definitief van mijn lijstje af.
Wat overblijft zijn Groenlinks en D66. Beide zeer progressieve partijen, die recentelijk onzinnige maatregelen als het referendum en burgermeesterverkiezingen uit hun verkiezingsprogramma hebben gehaald, danwel in de ijskast hebben gezet. Groenlinks is niet langer irrationeel links en beseft tegenwoordig net als D66 welke eisen de moderne wereld aan een land Nederland stelt. Ze zijn beiden van plan problemen aan te pakken als het gaat om het ontslagrecht, de hypotheekrenteaftrek / woningmarkt, een duurzame economische groei, te investeren in onderwijs (al willen ze wel beiden de basisbeurs een lening maken) en de zorg beschermen. Bieden willen ze ook dat Nederland af en toe zijn verantwoordelijkheid neemt (vredesmissies, ontwikkelingshulp). Zij zijn beiden bereid te regeren en eventueel concessies te doen (D66 in iets mindere mate).
Wat dus de doorslag geeft, is in hoeverre je de partij als zodanig kunt vertrouwen. D66 heeft een lange politieke ervaring, waarbij zij vaak van monsterscores naar grote verliezen terugvielen. Zij worden doorgaans wat onzeker halverwege de kabinetsperiode en gaan zich dan steevast op al hun standpunten beraden, zich plotseling tot dé partij van het onderwijs/zorg/referendum bombarderen. Daarnaast is de partij bevolkt met debaters, die politiek benaderen als een spel waarin uiteindelijk het meest redelijk doordachte en beargumenteerde plan zou moeten winnen. De rede is echter weerbarstig en blijkt het nogal eens fout te hebben. Het af en toe funderen van een standpunt in een identiteit (die D66 niet heeft) is daarom zeker niet verkeerd. Het zorgt ervoor dat ik als kiezer meer vertrouwen in de zaak krijg en dat ik begrijp hoe ze bij hun standpunten gekomen zijn en dat ik ook inzicht krijg in hoe ze andere zaken zullen aanpakken.
Groenlinks heeft een solide basis, zal waarschijnlijk zetels winnen, maar niet ongezond veel. Na een lange weg zijn zij langzaam ontwikkeld tot wat zij nu zijn en het is niet te verwachten dat zij plotseling van koers zullen veranderen. Mochten zij gaan regeren, zal dat natuurlijk een nieuwe uitdaging zijn, maar na al die jaren van voorbereiding zijn ze daar klaar voor. Femke Halsema is ook gegroeid in haar rol en werkt niet meer op de zenuwen.
Het wordt dus Groenlinks. Zij krijgen mijn vertrouwen. Ze mogen er iets leuks mee doen en mocht dat goed uitpakken, dan krijgen ze het misschien in de toekomst nog wel een keer.

zaterdag 29 mei 2010

Uitgaan is blijkbaar niet leuk

Gisteren was een vriend van mij in Utrecht. We dronken een paar drankjes thuis en gingen vervolgens de stad in. Zo kwamen in Havana terecht, een prachtige dansbar met een Cubaanse aankleding, dansbare mainstreammuziek en veel twintigers. We waren er wat vroeg, dus namen we nog wat biertjes en uiteindelijk zelfs cocktails. De tent stroomde vol en de muziek werd steeds opzwepender.
Wij namen het ervan en gingen helemaal op in de muziek. De dansvloer was volledig gevuld, maar de meeste bezoekers gingen wat aftastend om met de muziek. Enkele vrouwen bewogen wel een beetje op de muziek, maar de mannen stonden gewoon midden op de dansvloer volledig stil. En vrijwel iedereen keek onzeker en chagrijnig om zich heen, alsof ze de ruimte aan het afscannen waren.
Ik begrijp het niet helemaal. Ik nam naïef aan dat mensen voor hun lol uitgingen. In mijn jaren op Cleo heb ik uitgaan zo geleerd. Maak er het beste van en geniet maar. Niemand vindt dat raar. In de 'gewone' kroeg is dat anders. Ik heb blijkbaar iets gemist. Uitgaan is een strategisch gevecht geworden, waarbij het erom draait dat je met de juiste mensen praat. Een aantal mannen zochten als aasgieren naar 'interessante' vrouwen. De vrouwen (interessant of niet) proberen vooral de blik van 'oninteressante' mannen te ontwijken. Voor je het weet zit die kerel de hele avond achter je aan.
Dit spel was ons wereldvreemd. Misschien waren we er iets te vroeg op de avond, misschien zaten we in de verkeerde tent of misschien lag het eraan dat wij allebei bezet waren. Wij besloten ons er maar niets van aan te trekken en op te gaan in de muziek. Als je een beetje lol wilt hebben, moet je dat vooral zelf maken. Blijkbaar.

zondag 9 mei 2010

De weg naar filosofie lijkt definitief gesloten

Gisteren kwam ik in de trein mijn scriptiebegeleider voor filosofie tegen. Na een moment van twijfel besloot ik hem toch aan te spreken en we raakten even aan de praat. Al binnen vijf minuten hadden we elkaar niets meer te vertellen.
Ik ben na mijn studie filosofie natuurlijk iets heel anders gaan doen. Het was niet bedoeld als een heel definitieve keuze. Ergens diep van binnen hield ik wel de mogelijkheid open dat ik later misschien weer iets met filosofie zou gaan doen. Ik zou me enigszins op de hoogte houden van de ontwikkelingen en misschien als ik een briljant idee kreeg ergens gaan proberen te promoveren (gesteld dat ik er tijd voor zou hebben). Maar als bij mijn scriptiebegeleider het gesprek al zo snel stokt, zal ik aan mijn netwerk niet zo veel meer hebben. Ik denk dat je er snel uitraakt. Ik kan er dus maar beter vanuit gaan dat de weg terug de filosofie in definitief afgesloten is.

maandag 3 mei 2010

Simpele emoties

In mijn vele muzikale stemmingen ben ik sinds gisteren weer wat punkrock gaan luisteren. Vroeger, toen ik een jaar of 18 was, luisterde ik wel aardig wat naar bands als the Offspring, Blink-182, Green Day, Sum41. Nu eigenlijk nauwelijks meer. Toch wel een beetje jammer, want je gaat er zo gemakkelijk in op. Het ritme is aanstekelijk, de boodschap is simpel. Punkrockbands zijn vaak jong, boos en puberaal. Ze voelen zich onbegrepen en helemaal alleen. Je hoeft maar even mee te luisteren om het gevoel mee te krijgen. Juist doordat je iemand anders over precies ook jouw frustraties te horen zingen, voel je een soort groepsgevoel. 'Er zijn maar een paar mensen die deze wereld echt door hebben. Ik hoor daar bij en band x ook.'
Tenminste zo werkt het voor pubers. Voor mij is het meer nostalgisch. Het doet mij denken aan een wereld waarin de emoties waarmee je geconfronteerd werd nog redelijk overzichtelijk waren. Het puberale gevoel van frustratie herkenbaar is ook nu nog herkenbaar. Toch blijft het paradoxaal. De hele tijd zingen punkrockers over het feit dat ze zich onbegrepen en helemaal alleen voelen. Het lijkt mij een van de emoties die het makkelijkst te begrijpen is.

zaterdag 17 april 2010

Speech ter ere van het huwelijk van mijn zus

Gisteren was het huwelijk van mijn zus. Ik kon mezelf natuurlijk weer niet bedwingen en heb een speech gegeven. Zie hier een benadering van wat ik eigenlijk gezegd heb. Opmerking vooraf: eigenlijk was de aansluitende speech van mijn vader nog beter, maar ik betwijfel of die het internet zal halen.
"Hartelijk dank voor het woord. En hartelijk dank aan Anne Marieke en Anatolie voor het vertrouwen dat zij in mij gevestigd hebben, doordat zij mij als ceremoniemeester hebben gevraagd. En dat terwijl ik in mijn leven nog nooit op een huwelijk geweest was. Dus dat wordt nog spannend.
Ik heb nu de nobele taak om een aantal woorden over het bruidspaar te zeggen. En dan begin ik natuurlijk bij de persoon die ik al het langste ken en dat is Anne Marieke, mijn zus. Als ik terugdenk aan mijn vroege jeugd, dan overheerst bij mij maar één beeld: dat van de vele ruzies die ik met mijn beide broers heb uitgevochten. Gelukkig was Anne Marieke doorgaans verstandig genoeg om daar buiten te blijven.
In die tijd was Anne Marieke voor mij het toonbeeld van verstandigheid en vlijtigheid. En dat is misschien wel de automatische rol die een oudere zus inneemt. Ik heb inmiddels ook een heel ander beeld van haar en ik denk ook dat het een completer beeld is. Dat is het beeld van de twijfelaar, van de persoon die altijd 2 kanten van een zaak ziet en haar ogen niet wil sluiten of een eenzijdige blik wil krijgen. Zij heeft een moreel verantwoordelijkheidsgevoel dat er toe leidt dat zij niets aan andere mensen tegen hun wil wil opleggen. En in de beste jaren 90 traditie heeft zij een afkeer van wreedheid en gemeenheid.
Zoals zo velen van onze generatie verlangde ze op een gegeven moment naar steun en liefde. En die heeft ze gevonden in Anatolie, vanaf vandaag haar man. Ook al had ik hem al eerder ontmoet, kwam Anatolie pas echt in beeld in een tijd dat het iets minder met Anne Marieke ging, namelijk toen zij een erge ziekte kreeg. Dat was een moeilijke tijd, maar Anatolie was er toen voor haar. Hij is daarmee een man van plichtsbesef. Hij gaf steun en aandacht waar dat nodig was. En daarmee heeft hij het niet alleen voor Anne Marieke zelf, maar ook voor mijzelf, mijn ouders en heel veel andere mensen deze narigheid toch iets makkelijker te verteren gemaakt.
Sindsdien heb ik Anatolie ook op een andere manier leren kennen. Hij is erg besluitvaardig. Hij heeft geen moeite om in complexe kwesties een positie in te nemen. En toch is hij ook niet te beroerd om in te binden, als zijn zienswijze verkeerd blijkt te zijn en is er ruimte voor een compromis.
Dit zijn slechts enkele korte schetsen, die totaal geen recht aan hen doen. Maar ik denk dat het wel aangeeft waarom ze zo goed bij elkaar passen. Ik denk daarom dat ik niet alleen sta in dat ik niet alleen wens en hoop, maar ook echt geloof dat zij samen gelukkig gaan worden. Anne Marieke en Anatolie, heel veel geluk samen."

maandag 12 april 2010

Sadisme, Perversiteiten, Sodom, Gomorra, 120 dagen lang

Ik ben ervan overtuigd dat een mens bijna alles kan geloven. Dus toen ik een paar maanden geleden begon aan '120 dagen Sodom' van markies de Sade, nam ik mij stellig voor om het met een openheid van geest te benaderen. '120 dagen Sodom' is niet het eerste de beste boek. Het staat bekend als het meest walgelijke boek wat ooit geschreven is. De grootste perversiteiten en misdaden komen erin voor. Dat alles wordt koeltjes beschreven zonder enig moreel oordeel, nee, eerder met een lichte bewondering voor al deze misdaden. De helden van het verhaal voelen alleen maar opwinding over de morele verwerpelijkheid van hun daden.
Ik nam met het lezen van dit boek bewust een risico. Ik liet een verschrikkelijk gedachtegoed mijn geest binnen en besloot het vrij van morele oordelen proberen te begrijpen. Daarmee accepteerde ik de kans dat het boek ook mij zou veranderen. Ik zou markies de Sade ook in staat stellen mij moreel zou perverteren.
Al vrij snel nadat ik het boek gekocht had, speelden zulke gedachtes door mijn hoofd. Een vriend van mij vond het wat overdreven. Volgens hem zou het helemaal niet mogelijk zijn om door zo'n boekje je morele gedachtes te laten veranderen. Zo oud als ik was, zouden die toch allang gevormd zijn.
Inmiddels heb ik het boek uitgelezen. Het zou heel goed het meest walgelijke boek wat ooit geschreven is, kunnen zijn. Ik ben in staat geweest om het van voor tot achter te lezen zonder mij echt moreel verontwaardigd te voelen. Maar heeft het boek mij nou veranderd? Is het markies de Sade gelukt mij te perverteren? Ik vrees eigenlijk van niet. En dat ligt niet zo zeer aan dat ik volledig vastgeroest ben in mijn oude moraal. Als dat het geval zou zijn, zou ik me toch wel wat afkeer gevoeld moeten hebben.
Neem nu de volgende (zeldzame) passage die tussen de gruweldaden door een korte filosofische bespiegeling laat zien. Het onderwerp is een man die ter dood veroordeelde vrouwen in ruil voor bepaalde (niet echt frisse) diensten belooft vrij te laten. Hij breekt echter steevast zijn belofte, zodat de vrouwen alsnog sterven. De man in kwestie ontleent uit deze misdaden grootse lust. Curval, één van de hoofdpersonen van het verhaal, heeft grote bewondering voor deze man.
'That's a man I admire immensely. He has the perfect philosophy with regard to pleasure-taking; for why should any man, already restricted in all amusements, in all his faculties, further narrow the scope of his experiences due to prejudice? To categorize murder as a crime, for example, is to deny oneself a thousand different ecstaties, a thousand ways of killing, each more rewarding than the next; what nonsense. What the Devil difference can it make to Nature, who each year slaughters millions through disease and famine, if one man removes another five, ten, twenty souls from the planet? Conquerors, tyrants, kings - do they inhibit their achievements by adhering to such an absurd law? On the contrary, the desire to kill is without doubt the strongest imperative which Nature imprints upon our brains from birth, and relates directly to our very survival. But patience; I shall surely find a more opportune moment to expound these ideas; suffice to say that this is an area I have studied intensely, and I hope to convince you, as I am convinced, that all the impulses we follow in serving our true natures are neither good nor evil, neither right nor wrong, but merely the actions and reactions of forces set randomly adrift in this universe, that occasionally crash and collide.'
Dit lijkt misschien satirisch bedoeld, maar volgens mij meent markies de Sade dit bloedserieus. En ik kan me iets bij zijn bedoeling voorstellen. Maar volgen kan ik hem niet. Na het lezen van het boek kon ik alleen maar denken: ja, je kunt op die manier in het leven staan. Maar dan moet je het wel willen. Mij spreekt het totaal niet aan. Misschien ben ik daar toch te bekrompen voor. Maar misschien is bekrompenheid helemaal niet zo'n heel slechte eigenschap.

zondag 4 april 2010

Leeftijd en levenservaring

Soms praten mensen in termen van levenservaring. Ik sprak zo laatst iemand die dat deed. Zij kende bijvoorbeeld iemand van een jaar of 16, die ondanks zijn geringe leeftijd toch heel wijs en volwassen was, meer nog dan ikzelf.
Los van het feit dat ik het tamelijk ongepast vindt om mij op die manier met iemand te vergelijken, als je mij nog maar net kent, lijkt me een dergelijke claim bijzonder moeilijk te verdedigen. Ik ken de persoon in kwestie niet en het kan best zijn dat hij aardig wat heeft meegemaakt en behoorlijk volwassen in het leven staat voor zijn leeftijd. Ik heb zelf vaak genoeg mensen tegen gekomen die een stuk jonger dan ik waren, waarvan ik dacht: 'Wow, je hebt het eigenlijk best goed uitgevogeld voor je leeftijd. Zo ver was ik nog niet toen ik zo oud als jou was.'
Ik ben eigenlijk nog nooit iemand tegengekomen, die een stuk jonger dan ik was en waarvan ik dacht dat ik daar veel van kon leren over hoe in het leven te staan. Zulke mensen kom ik gewoon zelden tegen en nog nooit was zo iemand jonger dan ik. Dat kan aan mijn eigen arrogantie liggen. Of aan mijn onkunde om dit soort eigenschappen in andere mensen te herkennen. Maar ik denk dat er iets anders speelt.
Ik ben de beroerdste niet en probeer me iemand voor te stellen die op zijn zestiende al wijzer is dan ikzelf. Waar zou hij die kennis opgedaan moeten hebben. Hij kan dat niet allemaal uit eigen ervaring putten, dus hij zou zich dan op basis van verhalen van anderen, mogelijk zelfs boeken, in combinatie met zijn inlevingsvermogen een beeld van de situaties van anderen moeten vormen. Op basis daarvan zou hij een beeld kunnen hebben gekregen over hoe de wereld in elkaar zat.
Heel verwonderlijk is dat niet. Toen ik een jaar of 16 was, dacht ik ook te weten hoe de wereld ongeveer in elkaar zat. Later bleek dat ik eigenlijk bijzonder weinig wist. Het bleek ook dat de dingen die ik dacht te weten vaak niet waar waren. Ik heb die wijsheid niet opgedaan doordat ik elders een tegenstrijdige visie las. Ik heb aan de lijve moeten ondervinden dat mijn wereldvisie tekort schoot en uit bittere noodzaak heb ik hem moeten bijstellen. Die morele stress, dat gebrek aan houvast, is niet op basis van geleerde wijsheden te simuleren. Tot op zekere hoogte kunnen verhalen van derden (zoals vrienden) hetzelfde bereiken, maar dan alleen als je oprechte betrokkenheid bij die persoon voelt en niet wanneer je het als een curiositeit beschouwt.
Ik heb het gevoel dat ik zeker iets geleerd heb over de afgelopen jaren. Wat dat precies is, is niet in een paar woorden te vatten, maar het valt zeker niet onder 'levenservaring'. De term 'levenservaring' suggereert dat er sprake is van een natuurlijke ontwikkeling die voor iedereen hetzelfde is. Alsof je de hoeveelheid levenservaring zou kunnen meten en iedereen op een universele schaal zou kunnen zetten. Het is eigenlijk een best vieze term. Voor mij geef je gevoelsmatig met het gebruik van het woord al aan dat je die 'levenservaring' dus niet bezit.

zondag 28 maart 2010

Het gebruik van pijnlijke stiltes

Laatst was ik weer voor mijn studie in Maastricht. Tegen het einde van de avond liep ik richting het hotel, dat voor mij geregeld was. Plotseling kreeg ik via sms door dat mijn kamergenoot nog in de stad aan het borrelen met een paar mensen was. Hij nodigde mij ook uit. Ik was er eigenlijk niet zo voor in de stemming, maar ik liet mijn spullen achter en begaf me naar de borrellocatie.
Ik trof daar drie collega's aan die in hetzelfde traject als ik zitten (waaronder een ex van mij), een andere Maastrichtse student en willekeurige kerel die ze op de straat hadden ontmoet. Die laatste kerel miste een tand, droeg gangsterkleding en probeerde de hele tijd de bink uit te hangen. Hij claimde Columbiaans te zijn, maar hij sprak geen Spaans. Eigenlijk was hij gewoon bloedirritant. Normaal zou ik zo iemand nog wel even kunnen uitstaan, maar ik was al in een niet al te beste stemming.
De rest van het gezelschap was hem inmiddels ook alweer een tijdje zat. Ik had absoluut geen zin om hem te rehabiliteren. Ik besloot daarom op elke vraag die hij stelde een antwoord te geven waar hij niks mee kon. Zo zei hij bijvoorbeeld: 'Volgens is hij wel een mooie baas. Ben jij een mooie baas?' Ik wachtte even en antwoordde toen op de meest emotieloze manier waarop ik kon 'nee...'
Al spoedig waren er genoeg ongemakkelijke stiltes, maar de kerel bleef de hint maar niet snappen en nieuwe pogingen wagen. Op een gegeven moment vroeg hij: 'Ben je misschien homo?' Na een kort moment van nadenken was het enige mogelijke juiste antwoord: 'Ja...' en vervolgens zo'n 10 seconden later 'heb je daar een probleem mee?'
Het hielp allemaal niet. De kerel bleef erin volharden ons lastig te vallen. De rest van het gezelschap ging hem toen maar expliciet vragen of hij niet weg wilde gaan, omdat het wel weer mooi was geweest. Uiteindelijk moest dat verzoek nog door het barpersoneel herhaald worden, voordat hij echt vertrok. Hij liep naar buiten en ging op hetzelfde bankje zitten waar mijn gespreksgenoten hem hadden aangetroffen.
Eindelijk rust. De eerste die wat zei was mijn ex-vriendin. Oprecht geïnteresseerd en met een lichte slag van emotie in haar stem vroeg ze: 'Je bent toch niet echt homo?'

zondag 14 maart 2010

Een sociale paria

Laatst ging ik bij een collega van me langs. Zijn vriendin was er ook en er zouden ook allemaal vriendinnen van haar komen. De tv ging aan en we keken achtereenvolgens RTL Boulevard en X Factor. Bij RTL Boulevard viel ik keihard door de mand, doordat ik maar bijzonder weinig bekende Nederlanders kende. Bij het ene na na het andere item moest ik bekennen dat ik geen idee had wie de persoon in kwestie was of de naam misschien wel vagelijk gehoord had, maar geen idee hoe zo iemand er eigenlijk uit zag (Trijntje Oosterhuis). De Nederlandse showbizzwereld boeit me eigenlijk helemaal niets en daarom weet ik er ook niets van af.
Nee, dan X Factor. Ik had al in geen jaren een Idols-achtige talentenjacht op tv gezien. Ik wist dat ze nog steeds bestonden, maar het interesseert mij eigenlijk niet. Ik vind het leuk om ernaar te kijken als cultureel verschijnsel van de jaren 00 of in de hoop dat één van de sterretjes die daar gemaakt wordt op termijn uitgroeit tot daadwerkelijk een goede artiest. Dat is goed mogelijk, maar op het moment dat ze de talentenjacht gewonnen hebben, zijn ze in ieder geval nog steeds niet interessant genoeg om naar te luisteren. Ik probeerde maar heel hard op te gaan in de sfeer en heb me zo alsnog aardig vermaakt.
Daarna moest er een film op, 'The Hangover'. De film schijnt hilarisch te zijn. Al na een paar minuten kwamen de andere kijkers niet meer bij van het lachen. En ik maar denken 'ik vind het eigenlijk helemaal niet zo grappig'. Ik stoorde me ook bijzonder aan het verhaal. Want ondanks dat het verhaal gaat over een uit de hand gelopen vrijgezellenfeest in Las Vegas, hoef je er geen moment over te twijfelen dat alles goed zal komen. Ze komen er zelfs beter uit dan ze begonnen waren. Een authentieke Hollywood-feel good movie dus.
Maar goed, ik besloot wederom proberen op te gaan in de groep en kon uiteindelijk de film wel een beetje waarderen. Terwijl ik naar huis ging, dacht ik: 'hoe kan dat toch? Ik heb nauwelijks binding met vrijwel alles wat men interessant schijnt te vinden. Het lukt me niet om een brug te slaan naar hun belevingswereld. Ik ben eigenlijk een soort sociale paria. De samenleving voelt niet alsof ik er onderdeel van ben.'
Het zijn kwesties waar ik nog steeds niet uit ben. Maar ik denk dat het een verkeerde voorstelling van zaken is. Diep van binnen heb ik nog steeds het naïeve geloof dat ik iedereen zou moeten kunnen begrijpen en dat wat ik belangrijk vind ook door iedereen te begrijpen zou moeten zijn. Ik weet niet of dat een misvatting is, maar het is in ieder geval geen goede leidraad van het handelen. Soms moet je gewoon afstand kunnen nemen en concluderen dat niet alle onderdelen van de mainstreamcultuur voor jou weggelegd zijn. Dat geeft niet, ik bouw om mij heen wel mijn eigen netwerk van mensen met soortgelijke interesses en levensvisies. Ik wil een eigen subcultuur, heerlijk lijkt mij dat. Dan ben ik maar niet mainstream.

woensdag 10 maart 2010

Als ik je niet weer zie

Een kleine twee jaar geleden bracht Neil Diamond het prachtige album Home Before Dark uit. De producer van het album is Rick Rubin, onder andere bekend van de American Recordings platen van Johnny Cash.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik de rest van het werk van Neil Diamond niet zo goed ken, maar Home Before Dark is een topplaat, zowel muzikaal als tekstueel. Het begint al direct bij de eerste noten van If I Don't See You Again, een prachtig nummer over een liefde die nooit wat wordt, maar waarbij ze uit de vermoeidheid van het zoeken naar een relatie toch geneigd zijn elkaar weer op te zoeken. Bijna iedere keer dat ik het hoor, raak daavan oprecht ontroerd.
Neem nou de volgende tekst:
It's time for saying goodbye
'Cause if I stay for too long
You'd get to know me too well
And find that something is wrong

Ik vind dat prachtig. Eigenlijk zou ik willen dat ik dat moment zelf nog eens meemaken en dat ik dat tegen een meisje zou kunnen zeggen en dat het als zodanig overkomt.
Ik had het hierover met een vriend van mij. Hij dacht even na en antwoordde toen: 'Ik betwijfel eigenlijk of die tekst bedoeld is als versiertruc.'

zaterdag 6 maart 2010

Oude vrienden, nieuwe vrienden

Gisteren was ik jarig. Voor de gelegenheid gaf ik een feestje, iets kleiner dan normaal, omdat ik door de winter niet meer mensen naar het balkon verbannen. Het viel iets kleiner uit dan normaal. Zoals dat zo vaak gaat, krijg je op de dag van het feestje zelf vooral afmeldingen te verwerken. Veelal hadden ze goede redenen om niet te komen, zoals deadlines, Tankerweekend, oververmoeidheid of anderszins drukte. Ik heb begrip voor elk individueel geval dat ze niet gekomen zijn. Maar van de 10 mensen die ik uit Groningen had uitgenodigd, is er welgeteld één verschenen. Dat doet vermoeden dat er meer aan de hand is dan een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Blijkbaar zit er toch waarheid in het spreekwoord, uit het oog, uit het hart.
Aan de andere kant kan ik me er niet heel slecht onder voelen. Het feestje was desondanks geweldig leuk, met ook veel vrienden uit Utrecht. Aan de cocktails zijn we eigenlijk niet meer toegekomen en mede als gevolg daarvan ben ik vandaag best fris. Ik ga zo nog een paar dingen in de stad doen en dan vanavond alweer naar een nieuw feestje, waar ik gisteravond voor ben uitgenodigd. Het leven bruist weer een beetje.

woensdag 3 maart 2010

Verkiezingsdag

In de verhalen van 1001 nacht komt een kwade geest voor die opgesloten wordt in een grote kruik. De eerste 500 jaar in de kruik is het zijn stellige voornemen om zijn bevrijder heerser over de hele wereld te maken en hem alles te geven wat zijn hart begeert. Na enige tijd raakt hij steeds gefrustreerder en de tweede 500 jaar heeft hij besloten zijn bevrijder tot een koninkrijk te geven en niet meer dan dat. Als hij na 1000 jaar nog steeds niet bevrijd is, is zijn woede flink opgebouwd en besluit hij zijn bevrijder te vermoorden.
Ik zat vandaag in de trein terug uit Maastricht en ik had niks te doen. Ik dacht na over wat ik vandaag zou gaan stemmen. Op het laatste moment besloot ik toch maar iets idealistischer te gaan stemmen dan ik me oorspronkelijk had voorgenomen. Vol goede moed liep ik van het station naar huis. Ik had er zin in.
Thuis aangekomen lag mijn oproepkaart niet op de plaats waar ik dacht dat ik hem had achtergelaten. Ik zocht naar mogelijke verklaringen: misschien was hij wel van het tafeltje afgevallen, misschien had ik hem onbewust naar mijn bureau verplaatst, of in de la. Maar waar ik ook zocht, ik vond hem niet. En hoe langer ik bleef zoeken, hoe gefrusteerder ik werd. Langzamerhand leek de meest overtuigende verklaring dat hij op de één of de andere manier terecht is gekomen in de stapel oud papier die ik van het weekend heb weggebracht. Tegen beter weten in ging ik toch maar naar het stembureau, maar daar werd ook bevestigd dat ik toch echt een oproepkaart nodig had.
Mijn humeur leidt hier danig onder. Betekent dit dat ik dan maar ook een heel cynisch stem uit ga brengen, mocht ik mijn kaart nog vinden? Ik krijg daar eigenlijk langzaam wel meer zin in. Maar mijn frustratie zal slechts van korte duur zijn. Voor 9 uur vanavond heb ik die kaart alsnog teruggevonden of ben ik definitief mijn stemkaart verloren (dat gebeurt me waarschijnlijk ook maar één keer). Om mijn beslissing echt te laten veranderen, heb ik misschien nog wel 1000 jaar frustratie nodig. Zo ver zal het niet komen. In juni zijn er alweer verkiezingen. Bij nader inzien ben ik toch blij dat het kabinet gevallen is.

maandag 22 februari 2010

Slapeloosheid

Ik heb de afgelopen paar dagen al niet zo bijzonder goed geslapen en toch braaf op tijd op gestaan, dus ik was vanavond bijzonder moe. Ik ging echter naar bed met allerlei nieuwe ideeën en terwijl ik in bed lag, begon ik die steeds verder uit te denken. In dat proces werd ik steeds enthousiaster en dus was de slaap steeds verder weg. Uiteindelijk had ik ook wel door dat dit geen zin had en ben toen maar even uit bed gegaan om die ideeën maar op papier te zetten. Na een paar minuten kwam ik er al achter dat de ideeën helemaal niet zo goed en revolutionair waren als ik daarvoor bedacht had.
Ik dook het bed weer in en hoopte nu de slaap toch wel snel te vatten. Ik voelde mijn spieren verslappen, mijn aandacht weg zakken en ik wachtte op het moment dat de slaap zich meester van mij zou maken. Steeds voelde ik mij alsof ik elk moment weg kon zijn. Het enige wat mij nog wakker hield waren mijn hersenen die elke ervaring in zich op probeerden te nemen. Het is niet elke dag dat je het moment voordat je in slaap valt zo bewust meemaakt.
Maar het duurde steeds langer en nog steeds was ik niet weg. Ik besloot maar wat dingen te proberen, volledig op te gaan in allerlei beelden, iets anders gaan liggen. Het hielp allemaal niet. Als laatste redmiddel besloot ik maar mezelf erbij neer te leggen. Als ik nou zou kunnen accepteren dat het niet ging lukken om vandaag te slapen, misschien dat ik dan alsnog geluk heb. Maar helaas, juist doordat ik te graag in slaap wil vallen, lukt het niet en ik kan mezelf in dit opzicht niet voor de gek houden. Daar ben ik blijkbaar te slim voor.
Ik duik er toch maar weer in. Ooit moet het toch lukken om in slaap te vallen. Een volle nacht zal het niet meer worden. Hopelijk slaap ik er morgen des te beter om.