maandag 30 november 2009

Zoeken

Niet lang geleden zijn we op werk verhuisd naar een andere verdieping. Een groot deel van de net iets minder belangrijke dossiers staat nog in verhuisdozen boven op de kast. En als je dan zo'n dossier nodig hebt, moet je al die dozen doorzoeken en dan zul je altijd zien dat het dossier pas in de allerlaatste doos zit.
'Nogal wiedes dat hij in de laatste doos zit,' zegt een collega van me. 'Zodra je hem gevonden hebt, houd je toch op met zoeken.'

donderdag 26 november 2009

Ik houd van vrouwen

Ik houd van vrouwen, misschien nog wel meer dan van mannen. Sommige van mijn beste vrienden zijn vrouwen en als ik mijn vriendenkring iets ruimer opvat dan slechts mijn allerbeste vrienden, is het redelijk 50/50 verdeeld tussen mannen en vrouwen. Sommige mensen geloven dat seksuele spanning vriendschappen tussen mannen en vrouwen onmogelijk maakt en misschien hebben ze wel een punt. De meisjes waar ik iets mee heb gehad, zijn maar zelden goede vrienden van mij geworden. Misschien is dat deels mijn eigen schuld en misschien ook wel een beetje hun schuld. De precieze redenen kunnen me ook weer niet zo veel schelen. Het is gewoon een ietwat jammere constatering.
Dus als ik nu een leuke jongedame tegenkom, ben ik gewoon puur uit tactische overwegingen niet gelijk meer romantisch geïnteresseerd in haar. In mijn beperkte ervaringen zijn relaties kort en geven ze lang niet zo veel bevrediging als een goede langlopende vriendschap. Het is dus veel verstandiger om in te zetten op een vriendschappelijke band, daar heb je een stuk langer en een stuk meer plezier aan.
Zo'n vriendschap ontstaat echter niet vanzelf. Er is eerst enige toenadering voor nodig. Zulke toenadering is altijd lastig, omdat je het risico loopt om keihard op je bek te gaan. Bij vrouwen is daar nog een extra complicerende factor: het gevaar verkeerd begrepen te worden. Want ook al ben ik niet gelijk romantisch geïnteresseerd, toch kan een voorstel om iets af te spreken, een schouderklopje of een vrolijke sms gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Wellicht kan ik duidelijk en openhartiger zijn, maar soms is het juist weer de openhartigheid die verkeerd gelezen wordt. Maar als ik mensen tof vind, dan vind ik ze ook echt heel tof, ook al betekent dat niet automatisch dat ik er gelijk mee naar bed wil, trouwen, kinderen krijgen of meer van dat alles.
Als ik heel eerlijk ben, zit ik voorlopig helemaal niet zo te wachten op een relatie. Natuurlijk verlang ik wel (binnen normale proporties) naar een steun en toeverlaat, maar ik vind eigenlijk het wel prima hoe ik nu leef. Morgen kan ik me natuurlijk volkomen anders voelen, maar dat is nou juist het heerlijke van deze manier van leven: de vrijheid. En er zijn weinig dingen fijner dan die vrijheid te kunnen delen met gelijkgestemden, maar dan moeten ze je eerst wel goed kunnen begrijpen. Ik zal ze het in geen geval al te gemakkelijk maken.

dinsdag 17 november 2009

Er niet voor gemaakt

Laatst sprak ik met een vriend van mij over alles en nog wat wat wij de laatste tijd (en iets langer geleden) hebben meegemaakt. Het was bijzonder gezellig en soms ook wel diepgravend. Ik hoorde ook over een vriendinnetje van hem wat niets is geworden.
'Ja' zei hij, 'daardoor ben ik wel tot het besef gekomen dat ik niet echt gemaakt ben voor scharrels.'
'Ik ook niet,' antwoordde ik direct. Toen dacht ik een seconde na en zei ik: 'Ik ben eigenlijk ook niet gemaakt voor relaties. Zo is nou eenmaal hoe het gaat. Mensen zijn nergens voor gemaakt en toch moeten we het er maar mee doen.'
Hij knikte instemmend. Ergens is zoiets ook wel weer mooi.

zaterdag 14 november 2009

Het tafelblad

Het tafelblad van de salontafel die mij huiskamer bestaat uit een enorme collage van foto's die mij doen terugdenken aan prachtige episodes uit het verleden. En iedere keer als ik ernaar kijk, maakt mijn hart een klein sprongetje en denk ik weer even eraan terug. En dwaalt mijn blik af naar de muur en dan zie ik de prachtige psychedelische schildering die ik daar heb gemaakt en dan kan de dag weer niet stuk. Sinds ik hier woon, heb ik dat moment regelmatig. Ik hoef niet heel veel bijzonders te doen om me gelukkig te voelen hier. Al met al ben ik eigenlijk best tevreden over mijn leven hoe het nu is.
Maar zoals met alle dingen is dat gevoel wel aan inflatie onderhevig. En dus is het zaak dat ik vaak genoeg doorwissel met de foto's die onderdeel uitmaken van mijn tafelblad. Ik ken ze nu allemaal al zo goed dat ik mij ga ergeren aan het ontbreken of ondervertegenwoordigd zijn van bepaalde mensen. Ik heb het de afgelopen tijd zo naar mijn zin gehad dat ik eigenlijk niet wil teruggrijpen naar gebeurtenissen uit een verleden van meer dan een paar maanden geleden. Maar van het meest recente verleden zijn nog geen foto's beschikbaar en is sommige gevallen zullen ze ook niet komen. Slechts eens in de zoveel tijd zal ik nieuwe foto's kunnen gaan bestellen (ik ben immers ook maar een drukbezet man) en dus zal het tafelblad altijd achter de feiten aan blijven lopen.
En eigenlijk maakt dat ook helemaal niet zo veel uit.

dinsdag 10 november 2009

Het Tiananmenplein

Het Tiananmenplein in Beijing is sinds de rellen van 1989 het centrum van staatsveiligheid in China. Niemand weet hoeveel camera's er precies staan, maar het wemelt er van de soldaten. Die zijn weliswaar onbewapend, maar het duurt door de camera's waarschijnlijk niet lang voordat er een horde bewapende soldaten het plein binnen no time opstormt om een mogelijke dissident af te arresteren en af te serveren. Het Tiananmenplein moet het visitekaartje van China zijn en er dus verder onberispelijk uitzien.
Daarnaast is de Chinese overheid als de dood voor een slechte naam in het buitenland. Als onderdeel daarvan hebben ze een ontzettend ontzag voor buitenlanders. De straffen tegen misdaden tegen buitenlanders schijnen enorm hoog te zijn en als gevolg daarvan ben je als buitenlander ondanks het overduidelijke enorme welvaartsverschil toch behoorlijk veilig in China.
De vraag is wat er zou gebeuren als een groep buitenlanders iets raars op het plein zou doen. Niet direct staatsbedreigend of zo (dat geeft de Chinezen immers maar een excuus om in te grijpen), maar gewoon iets raars. Laat 100 buitenlanders op het plein samenkomen en onaangekondigd als een flashmob synchroon beginnen te dansen of zo. Of ga met een groepje mensen midden op het plein een potje paalvoetbal beginnen. Beide fenomenen zijn erg onchinees en waarschijnlijk weten ze niet goed wat ze ermee aan moeten. Zelf zouden ze zoiets nooit doen, wat moeten de andere mensen wel niet denken? Maar westerlingen hebben over het algemeen een stuk minder boodschap aan de mening van andere mensen en vinden het niet erg om zichzelf belachelijk te maken, dus kunnen dit best doen. Voeg hierbij dat de Chinese soldaten natuurlijk niet of nauwelijks Engels spreken en dus ook niet kunnen vragen wat er aan de hand is en je hebt een gouden recept.
Maar het blijft China, he? Ik zou het toch net niet helemaal durven.

donderdag 5 november 2009

Bruine rum

Op een goede dinsdagavond, het zal nu een jaar of twee geleden zijn, haastte ik mij naar de supermarkt om nog wat boodschappen te doen. Ik moest naar mijn stamavond van Cleo, maar ik was aan de late kant. Terwijl ik de supermarkt in loop, kom ik iemand tegen die ik van heel lang geleden ken, nog van mijn middelbare school. En ook al zijn veel van de mensen van mijn middelbare school al in vergetelheid bij mij geraakt, hem kon ik nog wel herinneren. Hij werkte bij de slijter die recht naast de supermarkt zit. Ik zou graag blijven staan praten, maar ik zeg dat ik haast heb. Hij zegt: 'Is goed, joh, kom anders straks even langs om bij mij iets van sterke drank te halen.' Ik haast me door de supermarkt heen en in het vooruitzicht van een vriendenkortinkje stap ik bij de slijter binnen en pak de eerste de beste fles. Het wordt een fles bruine rum.
Ik reken af, maar krijg geen korting. Ietwat teleurgesteld verlaat ik de slijter weer. Hij had eigenlijk ook geen enkele toezegging van korting gedaan, het was meer dat de suggestie die ik in zijn stem dacht te horen. Ik haal mij schouders op. Ik heb een gokje gewaagd en niet gewonnen, maar de schade is beperkt.
Ik haast mij naar stam en doneer de fles bruine rum aan de groep als goedmakertje voor het feit dat ik te laat ben. Ondanks dat het een reuzegezellige avond was, gaat er slechts een klein beetje uit de fles. Aan het einde van de avond is iedereen de fles vergeten en de fles blijft achter op de kamer van mijn goede vriend Stefan, alwaar deze fles een half jaar zou blijven.
Een half jaar later is mijn grote afscheidsfeest uit Groningen. Stefan en zijn vriendin geven mij als kado 'something old, something new, something borrowed and something blue'. De fles gaat door voor 'something borrowed'. Ik ben volledig verrukt door deze prachtige set. In de feestvreugde zet ik ze bij de andere kado's en vergeet ze voor de avond. Ze komen in een groot pakket terecht dat de volgende dag mee naar mijn ouders gaat en na afloop van mijn wereldreis meeverhuis naar Rotterdam.
En iedere keer dat ik de fles tegenkwam, komt er een kleine glimlach op mijn gezicht, die voortkomt uit het besef welke geschiedenis er achter de fles zit. En toch gebruik ik de fles, het is zonde om hem te laten staan. Geschiedenis moet wel leven. Bij de paar feestjes die ik in Rotterdam gaf, stond hij steevast tussen de rest van de drank. Hij wordt ook aangetast en langzaam slinkt de hoeveelheid drank die erin zit. Afgezien van de feestjes leidt de fles een rustig bestaan. Het is het kenmerk van sterke drank dat je dat niet op een gewone avond gaat drinken. Tussen de feestjes door staan de flessen keurig bij elkaar in afwachting tot de volgende gelegenheid.
Voor de bruine rum heb ik echter één keer een uitzondering gemaakt. Als je couscous maakt, moet de couscous wellen in kokend water. Je kunt er dan ook rozijn bij gooien, omdat die er goed bij smaken en ook goed kunnen wellen. En, zo bedacht ik ooit eens, rum schijnt goed te combineren met rozijnen. Dus zodoende heb ik couscous en rozijnen een keer laten wellen in kokend water en bruine rum. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, smaakte het resultaat echt best aardig.
Maar bij elke gelegenheid gingen er hooguit één of twee dosissen uit de fles bruine rum. De fles is meeverhuisd naar Utrecht en tijdens mijn housewarming was hij weer van de partij. Nu staat hij weer op de plank bij de overige sterke drank. Ik zag hem net staan. Er zit nog een heel klein beetje in, meer dan een bodempje is het eigenlijk niet. Het is een lange reis geweest, maar nu is de rum bijna op. Het is wachten op de eerste gelegenheid en dan is het klaar.
En wat er dan met de lege fles gebeurt? Die gaat gewoon in de glasbak. Geschiedenis kan alleen leven als het ook een beetje kan sterven. Ik zal er geen traan om laten. Er komen vanzelf wel nieuwe symbolen. Ik ben benieuwd wat ze zullen zijn.